Depressie
1995-08-11
De meeste hulpverleners zijn te 'doeerig'. Ze willen allemaal iets doen. Ze zitten aan iemand te pluizen en te plukken, te hijsen en te sjorren, waardoor de onderlinge vervreemding groter wordt. De depressieve mens ergert zich vaak aan al dit gedoe om en met hem, gaat zich nog meer pantseren, wordt daardoor nog eenzamer, komt nog dieper in de hel. De hulpverlener, in huis of daarbuiten, gaat zich opwinden en laat zich bij tijd en wijle ontvallen: stank voor dank! Geen land mee te bezeilen! Ik kan niks goed doen! 't Is ook een onmogelijk mens! Het is misschien beter om af te strepen wat je persé niet moet doen. Het begrijpende lachje bijvoorbeeld, dat minzaam uitdrukt: wat voor u een vraag is, is voor mij een weet. Kuiper schrijft dat doctoren daar sterk in zijn - en hij kan het weten! - maar ik veronderstel dat ook dominees lang niet altijd vrijuit gaan. Een dergelijke houding, opgetuigd met het in de pastorale handboeken genoemde 'invoelend vermogen', is uiterst pretentieus en werkt afstotend.- Jaargang 39
- nummer 16
Als ik depressief zou zijn, hoop ik voor zulke allesweters en alles-verstaanders gespaard te blijven. Nog een manier, zoals het in geen geval moet: een neerbuigende goedheid, die onder de schijn van het tegendeel geen enkel respect voor de ander toont.
Op de wijze van: ach mijnheertje of mevrouwtje, om nog maar te zwijgen van de beledigende gewoonte om iemand met opa of oma aan te spreken, terwijl die nabije relatie er helemaal niet is. ZÓ ontneem je iemand zijn gevoel van eigenwaarde, zijn besef van menselijkheid. In een depressie is daar al zo weinig van over. Laat dat kleine restje dan intact en ga er uiterst zorgvuldig mee om! We hebben een aantal weerwoorden in het negatieve opgesomd, zoals het niet moet: therapeutisch frunnikend, begrijpend glimlachen, neerbuigend toespreken. Laten we proberen een positieve weg te wijzen, hoe het wel zou kunnen. Het is, naar mijn besef, eenvoudig. Om misverstand te voorkomen: eenvoudig is iets anders dan simpel! Deze eenvoud heeft te maken met het hart van God en met het hart van ons bestaan. De Eeuwig-Trouwe, van wie de Schriften getuigen, zit niet aan mensen te frunniken. Begrijpend glimlachen is er bij Hem niet bij, evenmin neerbuigend toespreken.
Onder het beslag van Zijn Woord en Geest herkennen we, met vallen en opstaan, het wonder boven wonder: Hij aanvaardt ons zoals we zijn, met al onze deuken en barsten, met al onze kreukels en kronkels.
Dit stuk knipten wij uit een artikel, dat Dr. G. W. Marchal schreef in het bekende: 'HERVORMD WEEKBLAD'.
De scribent wil graag, dat wij de legio signalen, die van een depressie uitgaan, zullen opvangen en er iets mee doen. Desrem heeft hij over dit moeilijke onderwerp zijn gedachten op papier gezet.