De hik
1995-08-11
Bij Ame en Josien is het tweede kindje geboren. Op een middag gaan we er op kraambezoek, want Ame werkt in ploegendienst. Hun zoontje Sander van drie scharrelt door de kamer. Eerst heeft hij ons uitgebreid bekeken. De dominee heeft hij al vaker gezien. Maar dat mens ernaast kent hij niet. toch, na een poosje, stalt hij al zijn autootjes aan mijn voeten uit. Mijn man heeft een stapeltje prentenboekjes ter inzage gekregen. Zo’n dominee is gauw zoet met een boek, moet je maar rekenen. Even later zit hij als een muisje zo stil op z’n vaders knie, want er wordt uit de bijbel gelezen. En na het ‘amen’ van het gebed zegt Sander, hoe kan het ook anders: ‘Here, zegen dit eten om Jezus’ wil, amen..’- Jaargang 39
- nummer 16
Een paar weken later breng ik Josien de knippatronen waar ze mij om heeft gevraagd. Ik bel aan. Sander doet open. ‘Is mama thuis?’ Hij knikt en kijkt mij onderzoekend aan. ‘Mama, de dominee is er’, roept hij. Josien komt de trap af met de baby op de arm. ‘Dat is niet de dominee, gekkerd, dat is de mevrouw van de dominee’. Tegen mij: ‘Komt u binnen. Als u de baby even vasthoudt, dan maak ik haar fles klaar’. ‘Dat is mijn zusje’, zegt Sander bezitterig, ‘heb jij ook een klein zusje thuis?’ ‘Nee, die is al groot.’ ‘Hoe groot?’
‘Ze gaat al naar school’. Ja, daar heeft hij niet van terug. Josien komt binnen met thee en een fles voor de baby. Op dat onmogelijke moment krijg ik de hik. Josien neemt de baby van me over en ik loop naar de keuken – zeven slokken water met de neus dicht. Sander is achter me aangelopen. Tegen het aanrecht geleund slaat hij mijn pogingen gade. ‘Dominees-mevrouw, hebt u de hik?’ vraagt hij deelnemend. En dan verslik ik me in het water van het lachen.
Ik had dit natuurlijk nooit thuis moeten vertellen. Want als mij dat nu weer overkomt, is er altijd wel iemand die zegt: ‘Dominees-mevrouw, hebt u de hik?’