In de woestijn
1995-06-16
Tijdens een bijeenkomst van een werkgroep over geloofsopvoeding, kregen we het over stapstenen en struikelstenen. De stapstenen zijn momenten of personen in je leven die je geloof weer een stapje verder hebben geholpen of nieuw leven hebben ingeblazen. Struikelstenen daarentegen geven weer waar het fout ging en je in de problemen kwam.- Jaargang 39
- nummer 12
Uitgangspunt was dat je in je eigen opvoeden heel veel meeneemt uit je jeugd, uit jouw opvoeding dus. Ben je erg strak in het geloof opgevoed dan zul je misschien de neiging hebben je kinderen de vrije teugel te geven, vooropgesteld natuurlijk dat je dat strakke een probleem vond. Als je geen christelijke jeugd had baseer je je ideeën veel meer op hoe je er zelf over bent gaan denken sinds je tot geloof kwam.
In onze groep zaten drie personen met een ongelovige achtergrond. Zij verbaasden zich oprecht over de vele zorgen en schuldcomplexen die christelijke ouders 'van huis uit' met zich mee sleepten. Eén vrouw merkte op dat ze zich gelukkig prees met haar onchristelijke jeugd die voor het overige erg goed was geweest. Ze vond dat ze het in twee opzichten getroffen had: eerst een fijne onbezorgde jeugd en daarna tot geloof gekomen en nog gelukkiger verder.
Dat zette me erg aan het denken. Een groot gedeelte van de aanwezigen had een (synodaal) gereformeerde of hervormde achtergrond. In hun verhalen herkende ik veel uit mijn eigen jeugd of die van familie en vrienden.
Wat het sterkst naar voren kwam was het enorme schuldbesef waarmee velen waren opgevoed. Klein en zondig te zijn en het nooit goed te doen, er was weinig besef geweest van een parel in Gods ogen te zijn. Eén vrouw beschreef hoe haar neurotische moeder, zelf vervuld van schuld- en zondebesef, haar perfektionistisch ingestelde dochter steeds opnieuw bleef opzadelen met het gevoel het nog altijd niet goed genoeg te doen. Deze vrouw was nóg niet verlost van die schuldgevoelens uit haar jeugd.
Gelukkig ben ik zo niet opgegroeid, we mochten en konden blij zijn met ons geloof. Wel kreeg je een verantwoordelijkheid mee voor jezelf en anderen. (God ziet alles)
Hoe vind je nu het goede evenwicht tussen enerzijds een kind te losjes en zonder verantwoordelijkheidsgevoel op te laten groeien en anderzijds hem op te zadelen met zoveel ballast dat hij eronder bezwijkt. Elk ouderpaar moet daar weer eigen antwoorden op vinden en het is duidelijk dat de antwoorden van tegenwoordig anders zijn dan die van een generatie geleden.
En ook de relatie met de kerk is in dezen anders geworden. Dat brengt mij bij de struikelstenen. Geregeld had men opgeschreven: de kerk, de regels, de dogma's, liefdeloosheid van bv. kerkeraden, gemeenteleden.
Het had sommigen ertoe gebracht van gemeente of bijvoorbeeld school te wisselen. Toch had het geloof zelf alleen tijdelijke schade opgelopen, anders zouden ze niet zo'n cursus gaan doen. En dat kwam dan weer door de vele stapstenen die men ook op kon noemen: ouders, familie en vrienden, speciale bijeenkomsten met christenen, jeugdgroepen (bv. Youth for Christ) en soms: een goede kerkelijke gemeenschap. Hierdoor kwam ik tot de conclusie dat het individu van meer belang voor ons geloof is dan de kerk en dat deze laatste vaak (misschien ongewild) een negatieve rol in het leven van mensen speelt. Wat een vreemde tegenstelling aangezien de kerk uit mensen bestaat. Is het zo, dat als mensen samen een groep vormen en zich volgens bepaalde gezamenlijke doelstellingen, (bv. de kerkelijke dogma's) presenteren, ze in conflict gaan komen met individuele belangen van gelovigen? Als dat zo zou zijn zou geen enkele kerk bestaansrecht hebben.
Of is het zo dat wanneer een kerkelijke gemeenschap zich qua 'theorie' teveel gaat afkeren van de 'geloofspraktijk', ze langzamerhand haar bestaansrecht verliest? Ik denk hier m.n. aan de leegloop in de gereformeerde kerken.
Opvallend vind ik dat de algemeen christelijke bijeenkomsten, zoals bv. van de EO en ook van de Charismatische Conventie waar wij in het hemelvaartweekend aan deelgenomen hebben, zo ontzettend veel mensen trekken.
Blijkbaar is dat een manier van velen om de kerkmuren af te breken en elkaar weer te vinden op die ene basis nl. het geloof in Jezus Christus.
Uit de woestijn naar de oase van de gedeelde belijdenis.
De volgende keer wil ik hierover wat meer vertellen.