Afrikaanse Evangelische Alliantie houdt internationale assemblee

1994-01-14
  • Jaargang 38
  • nummer 1
De Afrikaanse Evangelische Alliantie (Association of Evangelicals of Africa) hield van 31 oktober tot 9 november 1993 haar zesde Algemene Assemblee in Lagos, Nigeria. Met nog drie Nederlanders woonde ik die assemblee bij. Wat heeft nu een Nederlands Gereformeerde op zo'n congres te zoeken? Dat betrof studieredenen. De alliantie heeft in de 27 jaar van haar bestaan zich weten bekend te maken als de evangelische stem uit Afrika.
Degene die daaraan in belangrijke mate een bijdrage heeft gegeven is de Nigeriaan Dr. Tokunboh Adeyemo, die in november 1993 nog te horen was in Barneveld en te zien was op de Nederlandse televisie. Van een kleine onbekende organisatie in de jaren zestig en zeventig is ze geworden tot de evangelische spreekbuis voor velen. De evangelische 'crème' uit Afrika was op dat congres aanwezig.


fWat viel me op?
Allereerst dat er zoveel vrouwen waren.
Sinds 1989 kent de alliantie een vrouwentak, PACWA (Pan Africa Christian Wamen Alliance) geheten. In korte tijd zijn er in ruim twintig Afrikaanse landen nationale afdelingen ontstaan, en in ongeveer tien andere landen wordt daaraan hard gewerkt. PACWA heeft zich vijf doelen gesteld: netwerken opzetten, sociaaleconomische aandacht voor vrouwen, vrouwen in ontwikkeling, vrouwen in evangelisatie, maar ook beroepsmatige assistentie aan vrouwen. Dat laatste betreft dan het beroep dat gedaan wordt op deskundige vrouwen als advocaat of arts om andere vrouwen van dienst te zijn. Zo werd er eerder dit jaar in Kenia een seminarium 'vrouwen politiek' georganiseerd.
Continentaal wordt aan dit werk leiding gegeven door mevrouw Judy Mbugua uit Kenia, moeder van vijf bijna volwassen kinderen. Zij is een vrouw om U tegen te zeggen.
Als tweede viel me op dat er drie van oorsprong Nederlandse organisaties geassocieerd lid zijn van Afrikaanse Evangelische Alliantie. Je zou dat vrienden kunnen noemen, die mede richting geven aan de continentale organisatie. De volle leden zijn namelijk de nationale evangelische allianties, waarvan er nu 29 bestaan. Dat is een behoorlijk aantal, als je je realiseert dat er 52 landen en een paar eilanden zijn in Afrika, waarvan vele bijna uitsluitend Islamitisch. Deze drie geassocieerde leden wil ik hier noemen:
1 De Stichting Open Doors (vroeger Kruistochten). geleid door Anne van der Bijl. In het buitenland is hij beter bekend onder de naam 'brother Andrew'.
2 De Stichting 3xM (More Message in the Media), een uit de Evanqetische Omroep ontstane organisatie met Martien Timmer aan het hoofd.
3 De Stichting Dorkas Internationaal in Andijk, geleid door Dirk Jan Groot. Vroeger werkte die organisatie onder de naam Christelijke Stichting voor Hulp aan Gewetensvervolgden.
Waarom zijn deze organisaties nu lid van de Afrikaanse Evangelische Alliantie?
Wel, omdat ze alle drie werkzaam zijn in onder meer Afrika. Dat geldt ook voor een organisatie als ZOA Vluchtelingenzorg, een van huis uit Vrijgemaakte organisatie, die ook banden met de Afrikaanse Alliantie heeft.

Wat was leuk?
Dat waren vooral de landenpresentaties, die elke avond werden gehouden.
Die programma's werden op verschillende wijze ingevuld. De presentaties die me bijzonder aanspraken, waren die van Liberia, Swaziland, Nigeria en van PACWA. De Liberianen waren ondanks de oorlog in hun land toch aanwezig. Zo voelden ze zich niet alleen staan. Zijn spraken over christenvervolging in hun land. In korte tijd groeide de Liberiaanse Alliantie van 12 lidkerken en christelijke organisaties naar zestig. De Swazi vertegenwoordigers - het waren allemaal vrouwen - lieten hun prachtige nationale dracht zien. Aan de kleden was herkenbaar of het om getrouwde dan wel ongehuwde vrouwen ging. Dat is ook bij de Hernhutters het geval en ook Nederlandse klederdrachten hebben bepaalde kenmerken en betekenis. De Nigerianen waren ook heel geestig met het uitbeelden van allerlei beroepen.
De PACWA presentatie werd door PEMA - zeg maar de Afrikaanse EOgefilmd en zal in Nederland door de EO worden uitgezonden of is misschien al uitgezonden. PEMA is gevestigd in Ivoorkust en verkoopt Afrikaanse (christelijke) programma's aan de nationale t.v. uitzendstations. Die organisatie is ook geassocieerd lid van de Alliantie. PEMA is opgericht door een Nederlandse WEC-zendingswerker, Henk D. van Ingen.

Wat was het thema?
Het thema was 'Afrika voor Jezus'. Dat is niet zomaar een evangelische slogan, maar een oproep, een appel tot de christenen van Afrika om het evangelie in hun continent uit te dragen.
Daarvoor moet je visie hebben.
Adeyemo zei dat je met 'visie' Afrika als een geestelijk-dynamisch continent ziet. Afrikanen, aldus Adeyemo, veranderen kerken niet in hotels of bioscopen, zoals in het westen gebeurt. Afrikanen daarentegen zetten die gebouwen om in Godshuizen. En dat moet gezegd, in Nigeria staan overal wegwijzerborden naar de vele kerken die er zijn. Vaak begint men vlak naast de ene kerk gewoon een tweede kerk van dezelfde kerkgemeenschap, en' ook die tweede komt vol met mensen. Dat heb ik geconstateerd in Kwoi, Kaduna Staat in Nigeria. Daar heb je zomaar een eerste en een tweede ECWA-kerk (Evangelical Churches of West-Afrika).
De assemblee heeft een 'adopteer een natie' plan aangenomen. Dat is een uitnodiging en uitdaging aan de bestaande nationale evangelische allianties om een buurland te adopteren; om daar te gaan evangeliseren. Het is een zeven jaren plan. Op de zevende assemblee in 1997wordt de tussenbalans opgemaakt en en op de achtste in 2001 de eindbalans van dit adoptieplan.
Zo kreeg Nigeria als buurland Niger toegewezen, een overwegend moslim land. Tsjaad kreeg Lybië als adoptieland toegewezen. De evangelische christenen daar liepen in een bepaalde provincie al op het adoptieplan vooruit. Ze hadden afgesproken voor de kerst van 1993 in 250 dorpen in eigen land te evangeliseren! In zuidelijk Afrika zijn bijna overal allianties, maar nog niet in Lesotho. Daarom werd de Zuidafrikaanse alliantie gevraagd hier werk van te maken.

Hoe zag het programma er uit?
Elke morgen was er een gemeenschappelijke bijbelstudie aan de hand van het boek Nehemia, ingeleid door Dr. Adeyemo en Ds. Daidanso uit Tsjaad. Daarna werd er vaak - niet altijd - in kleine groepjes gebeden.
Vervolgens ging men in werkgroepen uiteen. De eerste helft van de ochtend waren dat onderwerpen op het gebied van de zending, zoals vrouwen in de zending, onderzoek op het terrein van de zending en financiën in de zending.
In de tweede helft van de ochtend waren er werkgroepen op het gebied van de eigen interesse.
In de middag kwamen de verscheidene takken van het werk van de continentale alliantie aan bod. Zo waren er werkgroepen van de meeste commissies, afdelingen en projecten. Om enkele te noemen: de theologische commissie, die van ethiek, vrede en gerechtigheid maar ook de commissie hulpverlening en ontwikkeling, en de commissie voor evangelisatie en zending, maar ook van de afdeling sportevangelisatie en die van communicatie.
De PACWA vrouwen hadden ook hun eigen bijeenkomsten. Ook het projec: PEMA had werkbijeenkomsten.

Wat hieldende statutenwijzingen in?
De laatste dagen werden besteed aan statutenwijziging, hetgeen minderboeiend was. Drie belangrijke wijzigingen stip ik hier aan:
1 De naamswijziging. De naam 'Madagascar' komt niet meer voor in de officiële naam van de organisatie, die tot november heette Association of Evangelicals of Africa and Madagascar.
2 De Assemblees worden niet langer om de zes jaar, maar om de vier jaar gehouden.
3 De secretaris generaal en de plaatsvervangend secretaris-generaal kunnen vanaf nu niet langer dan drie keer een termijn van vier jaar hun ambt bekleden. Daarna moeten zij het heft in andermans handen geven.

Wat was anders dan bij ons?
Allereerst de nadruk op het gebed. In het programma was daar 's ochtends van 6.00 tot 7.00 uur tijd voor ingeruimd.
Omdat in het programma niet was gerekend met een uur rijden in de bus naar het Nationale Theather Iganmu, werd de gebedstijd vervroegd van 5.00 tot 6.00 uur in de-ochtend. Dat was mij in elk geval te vroeg.
Voorts maakten de conferentiegangers lange dagen, omdat hotel en conferentieoord gescheiden waren. Dat was vermoeiend. Zo gingen we 's ochtends om 7.00 uur met de bus op pad. Het programma begon dan om even over achten. 's Avonds tegen 10.00 uur keerden we terug naar het hotel. Dan hadden we er een dag van 15 uur op zitten met nauwelijks frisdrank, maar wel twee warme maaltijden. Koffie en thee werden niet geserveerd. Gelukkig kregen we bij de maaltijden wel water.
Overigens had ik steeds drinkwater bij me, want het water uit de kraan is geen drinkwater. De pauzes waren voortdurend te kort omdat de programma's steeds uitliepen.
Verder was de organisatie wat chaotisch.
Er was geen enkele bewegwijzering.
Zo heb ik twee dagen naar de bank lopen zoeken. Dat is dan een klein tafeltje, waarachter een vrouw met Nigeriaanse naira zit om die graag tegen dollars in te wisselen.
Overigens kreeg ieder met travelIer cheques een verlies van 25% te incasseren, want in dat geval betaalde de bank slechts 30 naira uit voor een dollar, terwijl ze 40 naira gaf voor een contante dollar. Een goed opgeleid middenkader ontbrak, want de mensen aan de receptie haalden soms domme dingen uit, zoals het uitdelen van publikaties, die alleen voor gedelegeerden bedoeld waren. Leiders worden zo te zwaar belast. Maar ondanks deze strubbelingen kijk ik met genoegen terug op deze verrijkende ervaring temidden van evangelische christenen in Afrika.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief