De geloofwaardigheid van de bijbel (3, slot)
1995-07-28
We bespreken het boek van de chr. geref. dr. B. Loonstra over de geloofwaardigheid van de bijbel. Na een aantal kritische noten is het hoog tijd voor een positieve opmerking. En dat valt me niet moeilijk, want ik heb met plezier en interesse de beide hoofdstukken gelezen die de geschiedenis van het verstaan van de bijbel beschrijven.- Jaargang 39
- nummer 15
Ik vond het eigenlijk wel apart om te lezen, dat veel van de problemen die wij nu kennen met oneffenheden in de bijbel, pas gekomen zijn door het werk van Calvijn. In de middeleeuwen was het verstaan van de bijbel zo ingekapseld in de traditie, dat problemen in de bijbeltekst geeneens de kans hadden om boven te komen drijven. Maar de reformatoren "bepaalden zich tot de ene, originele betekenis van de tekst zoals die bij het schrijven was bedoeld" (pag. 55). Met andere woorden: Calvijn en de zijnen hebben eigenlijk maar één ding willen tonen, en dat is de letterlijke betekenis van een tekst. Niet teveel allegorie of mystiek, maar gewoon wat er staat.
Logisch, dat dán pas de problemen boven tafel komen met oneffenheden in wat er 'gewoon' staat. En, niet te vergeten, dan stuit je er ook op dat de schrijvers van het Nieuwe Testament lang zo letterlijk niet met het Oude Testament omgaan als Calvijn wel zou willen. Paulus vertelt dat Israël dronk uit de rots en dat die rots Christus was. En in Galaten 4:22v knoopt hij van alles vast aan het feit dat Abraham een zoon had bij Hagar de slavin èn een zoon bij Sara de vrije. Van alles, dat in de natuurlijke en eenvoudige zin van Genesis heus niet gegeven was. Paulus en z'n collega's waren dus niet bepaald gereformeerd in hun exegese en toepassing!
Prachtig. toch?
Een prachtige situatie is dat, toch? De vraag is alleen wat je daar nu uit leert. Voor Loonstra (in paragraaf 2.3c) is dit een van de "problemen met de praktische geloofwaardigheid" van de bijbel: "Deze nieuwtestamentische manier van bijbeluitleg ontbeert voor ons overtuigingskracht en stelt ons voor de vraag of hiermee geen afbreuk wordt gedaan aan de geloofwaardigheid van de bijbel" (pag. 52). Voor mij werkt het andersom. Ik leer ervan om een beetje minder fanatiek te doen over die letterlijke uitleg van ons. Pas heb ik drie dagen studie nodig gehad voor de exegese van één woordje. Ik heb het graag gedaan en morgen zou ik het weer doen als dat nodig is. Maar of ik de gemeente Gods ermee gediend heb, dat hangt toch niet alleen van mijn grammaticale succes af, maar meer nog van de vraag of ik in de lijn van Gods openbaring gebleven ben. Ik bedoel: het gebeurt onder ons dat mensen met bijbelstudies waar je geen speld tussen kunt krijgen, worden afgeleid naar vreemde speculaties over de eindtijd; aan de andere kant zijn er leraars die ons opnieuw leren drinken uit de bronnen van het heil, ook al is hun bijbel-uitleg niet helemaal heils-historisch. Dan vind ik het prachtig om te zien dat de bijbelschrijvers zo onbevangen de Schrift gebruiken om het Evangelie te brengen. Meer gedacht vanuit het centrum dan vanuit de bedenkingen aan de rand.
Problemen toedekken?
Maar hoe ga je dan om met oneffenheden in de tekst van de bijbel wanneer je, zoals ik bepleit, uitgaat van het centrum en niet vanuit de marge? Wordt dat dan zó eerbiedig dat je alle problemen gaat toedekken en dat ze er op een dag uit barsten? Ik snap best dat dat gevaar bestaat, maar ik geloof niet dat het onvermijdelijk is.
Als ik hier even persoonlijk over spreek, dan moet ik zeggen dat ik inderdaad vanuit mijn diep respect voor Christus en zijn werk geneigd ben om extra eerbiedig te staan tegenover Gods woord. Dat Jezus over het water kon lopen zou ik niet eens aanvaarden als ik Hem niet als mijn verlosser kende. En vanuit datzelfde geloof benader ik ook andere hobbels in de bijbel met een vanzelfsprekende schroom.
Maar aan de andere kant maakt het me toch ook laconieker. Ik leef niet van de rand, maar van Hem die het centrum is. Ik bouw mijn geloof niet op de muren van Jericho, en dat betekent dat ik het wel jammer vind dat ze niet gevonden zijn, maar m'n geloof hangt er niet aan. Wie zich met een intellectueel fanatisme stort op de bewijzen dat "de bijbel toch gelijk heeft", die zou in existentiële problemen moeten komen als hij op een gegeven moment klem gepraat wordt. Soms gebeurt dat ook, maar het aardige is: vaak gebeurt dat juist niet. Loonstra's boek biedt frappante voorbeelden van hoe gereformeerde theologen in de afgelopen eeuwen meermalen de lijn getrokken hebben: tot hier toe en niet verder met de kritiek op de bijbel! En hoe die stellingen intussen al lang weer verlaten zijn. Dat heeft iets triests en het moet je ook bescheiden maken bij het innemen van weer nieuwe stellingen voor vandaag, maar je vindt er toch óók een aanwijzing in, dat de geloofwaardigheid van de bijbel misschien méér was dan de rationele verdedigingslinie waar men zich in vastgebeten had.
Een gouden schat in een aarden vat
Eerbied, schroom èn een laconieke houding, dat lijkt mij dus geboden tegenover de oneffenheden die wij ervaren bij het luisteren naar de bijbel. Dat zal ertoe leiden, dat je vanuit Christus eerder zoekt naar het maximum aan respect voor de bijbelse overlevering dan naar het minimum. Het evangelie heeft iets van een gouden schat in een aarden vat. Westerse wetenschappers zouden onmiddellijk dat aarden vat kapot slaan en zeggen: zó kom je pas bij de gouden schat.
Maar in het echt zul je het vat respecteren vanwege de schat. Lees: je gaat eerbiedig met Paulus om, want het is door zijn prediking dat God ons heeft willen "verlichten met de kennis der heerlijkheid Gods in het aangezicht van Christus". Vergelijk voor de beeldspraak 2 Corinthe 4:5-10.
Harmoniseren
Om nu een paar illustraties te geven van deze manier van lezen: tussen de vier evangeliën zie je soms verschillen in de beschrijving van één en dezelfdegebeurtenis. Je hoort vaak smalend spreken over mensen die (zoals dr. J. van Bruggen) proberen om een harmonie tussen de verschillende versies te bedenken. Ik snap dat smalen niet; het is toch het normaalste wat er is dat je probeert na te gaan of die tegenstellingen die je meent te zien, echt zijn? Aan de andere kant geloof ik ook niet dat je die pogingen tot harmoniseren (dat is: zo redeneren, dat het weer 'klopt') moet uitvoeren met een fanatisme alsof het geloof ervan afhangt. Alleen al omdat het juist een kenmerk van getuigen-verslagen is, dat ze in details van elkaar afwijken.
Maar ook, en dat is een fundamentele kwestie, omdat wij ons niet moeten verbeelden dat alleen onze manier van geschied-schrijven geldigheid heeft. Hiermee kom ik best in de richting van wat Loonstra schrijft. Maar het is bescheidener geformuleerd. Niet met de pretentie dat we wetenschappelijk kunnen uitmaken hoe het denkraam van Lucas was, om eens iets te noemen. Toegegeven: dit lijkt vager dan wat Loonstra meldt over de Griekse en Hebreeuwse denkwijze.
Maar die helderheid is een schijn-helderheid en heeft het nadeel dat men gaat denken dat je de wetenschap nodig hebt om de bijbel te verstaan. Een ander voorbeeld: het inderdaad moeilijke punt hoe wij tegen de positie van de vrouw aankijken, vergeleken met wat je in de bijbel vindt. Als ik over die vraag nadenk vanuit Christus, dus vanuit het centrum van het geloof, dan zeg ik ook in dat opzicht, dat ik vanwege diep ontzag voor wat Paulus me leert over het centrum, geneigd zal zijn om ook heel intens te luisteren naar wat hij over de verhoudingen binnen het huwelijk schrijft. Zeker wanneer hij zich daarbij, als in Efeze 5, beroept op schepping en verlossing beiden.
Begrijpen of schrappen
Dit betekent dat ik eerder zoek te begrijpen wat het betekent dat de man het hoofd van zijn vrouw moet zijn, dan dat ik het zou schrappen. Ik zie dat het niet rijmt met hoe wij overigens denken en dat is best een moeite voor me. Als je me in m'n hart kijkt, dan houd ik het nog op die Paulinische lijn, want wij proberen dat nou 50 jaar ànders en dat heeft niet uitsluitend zegen opgeleverd ... En aan de andere kant: denken vanuit Christus, dat betekent ook dat je niet kunt blijven knokken aan de marge. Daarom zou ik niet graag eindeloos over zo'n onderwerp als de plaats van de vrouw blijven strijden, want dan gaan we elkaar meten aan wat uiterlijk is. Ik weet van oerdegelijk gereformeerde gezinsverzorgsters, die overal hulp bieden op voorwaarde dat er geen TV in huis is. Ik snap de motieven, maar het is wel een dun criterium!
Zo vind ik het maar niks als dominees onder ons beoordeeld worden op de vraag hoe ze over de vrouw in het ambt denken. Het is toch niet zo geestelijk om iemand te beroepen omdat hij daar vóór is. Of om hem niet te beroepen omdat hij ertegen is. Of andersom, al naar gelang je ligging ... Dan denk ik (naar beide kanten!): mensen, hebben jullie wel goed gekeken of hij de volheid van de liefde van Christus preekt en of hij met het woord weet te vermanen, bemoedigen en vertroosten?
Maar heb ik met deze mooie redenering Paulus' onderwijs over de verhoudingen binnen het huwelijk nu niet onschadelijk gemaakt? Nee, je zult zien dat er zegen in ligt wanneer je het stof van de traditie eraf blaast en echt gaat luisteren naar wat de apostel daar leert. Maar begin nou maar met het belangrijkste: dat je Christus aanvaardt als verlosser, ook voor je huwelijk. En dat je elkaar liefhebt met de liefde die Hij ons voordeed. Dan begin je in elk geval aan de belangrijkste kant!
Goed, tot zover een beknopte schets van hoe de betrouwbaarheid van de bijbel centraal kan staan vanuit het centrum. Ik zou het geweldig vinden, als we dáár verder over denken en dan ook gelovig en nuchter omgaan met moeiten die er best kunnen zijn bij het lezen van het woord dat ten leven leidt.
Voorstel voor foto: er kan een foto van een open bijbel bij, of één uit de rijke collectie bijbel-lezende mensen. Maar nodig lijkt me dat niet.