Kan een ander jouw kind opvangen?

1995-08-25
  • Jaargang 39
  • nummer 17
In de vorige aflevering kwam naar voren dat de buitenshuis werkende moeder een gewoon verschijnsel in onze samenleving is geworden. Toch roept deze ontwikkeling ook vragen op.

Kun je het als christenouder wel maken om de opvoeding van je kind met anderen te delen? En: wat vinden kinderen er zélf van? Wat betekent het om al op jonge leeftijd door verschillende mensen te worden opgevangen?

Meningen zijn verdeeld
Om met de principiële vraag naar het 'delen' van de opvoeding te beginnen: daar gaf Marianne de Wolft, spreekster op het jaarcongres van de VCPB (1), geen rechtstreeks antwoord op. Ze constateerde slechts dat de meningen op het christelijk erf zeer verdeeld zijn. Sommigen vinden dat vrouwen die buitenshuis werken ten prooi zijn gevallen aan een verkeerde emancipatiezucht. Anderen zijn juist van mening dat christenen niet zo wantrouwend moeten zijn ten aanzien van buitenshuis werkende moeders: wie hen afschildert als 'feministes' kent de huidige tijd niet goed. Opmerkelijk is dat beide geluiden te beluisteren zijn in één bundel uit orthodox-reformatorische hoek (2).

Wat betekent kinderopvang voor het kind?
Dan de vraag: wat vinden kinderen er zélf van? Ook die vraag werd niet rechtstreeks beantwoord. Wel ging De Wolft er vanuit dat het mogelijk is om vanuit het perspectief van het kind voor-en nadelen van kinderopvang op een rijtje te zetten. Ze neigde er in haar lezing toe om de voordelen van kinderopvang te accentueren, mits deze opvang aan een aantal voorwaarden voldoet. Als voordelen van kinderopvang noemde ze:
- Opvoeding is intensief. Als de band nauw is (één ouder trekt maximaal op met één of meer kinderen) wordt de kans op irritaties en overbelasting van die ouder groter. Als de opvoeding 'gedeeld' wordt, ontwikkelt het kind een intensieve relatie met andere volwassenen. De eigen ouder wordt op die manier tevens ontlast. Gezien vanuit het perspectief van het kind: het is gebaat bij ouders die energie over hebben, maar het wordt belast door ouders die het allemaal teveel is.
- Een strikte scheiding van taken, waarbij de vader de kostwinner is en de moeder de zorg thuis op zich neemt werkt in de hand dat vaders minder betrokken zijn bij gezin en opvoeding. In sommige gezinnen is de vader een vreemde voor het kind geworden. Vanuit het perspectief van het kind gezien: het heeft ook recht op een vader.

Vormen van opvang
In navolging van Els Lodewijks-Frencken (3) benadrukte De Wolft dat de relatie tussen ouders en kind van fundamenteel andere waarde is dan de relatie tussen vervangende opvoeders en het kind. Hoe je het ook wendt of keert: ouders hebben een belangrijker plaats in het leven van kinderen dan andere opvoeders. Ook gaf De Wolft (evenals Lodewijks) de voorkeur aan niet-professionele opvang. Ouders kiezen vaak voor professionele opvang (crèche, kinderdagverblijf) omdat deze opvang beter 'gegarandeerd' is. Volgens De Wolft sluit een vaste, niet-professionele opvang (voor jonge kinderen) echter beter aan bij de behoeften van het kind. Daarbij kan gedacht worden aan: oma, betaalde opvang thuis, een gastouder-opvang (in een ander huis) enz. Voor peuters biedt het dagverblijf ook voordelen, maar het is wel een heel andere wereld, met alle nadelen van dien.
Tegenwoordig is er ook buitenschoolse opvang: het kind krijgt hier na schooltijd begeleiding. Nadeel is dat het kind na schooltijd zijn verhaal nóg niet echt kwijt kan. Ook hebben oudere kinderen behoefte aan privacy (de eigen kamer) en die is bij de naschoolse opvang niet voorhanden.

Aanbevelingen
Tenslotte een aantal aanbevelingen voor ouders die overwegen kinderopvang voor hun kind te zoeken.
1) Maak een bewuste keuze hoeveel uur je als vader en moeder buitenshuis gaat werken (Els Lodewijks geeft als maximum 40 tot 50 uur, De Wolft noemde 50 uur een goed gemiddelde, maar durfde het maximum aantal uren hoger te stellen: 60 tot 70 uur).
2) Overweeg wannéér je gaat beginnen met kinderopvang. Volgens De Wolft zijn hier geen harde criteria voor. Ze noemde als suggestie: voor de 6e maand, omdat het kind dan nog niet eenkennig is.
3) Maak onderlinge afspraken over taken in het huishouden. Soms moet de moeder én buitenshuis werken en het hele huishouden regelen. Probeer tot een meer evenwichtige verdeling te komen.
4) Zorg dat je het eens wordt over het te kiezen type kinderopvang.

Afsluitende opmerkingen
Het verhaal van De Wolft riep bij mij instemming op, maar ook vragen. Een selectie .... Wanneer je kiest voor opvang elders, is dan niet het eerste criterium of de sfeer van de vervangende opvang aansluit bij het ouderlijk gezin? (d.w.z.: kiezen voor een christelijke oppas of voor een christelijk gastgezin). Een tweede opmerking betreft het feit dat er kinderen zijn die extra aandacht vragen, bijv. kinderen die zich moeilijk hechten. Ze zijn gedurende langere tijd gebaat bij een vaste omgeving met vaste opvoeders met hun eigen geur, gewoonten, geluiden, regelmaat. Sommigen vermoeden dat opvang op jonge leeftijd door derden hen zou kunnen verwarren en in hun hechtingsmogelijkheden belemmeren.
Het ene kind is immers het andere niet. Of ouders de opvang van hun kind aan derden over kunnen laten heeft dus niet alleen met hun eigen wensen, maar ook met de eigenschappen van het kind te maken.
Een derde opmerking is dat ouders de 'dubbele belasting' vantwee banen buiten het gezin niet moeten onderschatten.
Die belasting is er niet alleen bij jonge kinderen; de investering die pubers vragen is soms nog groter. Als ouders tijd en energie voor elkaar, voor de kinderen, voor de kerk en de samenleving over willen houden dan zullen ze het aantal buitenshuis gewerkte uren moeten begrenzen. Daarbij moeten de taken eerlijk verdeeld worden. Het kind heeft recht op een vader én op een moeder.

Noten:
1) VCPB: Vereniging van Christen Pedagogen en Beroepsopvoeders. Eerdere bijdragen in deze serie werden gepubliceerd in 'Opbouw' 39/10, 39/11 en 39/..

2) Jac. Schaeffer e.a.: Gezin 2000, Dynamiek of dynamiet? (GSEV-Reeks, nr. 26); De Vuurbaak, Barneveld, 1993

3) Els Lodewijks-Frencken: Dag Marietje, tot vanavond.!; Nelissen; Baarn, 1992.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief