De ark en het kruis
1995-06-16
Het verhaal van de zondvloed is en blijft een weerbarstig verhaal. Voor velen misschien zelfs een onverteerbaar verhaal. Hoe is het mogelijk dat God een wereld, die Hij zelf geschapen heeft, laat ondergaan in zijn oordeel? Ik kan me deze reactie heel goed voorstellen. Het is ook verschrikkelijk wat hier gebeurt. Mensen, kinderen en dieren worden verzwolgen door het kolkende water, wanneer de sluizen van de hemel worden opengezet.- Jaargang 39
- nummer 12
Geen ruimte voor genade?
Onwillekeurig schieten de bekende woorden van de psalm door je hoofd: "zou God zijn gena vergeten, niet meer van ontferming weten?" Als dat zo is, als God niet meer terug gaat achter het oordeel dat Hij heeft uitgesproken, wat is er dan aan de hand met de wereld die Hij geschapen heeft?
God is een God van genade, dat is de hoofdlijn in de Bijbel. Een God die eindeloos geduldig is. Die ongelofelijk veel van de mens wil verdragen. Maar wanneer zijn geduld op is, dan is er iet heel ergs aan de hand, dan is de toestand verschrikkelijk kritiek geworden.
Genesis 6 schetst ons de situatie. Een wereld vol geweld, mensen die zich laten voeden door de haat, die elkaar naar het leven staan. "Wat het hart voortbracht, was slechts boosheid", zegt de Bijbelschrijver. Er ligt niet één rotte appel in de schaal, maar vrijwel alle appels zijn rot geworden en als er niets aan gedaan wordt, kun je de hele schaal weggooien.
Het geweld overspoelt de hele aarde en als er niet wordt ingegrepen, dan gaat de hele mensheid er aan, dan zal het zijn zoals het was in de beginne: woest en ledig. Een volkomen onleefbare wereld.
Een radicaal oordeel
God grijpt in. Heel radicaal. Met het zwaarste oordeel dat te bedenken valt.
Een oordeel dat allen treft. Een zondvloed waardoor alle leven ondergaat in de dood. Verschrikkelijk! Ja, zeker verschrikkelijk.
Maar bedenk ook, dat de zonde verschrikkelijk is, dat de zonde alles doodt, wanneer de zonde niet gestopt wordt. De zonde is een sluipende dood, waar geen mens aan ontkomt.
En God wil redden. Hij wil de wereld niet ten onder laten gaan in de zonde.
En dit verschrikkelijke oordeel is zijn laatste poging om de aarde, de mens te redden van een definitieve ondergang.
God laat zijn oordeel niet zomaar komen. Hij is zeer terughoudend in het oordeel. Hoezeer mensen zijn oordeel ook verdienen, Hij spaart liever dan dat Hij zijn oordeel ten uitvoer brengt.
Denkt u maar aan de geschiedenis van Sodom. God wil te stad vernietigen, maar Abraham pleit met kracht voor de stad. Hij denkt aan de rechtvaardigen die er misschien nog zullen zijn. "Heer, als er vijftig rechtvaardigen zijn, zult U omwille van hen de stad sparen?" En het antwoord van God luidt bevestigend, "omwille van die vijftig zal Ik de stad sparen". Maar Abraham gaat door. "Misschien zijn het er niet meer dan vijf en veertig... dertig.... twintig. Zult U omwille van hen de stad sparen?" "Zelfs als het er maar tien zijn, ook dan zal Ik omwille van die tien de stad niet verwoesten", zegt de Here.
Maar in de dagen van Noach zijn het er niet eens meer tien. Er is er maar één: Noach. Zijn familie inbegrepen.
Eén man staat nog overeind in deze ten ondergang gedoemde wereld.
Zover heeft God het laten komen.
Maar nu gaat Hij deze éne redden uit het oordeel, dat komen gaat.
De ark van het behoud
Noach moet een ark bouwen. En wie de ark binnengaat zal behouden worden.
Maar al de tijd dat Noach de ark bouwt is er geen mens die naar de ark omkijkt. De mensen zullen Noach voor zot hebben versleten, wie bouwt er een ark op het droge. Dat is dwaas, dat is van de gekke. Ze zullen hun schouders hebben opgehaald, de spot hebben gedreven. Maar geen mens die zich afvraagt waarom doet Noach dat? Wat is de bedoeling van dit alles?
Geen mens die op zoek gaat naar de ark van het behoud.
Wanneer God de sluizen van de hemel openzet, de deur van de ark als met eigen hand sluit, de deur waarvan Hij alleen de sleutel heeft, dan kan er geen mens meer uit en geen mens kan er meer in. Veertig dagen en veertig nachten doet het oordeelswater z'n werk. Geen mens blijft gespaard dan enkel dat handjevol mensen in de ark én al de dieren die Noach op bevel van God in de ark gebracht heeft.
Het meer van het kruis
God maakt met Noach een nieuw begin. Een begin dat in het teken staat van het verbond: nooit meer zal Ik op deze wijze de aarde verdelgen. Het is alsof ook God zelf de pijn gevoeld heeft van het oordeel dat Hij deed komen.
Nu is de wereld er niet zoveel beter op geworden. Tot op de dag van vandaag doet de zonde zijn werk, is er geweld en wordt er gemoord. De beelden uit Bosnië branden op je netvlies, de smeerlapperij golft via het TV-scherm de huiskamer binnen.
Waarom spaart God nu wel en toen niet? Dat heeft alles te maken met dat kruis op Golgotha, waar Jezus Christus het oordeel van God over onze zonden gedragen heeft.
Het kruis in het verlengde van de ark.
Maar anders en meer. De ark was er tot redding van die éne overgebleven rechtvaardige. De onrechtvaardigen kwamen om in het oordeel van God.
En bij het kruis is het precies andersom. Daar stierf de enige rechtvaardige onschuldig onder het oordeel van God, opdat vele onrechtvaardigen behouden zouden worden. Er is daarom alle reden om ons te verootmoedigen voor God, opdat God omwille van die Ene rechtvaardige de wereld blijft sparen. Maar hoelang nog? Hoelang kan God dit nog aanzien?
Het lijden van de velen onder het geweld van de sterken en onrechtvaardigen?
Maranatha! Kom, Here Jezus! Dat verlangen kan, het wereldnieuws volgend, soms heel erg sterk worden.