Slechte moeders?

1995-08-11
  • Jaargang 39
  • nummer 16
Nog niet zo lang geleden was je een slechte moeder als je een betaalde baan buitenshuis had. Tegenwoordig lijkt de werkende moeder heel gewoon. Maar: is zo’n keuze wel in het belang van je kind? En als je denkt dat het niet slecht is: welke kinderopvang moet je dan kiezen?

De derde spreker op congres van de VCPB 1 was Marianne de Wolft. Ze is sinds kort zelf werkende moeder. De Wolft schotelde de verzamelde pedagogen en beroepsopvoeders een stevige hoeveelheid studiemateriaal voor om daarmee uit te leggen waar je op moet letten bij je keuze vóór of tegen kinderopvang door anderen. "Nog niet zo lang geleden was het 'slecht' voor je kind wanneer je als moeder buitenshuis werkte. Inmiddels werkt in Nederland ongeveer 30% van de moeders met jonge kinderen buitenshuis. Er zijn momenteel 1300 kinderdagverblijven; zo'n 100.000 kinderen worden buitenshuis door anderen dan de eigen ouders opgevangen." Cijfers die niet gering zijn. Want: stel dat deze opvang verkeerd is voor de kinderen: dan vraagt zo'n ontwikkeling in de toekomst om forse investeringen om de gevolgen bij te sturen.

Emotioneel
De diskussie over de voor- en nadelen van kinderopvang is vaak fel. Daarbij worden meestal meer emotionele dan verstandelijke argumenten gehanteerd. Misschien is dat geen wonder: het thema raakt ons allemaal immers heel direct. Voorstanders van kinderopvang vinden dat ouders die hun kind thuis opvangen het kind ontwikkelingsmogelijkheden onthouden, tegenstanders ergeren zich aan het feit dat werkende ouders hun kind zomaar bij anderen 'dumpen'. In christelijke kring hoor je daarnaast ook het argument dat je rentmeester bent over je kinderen, dat rentmeesterschap kun je niet zomaar aan anderen overlaten.

Is werkend moederschap vanzelfsprekend?
Zoals al gezegd: vroeger werden 'werkende moeders' vaak slechte moeders gevonden. Komt het kind niet in Er zijn tegenwoordig ook steeds meer mensen die het absurd vinden als moeders stoppen met (buitenshuis) werken. Je ziet dan je kind teveel als bezit, je bent bezig het kind te verstikken, je bent als moeder voor je hele ziel en zaligheid afhankelijk van het kind. Marianne de Wolft ergert zich aan dergelijke uitspraken. Het is niet vanzelfsprekend dat je als moeder 'binnen' blijft, het is evenmin vanzelfsprekend dat je als moeder 'buiten' blijft werken. Mensen 'kiezen' tegenwoordig vaak bewust voor kinderen. Daar hoort dan ook bij dat ouders bewust moeten kiezen voor werkend moederschap, óf dat ze er niet voor kiezen...
In dit verband even terzijde: er zijn ook vaders die voor de kinderen zorgen, terwijl moeder buitenshuis werkt. In het vervolg van deze bijdrage gaat het echter over de situatie waarbij én de vader én de moeder een baan buitenshuis hebben.

Gehechtheid
Marianne de Wolft ging in haar lezing eerst in op wetenschappelijk onderzoek naar de gevolgen van kinderopvang voor de ontwikkeling van het kind. De sleutel tot het thema kinderopvang is de gehechtheidstheorie. Bijna alle kinderen ontwikkelen een unieke en duurzame band met hun belangrijkste opvoeders. Een veilige gehechtheid op jonge leeftijd is de basis van waaruit het kind zijn omgeving durft te gaan verkennen. Om een veilige relatie met het kind op te bouwen is het nodig dat: - de ouders gevoelig zijn voor de signalen die het kind uitzendt.
- er moet voldoende tijd zijn voor het kind om met een beperkt aantal mensen een vertrouwde band op te bouwen (d.w.z.: het kind moet niet iedere dag weer in andere handen zijn).
- de opvoeder moet zichzelf plezierig voelen in hun situatie - ouders moeten het gevoel hebben dat ze gesteund worden door anderen uit de omgeving (familie, buren, mensen uit de kerk).

De vraag is: voldoet kinderopvang wel aan die criteria? Zien werkende ouders hun kind wel voldoende om gevoelig te zijn voor de signalen die het uitzendt? Komt het kind niet in teveel handen? Voelt een opvoeder zich wel plezierig in de drukke
combinatie van gezin en werk?

Kinderopvang is niet slecht
Stel je nu voor dat uit het onderzoek naar de eftecten van kinderopvang was gekomen dat deze opvang slecht is voor het kind: wat dan? Dan had Marianne de Wolft (of haar echtgenoot) daar conclusies aan moeten verbinden; hun zoontje zou weer thuis verzorgd moeten worden ... Zover kwam het niet, want volgens De Wolft komt uit wetenschappelijk onderzoek naar voren dat de kinderen die buitenshuis opvang krijgen zich niet minder hechten aan hun ouders dan kinderen die de eerste jaren thuis opgroeien. De tevredenheid van moeders speelt wel een rol. Als een moeder zich thuis ongelukkig voelt heeft dat een negatief eftect op de hechting van het kind. Als een moeder zich schuldig voelt over haar werk of omdat ze overbelast raakt, geldt hetzelfde. Kennelijk is de vraag hoe je je als moeder voelt van groot belang. Bij kinderen uit 'achterstandsgezinnen' wordt de verstandelijke ontwikkeling in positieve richting gestimuleerd door opvang buitenshuis. De slechte thuissituatie wordt een beetje gecompenseerd door de opvang buitenshuis. Wat de sociale ontwikkeling betreft valt op dat kinderen op kinderdagverblijven iets eerder in staat zijn om samen te spelen. Anderzijds is er ook een onderzoek bekend waaruit blijkt dat deze kinderen thuis vaker opstandig zijn tegen hun moeder. Uit één onderzoek blijkt dat deze trend zich bij jongens op latere leeftijd voortzet: ze zijn assertiever, maar ook minder gevoelig voor straf en lichamelijk eerder agressief. Het betreft hier echter slechts één onderzoek. Over de eftecten van kinderopvang op latere leeftijd kan dus nog niet echt veel worden gezegd.

Wat vindt het kind er zelf van?
Leuk bedacht allemaal... Maar wat vinden de kinderen er nu zélf van? Wat betekent het voor het kind om al op jonge leeftijd met anderen geconfronteerd te worden? En - een principieel argument - kun je het eigenlijk wel maken als christen-ouders om de opvoeding van je kind met een ander te delen? Over die vragen gaat een bijdrage in het volgende nummer van 'Opbouw'.

Noot
1. Dit is het derde deel van een serie naar aanleiding van het congres van de Vereniging van Christen Pedagogen en Beroepsopvoeders VCPB (p/a ICS, Nleuwezijds Voorburgwal 96-1, 1012 AMSTERDAM, 020-6257141). De vorige afleveringen werden gepubliceerd in 'Opbouw' 39/10 en 39/11.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief