Als onze kinderen andere wegen gaan...

1995-06-30
  • Jaargang 39
  • nummer 13
Prof. Dr. K. Runia: "Als onze kinderen andere wegen gaan ..." - Ark Boek- Uitgave van de Vereeniging tot Verspreiding der Heilige Schrift/Bijbel Kiosk Vereniging-Donauweg 4, 1043 AJ Amsterdam - 24 pag. - f 6,90.

Dit geschrift van de bekende Kamper emeritus hoogleraar heeft mij bijzonder aangesproken. De titel straalt zonder meer een bepaalde mildheid uit, die we absoluut nodig hebben voor een evenwichtige benadering van dit levensgrote probleem. Veel ouders lijden er enorm onder, dat hun kinderen zich van de kerk hebben losgemaakt en mede hebben te kennen gegeven, dat het geloven voor hen tot de verleden tijd behoort. Dat snijdt diep in als je met die kinderen in de armen bij de doopvont hebt gestaan en geroemd hebt in de trouw van de God van het Verbond. En je vraagt je af: Waarom moet ons dit als ouders nu overkomen?
Hebben wij het dan zo slecht gedaan in de opvoeding? Dat zijn de vragen, die opduiken en je voelt, dat je met een aparte blik wordt aangekeken als je de kerk binnenkomt. En bij wie vind je begrip voor het verdriet, dat je leven is binnengekomen? Je probeërt met je kind, dat afhaakte, een gesprek op gang te brengen, maar hoe moet je dat aanpakken? Met dergelijke vragen worstelen heel wat ouders vandaag de dag. Predikanten staan er verstomd van hoe sommige jongeren plotseling een gedaantewisseling ondergaan. Je ziet ze in de kerk en ontmoet ze op de katechisatie, maar plotseling zijn ze verdwenen. Runia geeft terecht aan, dat dat een geleidelijk proces is. Men schuift van kerkelijkheid via randkerkelijkheid op naar onkerkelijkheid. Hier valt terecht het woord sekularisatie. Dit is overigens niet van vandaag of gisteren, maar heeft na de Tweede Wereldoorlog wel gigantische vormen aangenomen. Een bepaald punt isProf. Runia wijst daar ook op -, dat de kerk vandaag veel jongeren helemaal niet aanspreekt. Ik weet niet of dat steeds tot elke dominee, die 's zondags voorgaat, doordringt. Als de prediking zich verliest in een overgewicht aan exegese en nergens aktueel is weten zelfs ouderen niet wat ze ermee aan moeten. Ik spreek in dit opzicht niet vanuit een ivoren toren, omdat ik in mijn kanselwerk zelf de moeite van één en ander terdege aanvoel. Het is vrij gemakkelijk de ouders vooral de schuld te geven van de kerkverlating.
Maar ik vind dat niet eerlijk. Je mag ook hier niet generaliseren. In dit kader speelt ook de gezagsdevaluatie een bepaalde rol.
Vader en moeder kunnen beste mensen zijn met veel liefde voor hun kroost, maar ze hebben aan autoriteit ingeboet. Wie hier met straffe hand wil optreden en de klok per se wil terugdraaien faalt in zijn benaderingsmethode met als gevolg een nog grotere vervreemding. Prof. Runia maakt hierover uitstekende opmerkingen. Daarbij komt, dat kerkgang en geloof niet identiek zijn. Als iemand niet meer naar de kerk gaat betekent dat per definitie nog niet, dat hij geen enkele band meer aan het geloof heeft. Daarmee is dus niet gezegd, dat de kerkgang niet heel belangrijk is. Want in de kerk wordt via de prediking je geloof gevoed en versterkt en als je wegdwaalt van de bron kom je om van de dorst. Aan het slot van zijn boekje schrijft Dr. Runia over de taak van de kerk en de voorbeeldfunktie van de ouders. Hij rondt zijn verhaal af met vijf in doorsnee uitgebreide adviezen.
Ook zijn enkele gedichten opgenomen.
Het geheel is in royaal formaat keurig uitgegeven. Dit is uitstekende lektuur niet alleen voor de desbetreffende ouders, maar voor alle kerkmensen.
Want wij hebben er allemaal mee te maken!

O. Mooiweer, Enschede

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief