Vader… of wie daarvoor doorgaat

2007-06-08
  • Jaargang 51
  • nummer 12
Twee Amerikaanse mannen zitten in een café. De een vertelt, dat hij een boek gaat schrijven over ethiek in de journalistiek. ‘Short book’, zegt de ander. Ik denk daaraan terug, wanneer ik mijn vrouw vertel, dat ik een verhaal over vaderdag ga schrijven. En dat ik het autobiografisch wil aanpakken.
‘Niet veel te vertellen’, klinkt het koeltjes.

Nou heb ik het al niet zo makkelijk als vader van drie (23, 21 en bijna 15), dus ik overweeg de maaltijd in een Zwols restaurant in mokkend zwijgen voort te zetten. Maar we komen toch aan de praat. Sowieso niet slecht, af en toe eens doorpraten met de moeder van je kinderen.

Katoen?
‘Kinderen én vaders hebben het tegenwoordig moeilijk’, probeer ik tartend. Haar blauwe ogen staren me aan, peilend of dat grappig is bedoeld. Is ze dus niet met mee eens. ‘Vaders krijgen juist veel meer mogelijkheden om iets in het gezin en met de kinderen te doen. Ouderschapsverlof, minder werken.’ Ik vraag me af, waarom ik nu die remming voel. Minder werken… Een dag per week grotendeels in je eentje thuis. Quality time met jezelf, de afwas, de tuin, de stofzuiger en de echte was (op hoeveel graden moet katoen ook alweer… en hoe zie je dat het katoen is?) Ik ben wel zo verstandig die reactie niet op tafel te brengen. In plaats daarvan kijk ik terug. ‘Mijn ouders waren redelijk harmonieus en ons gezin ook. Volgens mij kijken kinderen niet alleen naar iedere ouder apart, maar ook naar wat je er als duo van maakt. Of je harmonie en basisveiligheid biedt.’ Ze knikt. Heel belangrijk in zulke gesprekken… gemeenschappelijke uitgangspunten vinden.

Belangrijk
Mijn vader en moeder… Hij was niet technisch, niet muzikaal en niet uitgesproken sportief. Die eerste twee bleken erfelijk, dat laatste op latere leeftijd niet. Hij haatte banden plakken en had bij dat gezamenlijke klusje altijd een humeur om op te schieten. Goede reden om niet te vaak tegen stoepranden op te rijden.
Hij had een speciale manier van fluiten om mij, buiten spelend, te melden dat het etenstijd was. Onze buurman had precies zo’n fluitje, maar ik hoorde het verschil. Ik heb het onthouden, dus het was belangrijk. Hij noemde me liefkozend ‘Turk’ en ik ben vergeten te vragen waarom. Maar ik heb het onthouden, dus het was ooit belangrijk.
Hij was bij de politie, droeg soms een schouderholster en liet me tijdens een Oostenrijkse vakantie schaamteloos nog een Wiener schnitzel bestellen. Ik heb het onthouden, ook al was dat voor hem misschien niet zo belangrijk.
Er was geen misverstand over de krachtverdeling tussen mijn ouders. Hij had ongetwijfeld het voortouw in ‘operationele’ zaken, maar zij kon hem ongenadig op z’n huid zitten. Verbaal, maar ook door een verwijtend zwijgen.
En daar kunnen mannen (vaak vaders) nu eenmaal slecht tegen. Die laten een bom barsten, vegen de scherven op en leven door. Of hebben helemaal niet in de gaten dat ze net een porseleinkast zijn gepasseerd.

‘Dingen’
Ik keer weer terug aan tafel. Ze is nog steeds waakzaam. ‘Als ouders ben je misschien wel te veel gespitst op grote dingen. Samen iets met je kind doen, er op uit, gedeelde ervaringen’, probeer ik weer.
Zorgvuldig vermijdend om het als een smoes te laten klinken. En me plotseling opgelucht herinnerend, dat ik ook wel eens een vader-en-zoonweekend heb bijgewoond.
Dingen met m’n kinderen doen. Het enige grote ‘ding’ wat ik me zo snel herinner, was een paar dagen paardrijden in Limburg met m’n dochter. Niet zo’n opoffering, want dat vond ik zelf ook leuk. Verder herinner ik me niet zoveel wapenfeiten in m’n eentje. Meestal was het een gezinsevenement. En lang niet altijd was ik er volop met m’n gedachten bij. ‘Morgen weer werken.’ Ik dacht eigenlijk ook altijd, dat de kinderen zich in hun jonge jaren het meeste op de moeder richtten en dat mijn beurt nog wel zou komen. Ik had nog jááren om wijsheid te vergaren en die aan hen over te dragen, zodra ze daaraan toe zouden zijn. Ze zouden zich vanzelf tot mij wenden. En dan zou mijn finest hour aanbreken. Man, wat was die pa wijs! En mocht ik het mis hebben, dan kreeg ik altijd nog een herkansing..als opa.

Wachten
Ik, en vele vaders (en moeders) met mij, lijken wel wat op die gelijkenis over de verloren zoon. Niet dat er vaak zo over gepreekt wordt, maar elk gezin heeft wel een kind, dat die rol van ‘verlorene’ speelt. Dat kan hem in veel dingen zitten.
Drop out op school, verkeerde vrienden, gewoon jaren verknoeien, niet voldoen aan de verwachtingen van de ouders (op zich een preek waard). Voortbordurend op die gelijkenis van Jezus, denk ik dan: waar stond die vader nu precies op te wachten? Waar dacht hij aan, die turende uren langs de weg? Waar wachten we eigenlijk met z’n allen op?
Op komend weekend? De grote vakantie? Op het ‘grote genieten’ na ons pensioen? Op die baan die beter bij ons had gepast dan de baan die we hebben? Op een betere relatie met onze partner, onze vrienden? Vader dwaalt af.

Hij is een sul
Je kunt er van vinden wat je wilt, maar reclame is bij tijd en wijle een zeer zuivere graadmeter voor wat in onze maatschappij speelt. En als je dan ziet, hoe de reclamevader wordt neergezet, dan weet je al hoe laat het is. Vader is buurman van die buurman die wél handig is, hij begrijpt over het algemeen niet wat moeder en dochters bezighoudt, kijkt nog wel eens stiekem naar een leuke jonge meid en houdt z’n hele leven last van een soort puberhumor en jongensachtige, maar tot mislukken gedoemde dadendrang. Vader is een sul.
En moeder… die accepteert dat met veel geduld.
Het is aardig om te zien, dat vaders zich in (schijn)gevechten met de rest van het gezin inderdaad vaak opstellen als de goedmoedige lamzak, die ze in de reclame ook zijn. De in zijn werk, kerkenraad en hobby’s opgaande manspersoon, die vooral de rekeningen betaalt.
Maar die daar, sinds zijn echtgenote werkt, ook al geen monopolie meer op heeft. En dus voorzichtig oppert: ‘Lieverd, had je die schoenen al?’ Ik zit weer in dat Zwolse restaurant. En samen realiseren we ons, dat we aan het terugkijken zijn op onze opvoeding. Niet de onze, maar degene die we hebben gegeven. En wat we hebben gegeven? Dat weten alleen onze kinderen.

Sander Klos is hoofredacteur van Opbouw en lid van de NGK-CGK-GKV in Deventer.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief