Hoe houden we de jeugd bij de kerk? (2, slot)
1995-08-11
Werken aan de jeugd betekent in de eerste plaats werken aan de hele gemeente, stelden we in het eerste gedeelte van dit verhaal. De gemeenteleden stimuleren tot en begeleiden bij een levende relatie met Christus; een relatie die alle doen en laten bepaalt. Als we ervan overtuigd zijn dat in deze dingen het hart van onze herderlijke taak klopt, zal dat ook het zwaartepunt van ons ambtwerk moeten zijn; speerpunt van ons kerkenraadsbeleid. - Jaargang 39
- nummer 16
Eerst willen we nagaan hoe we dat beleid gestalte kunnen geven; daarna besteden we aandacht aan de begeleiding van de jeugd door de ouderling.
Prioriteiten
Als kerkeraden zijn we niet zo sterk in het uitstippelen van beleid. Waar we ons mee bezig houden, wordt voor een groot deel bepaald door watvaak van buitenaf - op ons afkomt. Ik hoop in het voorgaande duidelijk gemaakt te hebben dat het wel degelijk noodzakelijk is prioriteiten te stellen.
Dat zou kunnen inhouden dat een jaar lang in de gemeente alle aandacht gericht wordt op de levende relatie met de Here. In de prediking en op huisbezoek, als onderwerp op gemeenteavonden en bijbelkringbesprekingen.
Als huisbezoekthema zouden we kunnen kiezen voor: Hoe beleeft u uw relatie met de Here en wat doet u daarmee in uw gezin? Op die huisbezoeken proberen we in de eerste plaats de gemeenteleden ervan bewust te maken hoe die relatie moet zijn door indringend te spreken, maar ook door zeer indringende vragen te stellen als:
- Hoe beleeft u uw relatie met de Here?
- Wat betekent die relatie concreet voor u in het gewone leven?
- Komt u toe aan persoonlijk gebed, persoonlijk Bijbellezen? Hoe? Wanneer?
- Wat voor consequenties heeft dat voor bijvoorbeeld uw tv kijken?
- Zouden uw kinderen aan u kunnen merken dat de liefde voor de Here een realiteit is in uw leven? Is het meer dan meedraaien in de kerk, aan tafel lezen en bidden, een gemeenteavond bezoeken?
- Hoe begeleidt u uw kinderen, ook weer in de omgang met de tv bijvoorbeeld?
- Leert u ze bidden, bijbellezen?
Bijbellezen in het gezin
Op dat bijbellezen kunnen we verder ingaan. Een keer per dag, (na de avondmaaltijd?), zal er toch ruimte gemaakt moeten worden om uitvoerig samen Bijbel te lezen, te bidden en te zingen. Dat is meer dan dat vader het stuk dat aan de beurt is, voorleest. Allen moeten het oppikken, met allemaal een Bijbel voor zich, misschien ook door om de beurt een vers te lezen. Aan tafel zijn, denk ik, alleen gedeelten geschikt die goed te begrijpen zijn. Enzovoort. Maar deze laatste dingen kunnen denk ik beter op een wijk- of gemeenteavond aan de orde gesteld worden of op speciale gespreksavonden voor ouders; ook dat past mooi binnen het jaarthema. Als we "een levende relatie met de Here" inderdaad tot doel van ons beleid maken, kunnen we er heel mooi nadrukkelijk bij de gemeente mee aankomen. En het sluit toch direct aan bij onze opdracht de ons toevertrouwde gemeenteleden te bouwen in hun liefde tot Christus?
Relatie ouderling - jongere
En dan nu echt naar de jeugd zelf toe. Eerst in het algemeen: hoe moet onze houding tegenover de jongeren zijn, hoe moeten we als ouderling bijvoorbeeld met ze omgaan? In elk geval moeten we iets weten over hun leefwereld, de tijdgeest zoals ik die in het eerste artikel een beetje geschetst heb. Het individualisme, de supermarktcultuur.
Dat is nodig om de jongeren te kunnen begrijpen en vooral om ze te helpen in die wereld een weg te vinden.
Niet door supermarkt voor ze te zijn, zo op de manier van: "we hebben deze week een leuke aanbieding, misschien is het wat voor je". Want er is maar EEN weg die tot het leven leidt.
Als we de jongeren niet voorgaan op die weg en op een behulpzame manier begeleiden naar die weg schieten we te kort. Hoe benaderen we ze? In elk geval met veel begrip, erkenning en waardering.
We moeten aandacht voor ze hebben, met ze meeleven, betrokkenheid tonen. Concreet: als je hun ouderling bent, hen zo nu en dan even aanspreken in de kerk, vragen of hij zijn wedstrijd gewonnen heeft, enz. Zo heb je de mogelijkheid een relatie op te bouwen en gaan ze zich misschien toch nog een beetje thuis voelen in de gemeente. We moeten ze laten voelen, niet alleen zeggen, maar echt laten voelen: je hoort erbij. Ook de jongeren die goed meedoen zijn hier gevoelig voor!
Als het enigszins kan, moeten ze in het kerkgebouw een plek hebben waar ze elkaar ontmoeten kunnen, waar het gezellig is. Ik las in Verkenning van november een uitspraak van Nico Hollestelle: "God heeft het wapen van onderlinge interesse en gezelligheid gebruikt om mensen vast te houden". U moet eens zien hoe heerlijk de leden van de jeugdvereniging kunnen klitten. Ze vormen vaak een hechte groep. Staan uit de kerk met elkaar te praten. (Bij de cg-kerken die ik ken ook voor kerktijd; vlak voor de dienst begint gaan· ze naar binnen en ergens voorin zitten.) In Emmeloord houden ze elkaar vast, hollen alle verjaardagen af, enz.; jammer alleen dat er maar een gedeelte van de jeugd lid is.
Heel de gemeente
Die aandacht voor de jeugd hoeft niet alleen van een ouderling te komen, maar mag u van de hele gemeente vragen: we hebben een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid t.o.v. onze jongens en meisjes. Het is misschien goed daar de gemeente ook oog voor te laten krijgen; er bij een doopdienst eens op te wijzen.
En dat allemaal niet om te bereiken dat ze de kerk toch wel een beetje aardig gaan vinden, maar wel om ze te brengen tot een radicale keus voor onze Heer, Jezus Christus. Hij is de weg; het leven is één.
En toch wordt dat kiezen voor de Here Jezus een stuk gemakkelijker als dat eerste, dat ze zijn gemeente best "aardig" vinden, er ook is. Sterker nog, we zouden moeten zien te bereiken zo gemeente te zijn, dat je als jongere je er prettig voelt, er je eigen plaats hebt; het idee hebt erbij te horen, serieus genomen te worden.
Huisbezoek aan jongeren
Jongeren vanaf 16 jaar moeten apart huisbezoek hebben, hetzij van de jeugdouderling, hetzij van de ouderling van het gezin. Niet alleen omdat een jongere zelf gemakkelijker praat als zijn ouders er niet bij zijn, ook omgekeerd, omdat ouders vrijer zijn in hun spreken als er geen kinderen bij zijn.
In dit verband verwijs ik nog even naar de huisbezoeken waar ik het eerder over had, waar we de ouders heel concreet vragen naar hun omgang met de Here, zoals dat een rol speelt in hun gezinsleven.
Een ouderling is herder van een stukje van de kudde van de opperherder Jezus. "Hoed mijn schapen, weid mijn lammeren!" Een goede herder kent zijn schapen, Over de aard en het scheppen van een relatie hebben we het al gehad.
Bij het maken van een afspraak voor een huisbezoek vroeg ik altijd: Kom jij bij mij of kom ik bij jou? Want je moet ongestoord kunnen samen zijn en bij hen thuis is dat niet altijd mogelijk. Net als bij een gewoon huisbezoek praat je eerst natuurlijk over gewone dingen, maar op een gegeven ogenblik komt een serieuzer gedeelte.
Rechtstreekse vragen
Ik denk dat het goed is te beginnen met duidelijk te stellen; "Ons gesprek heeft alleen zin als we volstrekt eerlijk zeggen wat we denken. Wat gezegd wordt blijft onder ons; er gaat geen verslag naar de kerkeraad, ik praat er niet met je ouders over." Dat maakt het mogelijk rechtstreekse vragen stellen:
- Wie is de Here voor jou?
- Hoe kijk je tegen Hem aan?
Het vervolg hangt af van de antwoorden en het gesprek na deze vragen.
- Wat heb je aan Hem als je op school zit, met je werk bezig bent, enz. Durf je voor je geloof uit te komen in discussies? Reageer je als er spottende opmerkingen gemaakt worden of als er nadrukkelijk tegen de bijbel ingegaan wordt? (Niet dat je altijd reageren moet; daarom juist! Hoe ga je daarmee om) - Lees je zelf uit de bijbel? Wanneer? Wat?
- Met welke dingen uit de bijbel heb je moeite?
- Bid je zelf wel? Wanneer? Hoort de Here je? Wat betekent dat bidden voor jou?
- Voel je je thuis in de gemeente? Wat zou er anders moeten zijn?
Of:
- Waarom kun je niet geloven? (Altijd de antwoorden serieus nemen! Er zullen dingen bij zijn die we zelf ook moeilijk vinden. Dat dan ook eerlijk zeggen, maar wel altijd spreken vanuit de overtuiging: ik weet dat het waar is; Hij is er en Hij kent jou!) Bij iemand die (te) gemakkelijk antwoordt, stelde ik ook wel heel moeilijke vragen; b.v. over Gods liefde en het lijden. Als ze moeite hebben met regelmatig bijbellezen zou je als hulpmiddel een nummer van de Sleutel kunnen geven.
Dat zou dan meteen een mooi uitgangspunt voor een volgend gesprek kunnen zijn.
Ik begon zo'n huisbezoek nooit met gebed en bijbellezen, ik eindigde er wel altijd mee. Dat heeft het voordeel dat het gesprek zo open mogelijk kan beginnen; bovendien kun je aan het eind een bijbelgedeelte kiezen dat past bij wat er gezegd is. Net als bij gewone huisbezoeken verloopt het ene gesprek veel gemakkelijker dan het andere. Als er echt sprake is van ongeïnteresseerdheid of onwil is daar heel moeilijk door heen te komen. Dan is er veel wijsheid en hulp van de Heilige Geest nodig.
Studerenden
Mijn collega-jeugdouderling en ik belegden een keer per jaar eind juni of half augustus, een bijeenkomst met jongeren die per september het huis uitgingen of zouden gaan studeren.
Tijdens een gezamenlijke maaltijd lieten we ze vertellen over hun verwachtingen en wezen we op de problemen waar ze voor zouden komen te staan, hoe ze die zouden kunnen opvangen, enz.
Catechisatie
Over catechisatie wil ik alleen wat opmerkingen maken; het zou op zich een conferentie-onderwerp kunnen zijn. Ik noem dingen die in de lijn liggen van wat ik verder naar voren gebracht heb. Ik heb zelf tot vorig jaar catechisatie gegeven aan de groep van 16 jaar en ouder, ben dus gedwongen geweest er goed over na te denken. Wat ik noem heeft met name betrekking op die leeftijdsgroep. Heel belangrijk is dat catechisanten niet enkel iets leren of horen over de Here, de bijbel, de geloofsartikelen, maar dat het altijd in betrekking tot hen zelf gebracht wordt. Het gaat niet over de God van hemel en aarde, maar over jóuw God, jóuw hemelse vader, die van jou houdt en graag wil dat jij van Hem houdt.
De sfeer moet plezierig zijn en iedereen moet meedoen.
Ik vond zelf dat dat het beste te realiseren was door niet één uur per week, maar twee uur (7 kwartier) per 14 dagen catechisatie te geven. Dan kun je een koffiepauze inbouwen, waarin om de beurt iemand tracteert. Je kunt zeggen: flauwekul, maar het werkte wel sfeerbevorderend. Door ze eerst schriftelijk twee aan twee een paar directe vragen te laten beantwoorden, probeerde ik te bereiken dat iedereen meedeed. Twee aan twee: dat is gezelliger dan alleen. Het heeft· trouwens meer voordelen: tegenover elkaar durven ze eerlijker te zijn . dan in de groep. En die eerlijke antwoorden durven ze straks wel in de groep voor te lezen; het is nu immers een antwoord van samen! Bovendien is voorlezen minder bedreigend.
En doordat ze zelf op zoek zijn geweest naar een antwoord, zijn ze nieuwsgierig naar wat de anderen zeggen of wat hèt antwoord is. En dat geeft weer betrokkenheid bij de bespreking en in de discussie. Ik liet wel in korte aantekeningen de belangrijkste dingen opschrijven om te kunnen laten leren, maar altijd de stof van de vorige keer aan het begin van de nieuwe catechisatieles. Dat geeft ook nog rust na het binnenhollen.
Belofte en uitzicht
Ik ben me ervan bewust heel wat overhoop gehaald te hebben. Dit is geen verhaal voor de commerciële club, dat eindigt met de belofte van een hoog rendement en geweldige vooruitzichten. Wij hebben andere beloften en uitzichten. Er zijn veel dingen genoemd die een verzwaring van onze taak inhouden, maar er staan dan ook belangrijke zaken op het spel. Het gaat niet alleen om het behoud van onze jongens en meisjes, maar ook om de manier waarop zij (en wij) nu en straks als leesbare brieven van Christus hun taak in de wereld zullen vervullen en de gemeente van onze Heer Jezus vormen.
Dat betekent dat het gaat om de eer van God, die ons wil helpen, als wij trouw zijn en hart hebben voor de aan onze zorg toevertrouwde schapen. Hij die ons roept, is getrouw; Hij zal het ook doen. 1 Thess. 5:24.