Doen wat goed is voor allen (2)

1994-01-14
  • Jaargang 38
  • nummer 1
Niet achteruit de kerk uitlopen
Goed doen voor allen. Wij zijn als nederlands gereformeerden in het algemeen klein in getal. Zouden wij onze aandacht enkel naar binnen toe richten en onze energie in de eigen kring investeren dan zou er gemakkelijk een kneuterig sfeertje ontstaan.
Het zal dus ook onszelf goed doen wanneer we de blik naar buiten richten.
Ik juich het daarom zeer toe wanneer (bijvoorbeeld) onze zusters zich in het maatschap-pelijke vrijwilligerswerk begeven. Wij moeten op de zondagavond niet achteruit de kerk uit lopen, maar met het gezicht naar de wereld toe. Er is zoveel nood en met name het bejaardenwerk wordt vanwege de bezuinigingen steeds moeilijker.
De christelijke gemeente mag zich die nood aantrekken. Zoals ook die van het verplegen en bezoeken van aidspatiënten die door de rest van de mensen gemakkelijk gemeden worden.
Mij is wel eens het verhaal verteld dat in de vroege kerkgeschiedenis de christenen zich vrijwillig opgaven om tijdens pestepidemieën de zieken te verzorgen. Er was verder niemand voor dat werk te vinden. De mensen waren te bang zelf besmet te worden. Maar christenen stelden zich daarvoor beschikbaar. Ze waren immers toch vanwege hun geloof in Christus tegen de dood verzekerd.
Wat kon hun dan schade-nook al lieten zij het leven? Ze konden daarom hun leven belangeloos inzetten, uit liefde tot de Heiland die hen kocht en uit liefde tot hun naasten. Die houding heeft de kerk enorm doen groeien, aldus werd ons verteld. Ik heb nooit goed geweten wat ik van dat verhaal moet geloven. Zouden christenen dit werkelijk massaal hebben gedaan? Ik heb dat altijd betwijfeld. Maar het zal voorgekomen zijn. En al zijn het er maar een paar geweest die zoiets gedaan hebben, de sprake die daarvan uitgegaan is zal haar uitwerking niet gemist hebben. Zo zal dit verhaal in de wereld gekomen zijn. En zo zuIlen inderdaad ook mensen tot het geloof en tot de kerk zijn toegetreden.

Moeilijke tijden
Wij hebben vandaag allemaal, denk ik, het vermoeden dat er moeilijke tijden voor de deur staan. Tijden waarin veel mensen in nood zullen zijn. En dat niet alleen ver weg maar ook zeer dicht bij.
Er komen plenty gelegenheden om in de wereld vlak bij diakonaal bezig te zijn. Bijvoorbeeld in het thuis verzorgen van zieken en bejaarden en in het begeleiden van stervenden (zoals de stichting Kuria in Amsterdam zich daarop toelegt; werkelijk prachtig werk!). In die zin moet Christus' gemeente inderdaad door de week in kleine eenheden van christenen uitzwermen om met open ogen door de wereld te gaan. We zullen dan trouwens ook merken hoezeer we de zondag als dag van op adem komen nodig hebben. Om krachten op te doen zodat we er 's maandags weer tegenaan kunnen. Om alert en attent in het leven te staan. Als een kelner, inderdaad, die nauwlettend toeziet waar zijn diensten nodig zijn.

Werelddiakonaat
En dan het werelddiakonaat. De hulp aan de verre naaste. We weten dat er veel organisaties zijn die zich daarmee bezighouden. Ook wel zo dat ze (zo is mijn indruk) elkaar wat overlappen.
Ik wil niets ten nadele van al die christelijke en kerkelijke organisaties zeggen maar toch voel ik de aandrang tot een opmerking. Laten we ons van geval tot geval afvragen of het echt nodig is dat er een specifiek christelijke organisatie voor dit of voor dat komt. Mijns inziens moet dat alleen als het via neutrale organisaties niet gaat, bijvoor-beeld omdat we ze van oneerlijkheid of grove ondoelmatigheid zouden moeten verdenken. Ik heb het nu natuurlijk over materiële hulpverlening.
Zodra het om meer geestelijke hulp gaat, ligt het wel anders. Maar bijvoorbeeld een kollekte voor een ramp hier of daar. Waarom zouden we die niet via het Rode Kruis laten lopen?
Toch een bona fide organisatie?
'Ja, maar dan wordt niet duidelijk dat wij helpen om Christus' wil.' Moet dat dan altijd? vraag ik me af. De Here ziet toch in het verborgene? 'Laat uw linker hand niet weten wat uw rechter doet' (Matt. 6 : 3) is een woord dat Jezus toch niet voor niets gezegd heeft?
Bovendien, alle hulp uit het westen wordt door derdewereldlanden als christelijke hulp gezien, die van het Rode Kruis niet uitgezonderd. Laten we dan niet te beschroomd zijn om van zulke organisaties gebruik te maken.

Het rode kruis
Ik herinner me nog goed dat er een schokje door mij heenging toen ik merkte dat het Rode Kruis in Israël de Rode Davidsster heet en in Arabische landen de Rode Halve Maan. Hé, dacht ik toen, men vat daar het kruis van het Rode Kruis op als een christelijk symbool.
Daar had ik zelf nog nooit bij stil gestaan dat het kruis van het Rode Kruis inderdaad uiteindelijk van het christelijke kruis, van het kruis van Christus, afkomstig is. Buitenstaanders hadden dat blijkbaar wel door.
Het is maar een voorbeeld. Er hoeft dus zo wil ik zeggen niet voor alle hulpverlening in de verte een christelijk kanaal te zijn. De hulpverlening zelf is al christelijk, ook al zwijgt ze over die afkomst. Want de bekommernis om de arme en de behoeftige, om geen andere reden dan dat hij een medemens is, is een vrucht van christelijke bodem. Geen misverstanden nu graag, barmhartigheid vinden we gelukkig overal, in alle kulturen en in alle godsdiensten. Maar vaak is dat een barmhartig-heidsbetoon op basis van een familie- of vriendschapsband of om reden dat men eenzelfde godsdienst belijdt of misschien zal gaan belijden. Het enkel medemens-zijn van de .ander maakt in die optiek de barmhartigheid nog niet gaande. Het helpen van de ander om geen andere reden dan dat hij een mens in nood is, is wereldwijd gezien minder vanzelfsprekend dan wij denken. Mevrouw Rookmaaker heeft mij eens verteld dat in India het begrip 'naaste' eigenlijk onbekend is. Naaste: de medemens die alleen maar het mens-zijn met mij gemeenschappelijk heeft. En dat dat dan voldoende is om je voor die medemens verantwoordelijk te VOelen. Dat lijkt me inderdaad juist opgemerkt. En het betekent dat alle naastenliefde van huis uit christelijk is. Althans (om het bescheiden te houden), christelijke wortels heeft. Welnu, dat gegeven zou ik willen gebruiken om neutrale organisaties als het Rode Kruis eens met andere ogen te bezien. Het Rode Kruis, we zijn er verwant mee. Het noemt zich neutraal (terecht wel) maar het heeft christelijke wortels. En hoe verder de sekularisatie voortschrijdt des te sterker komen die wortels boven.
Tenslotte zullen er alleen nog christenen aan meedoen, denk ik.
Want waar haalt een mens de nodige Ausdauer voor zijn inzet vandaan tenzij dan dat hij kan putten uit de nooit opdrogende bron van Christus' liefde?

Koördinatie
Moet er meer koördinatie komen in onze hulpverlening? Kan het niet tot een vereenvoudiging komen door iets overkoepelends te kreëren? Zulke vragen komen vandaag hier ook aan de orde. Ik heb de neiging te zeggen: Laat bestaan wat bestaat. Er zit ook eigenlijk wel iets dierbaars in dat zoveel organisaties zich met hetzelfde bezighouden. Het wijst op betrokkenheid en mededogen onder het christenvolk.
Dat lijkt in strijd met wat ik zoëven zei. Maar dat is toch niet het geval. Ik keerde me zoëven tegen het oprichten van telkens weer nieuwe christelijke organisaties. 'Bezint eer ge begint', zei ik daarvan. Maar dat is iets anders dan dat ik het pleit zou voeren bestaande organisaties af te breken. Leven en laten leven, zou mijn advies zijn. En wat de ingewikkeldheid betreft, ach, dat valt wel een beetje mee. Een overkoepelend orgaan is mogelijk wellicht efficiënter, maar als de prijs daarvoor een zekere vervreemding en verzakelijking zou zijn dan zou ik die prijs veel te hoog vinden.
Het hele kerkelijke bedrijf is toch onmogelijk efficiënt of ekonomisch te noemen? De handen jeuken soms toch (om een voorbeeld te noemen) om bepaalde gemeentes te laten fuseren, hetgeen werkel ijk een reuzenbesparing in ekonomische zin zou opleveren? En toch doen we dat niet omdat er hogere belangen dan alleen ekonomische zijn, bijvoorbeeld die van een waardevolle kerkelijke identiteit die met historische achtergronden en nog zoveel meer te maken heeft. Zo ook hier. Wanneer verschillende hulpverleningsorganisaties samengetrokken worden draait dat er meestal op uit dat één beroepskracht het werk van veel vrijwilligers gaat overnemen. Dat mag tot grotere efficiency leiden, het wegvallen van het vrijwilligerselement is zonder meer een verlies. Hier moet ik denken aan iemand die ooit als vrijwilliger gevangenen bezocht en opeens te horen kreeg dat deze dienstverlening niet meer op prijs gesteld werd omdat er een beroepskracht aangetrokken was. Tot spijt van hem en de gevangenen die hij bezocht.
Ik denk daarom dat we de bestaande gespreidheid van het werk getroost op ons moeten nemen. Het misschien ietwat chaotische heeft nadelen maar ook voordelen. Te gauw wordt het met het negatieve woord 'versnippering' gedoodverfd.

Werkelijkheid en mediawerkelijkheid
Overigens, bij het goed doen voor allen moeten we toch vooral dicht bij huis blijven. De werkelijkheid van de nood in de verte is, dat moeten we niet vergeten, veelal een mediawerkelijkheid.
Ik wil daarmee niet zeggen dat krant en tv er maar op los liegen. Zeker niet! Maar het gaat daarin toch om een werkelijkheid die ons slechts via het nauwe oog van de kamera of via de schrijvende hand van de journalist bereikt. Daar steekt wel iets eenzijdigs in. Dat merk je als je bijvoorbeeld in Afrika ook maar één voet aan land hebt gezet. Je stuit dan onmiddellijk op armoede en gebrek, dat is waar, maar ook en daar dwars doorheen op een stralende blijmoedigheid.
Die laten de kamera's niet zien.
Eenzijdigheid dus en zelfs wel eens iets van manipulatie. Er gaat niets boven het zelf meemaken en ervaren van noodsituaties en dat kan alleen in de werkelijkheid van de eigen omgeving.
En om nu op die zelf meegemaakte ervaringen van nood goed in te spelen is maar niet iets van jezelf nodig, een geldbedrag bijvoorbeeld, maar wordt er een beroep op jezelf als hele persoon gedaan. 'Naaste' is een lokaal begrip dat vooral letterlijk genomen moet worden: de meest dichtbije.
In de term 'verre naaste' zit zo bezien zelfs een tegenstrijdigheid. De bijbel doet met het woord 'naaste' niet maar een beroep op je portemonnaie maar op je hart. En om daar echt gevolg aan te geven moet je de arme 'bij je hebben', zoals het evangelie zegt (Matteüs 26 : 11). Dit lijkt me een behartenswaardig gezichtspunt in een tijd dat via de asielzoekers de verren bezig zijn naasten te worden. Nee, ik weet wel, dit moet ook weer niet al te straf doorgevoerd worden. Paulus organiseerde in Korinthe en elders ook een geldinzameling ten behoeve van de noodlijdenden in Jeruzalem (I Kor. 16; verre naasten, verre broeders zelfs!), maar de gestalte van de naaste is toch het meest overtuigend in de persoon die je persoonlijk ontmoet.
De barmhartige Samaritaan is daar nog altijd hét grote voorbeeld van (Luk. 10).

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief