Christenen en joden (1)
1995-06-02
Tijdens één van onze reizen door Israël hadden we een ontmoeting met een joodse man uit Engeland. Hij was in Jeruzalem om het joodse paasfeest te vieren en 'toevallig' kwamen we met hem in gesprek. Het ging eerst over koetjes en kalfjes, maar later werd het wat 'dieper'. Hij vertelde wat het Paasfeest voor hem betekende en vroeg wat voor ons het Paasfeest was.- Jaargang 39
- nummer 11
Het werd al gauw duidelijk, dat daar nogal verschillen waren en zo kwamen we terecht bij de vraag of er eigenlijk wel een brug is te slaan tussen het joodse en het christelijke geloof. Zulke pogingen worden immers wel ondernomen en als je leest wat er in dit opzicht wordt gezegd en geschreven, zou je haast gaan denken, dat je alleen christen kunt zijn als je voor een heel groot deel leeft vanuit de joodse traditie. Ik vroeg aan de man uit Engeland wat hij daarvan vond. Hij moest er even goed over nadenken en kwam toen tot de duidelijke uitspraak, dat er geen brug geslagen kan worden tussen de joodse traditie (om deze term ook eens te gebruiken) én het christelijk belijden. Hij voegde eraan toe, dat die niet te overbruggen kloof verband houdt met wat we van de Messias geloven.
Een eerlijk en duidelijk antwoord.
Ten diepste gaat het hier dus over de vraag, die Johannes de Doper aan Jezus liet stellen: "Zijt Gij het die komen zou of verwachten wij een ander?"
Jezus of een ander. Daar gaat het om.
En dat had de man, die we in Jeruzalem ontmoetten, goed door.
Daar zit iets pijnlijks in, vooral als je joodse vrienden hebt. Je kunt met elkaar nog zoveel praten over Mozes en Elia, over de wet en de profeten, maar het gesprek loopt op een gegeven moment stuk op het kruis van Golgotha. Want dan sta je voor die vraag: Hij of een ander?
Voor ons is Hij het!
Voor een jood is Hij het niet!
Toen we verder praatten werd het duidelijk, dat hij niet goed wist wat hij met de Messiasverwachting aan moest. Het was hem ook niet duidelijk geworden uit de boeken van de joodse schriftgeleerden, want de één schreef dit en een ander weer wat anders. In een komende messias als verlosser geloofde hij eigenlijk niet meer. De messiasverwachting van hem had te maken met een soort omwenteling, waardoor alle joden toch nog eens verzameld zouden worden in het beloofde land. En zo werd zijn verachting duidelijk gekoppeld aan de komst van een aards vrederijk.
Kort voor het gesprek met de man uit Engeland hadden we in Jeruzalem een ontmoeting met Dr. G.H. Cohen Stuart, die jarenlang theologisch adviseur was in Jeruzalem namens de Hervormde Kerk. Over diens positie is de laatste jaren heel wat geschreven. In 1986waren er reeds wrijvingen tussen hem en zijn opdrachtgever en het leek erop, dat het contract met ds. Cohen Stuart in 1988zou worden beëindigd.
Dat is niet doorgegaan. Maar inmiddels is de samenwerking tussen de hervormde kerk en bovengenoemde verbroken. Het is mij niet goed duidelijk, waarom de overeenkomst niet is verlengd. Er is gesuggereerd, dat Cohen Stuart te 'pro joods' zou zijn, maar dat is door de verantwoordelijke mensen ontkend.
Het blad 'Christenen voor Israël' heeft duidelijk partij gekozen voor Cohen Stuart en in Jeruzalem werd een stichting opgericht om het financieel mogelijk te maken, dat deze met zijn werk kan doorgaan. Maar daar gaat het mij eigenlijk niet om. Ik wil iets vertellen over de ontmoeting, die we in Jeruzalem met hem en zijn vrouw hadden.
We waren in 1987in Jeruzalem tegelijk met een groep Nederlanders, waarvan een predikant uit Zaltbommel reisleider was. Dat we tegelijk in Jeruzalem waren, hadden we uitgekiend. De groep zou op een avond een ontmoeting hebben met Cohen Stuart, die dan zou vertellen over zijn werk in Jeruzalem en ook zou hij eventueel gestelde vragen beantwoorden. Wij (mijn vrouw en ik) mochten er ook bij zijn en eventueel aan de discussie deelnemen.
Nu was er kort tevoren een brochure verschenen onder de titel 'Bezinning op de ontmoeting van christenen met joden in Jeruzalem'. In deze brochure vertelt Cohen Stuart over de gesprekken, die in Jeruzalem worden gevoerd tussen joden en christenen en met name over de stand van die gesprekken.
Het leek me goed die brochure goed te lezen, voordat we op reis gingen.
Het viel mij o.a. op, dat zo generaliserend gesproken wordt over de verantwoordelijkheid van christenen voor wat er gebeurd is in de Tweede Wereldoorlog.
In de brochure wordt het afwijzen van deze medeverantwoordelijkheid genoemd hét struikelblok in de verhouding van joden en christenen.
Ik heb dit eens verteld aan mijn joodse vriend en hem gevraagd of hij vond, dat ik eigenlijk als christen ook tot een soort schuldbelijdenis zou moeten komen voor hetgeen de joden in de oorlog is aangedaan. Hij was zeer genuanceerd in zijn antwoord. Hij zei zoiets als: "Er zijn natuurlijk een heleboel christenen, die hun mond hebben gehouden tijdens de oorlog en die zich er niet om 'bekreund' hebben, dat er zo'n massamoord plaatsvond. Ja, zulke mensen zouden het maar eens moeten zeggen, dat hun houding verkeerd, anti-joods en... onchristelijk was. Maar jij, nee, dat hoeven jij en vele anderen niet te doen."
In de brochure van Cohen Stuart lees ik o.a.: "Zijn we niet, als het erop aankomt, allemaal tollenaars, die theologisch baat hebben gehad bij openlijke of diep verborgen anti-joodse sentimenten?
Wie waarachtig zelfonderzoek aandurft, ontdekt altijd onuitgesproken anti-joodse gevoelens mee te dragen. Het is een lange, moeilijke, maar heilzame weg om als Christen dat bij je zelf te ontdekken" (blz. 38).
Met deze bewering ben ik het oneens en we moeten ons als christenen zo'n algemeen schuldgevoel ook maar niet laten opdringen. Dat leidt tot niets, heeft niets met zelfonderzoek en nog minder met zelfbeproeving te maken.
Tijdens de ontmoeting in Jeruzalem heb ik dat naar voren gebracht, hetgeen me niet in dank werd afgenomen.
Maar daarover de volgende keer.