God moves in a mysterious way
1994-01-14
A.M. Kool. God moves in a mysterious way. The Hungarian Protestant Foreign Mission Movement. (1756-1951) Boekencentrum. Zoetermeer. 1993. 1023 pp. prijs: f 99,-.- Jaargang 38
- nummer 1
Al bij het eerste ter hand nemen wordt het iedere potentiële lezer duidelijk: het theologische proefschrift van dr. Anne Marie Kool is van een respektabele omvang. Meer nog, bij haar promotie, in Utrecht in juni 1993, werd meegedeeld dat dit de dikste theologische dissertatie is sinds men in ons land dat soort gegevens is beginnen bij te houden! Het was daarmee al meteen zonneklaar dat de zojuist gepromoveerde zich niet snel van haar taak heeft afgemaakt.
Meer dingen waren snel duidelijk. Een 'busload' Hongaren was van Boedapest naar Utrecht gereden om bij de promotie aanwezig te kunnen zijn. De plechtige bijeenkomst werd opgeluisterd door de aanwezigheid van de praeses van de Hongaarse Hervormde Kerk en zijn collega van de Hongaarse Lutherse Kerk. Er werd met de grootste dankbaarheid door hen en andere landgenoten melding gemaakt van het feit dat een groot stuk van hun eigen historie in dit werk was blootgelegd.
Een groot stuk historie die bovendien in Hongarije volstrekt onbekend was, vanwege de jarenlange ideologische omklemming die het grootscheeps doen van fundamenteel kerkhistorisch alsook missiologisch onderzoek nagenoeg onmogelijk had gemaakt.
Dr. Anne Marie Kool (afgestudeerd aan de RU te Utrecht, jaren voor de IFES werkzaam geweest, docente en staflid aan de RBS 'De Wittenberg' in Zeist, en nog veel meer) had speciale reden om dit historische Hongaarse thema te kiezen. Al vrij vroeg in haar studie "drong Hongarije zich aan haar op".
Een aantal jaren heeft ze in Hongarije gewoond en gestudeerd, eerst in de tijd voor de politieke veranderingen, daarna in de turbulente jaren dat wekelijks een stukje van het communistische verleden werd afgeknabbeld en vervolgens in de spannende tijd van de noodzakelijke wederopbouw van het land tot een demokratische natie.
In die tijd leerde zij de moeilijke taal te spreken en lezen die ze nu bijna volmaakt beheerst en ze begon met het leggen van de vele kontakten die haar van zo groot nut zijn geworden. In het proefschrift vinden we namelijk niet alleen een neerslag van jaren van nauwgezette bronnenstudie, maar ook van veel 'oral history'. Zo werden mensen geinterviewd die 50 jaar lang nooit enige vraag over hun werk in de jaren '30 of '40 te horen hadden gekregen...
Wie weet wil krijgen van de vele dingen die in Hongarije zijn gebeurd doet er goed aan om dit proefschrift aan te schaffen en te lezen. De lezer krijgt voor die honderd-gulden-min-een een standaardwerk dat niet snel achterhaald zal zijn! Voor mij zelf (die niet kan pretenderen dat ik alles al genoegzaam heb gelezen) is een aantal passages van aanzienlijke interesse geweest. De wijze waarop Hongarije altijd tussen Oost en West heeft gelegen, ingeklemd tussen het rijk der Habsburgers met hun sterk Contrareformatorische aktiviteit in het Westen en de Ottomaanse machthebbers met hun islamitische geloof en expansiedrang in het Oosten. Ook de geestelijke gevolgen van dat alles voor het zelfbeeld van de Hongaarse Protestanten.
De moeite die men had om zich naar 'het Oosten; te wenden om zendingsaktiviteit te ontplooien De wijze waarop in de vorige eeuw de Schotse zending zich in Pest ging vestigen, nadat een van hen in het Midden-Oosten (waar het eigenlijke werkterrein lag) van zijn kameel viel en thuis moest gaan revalideren. Op weg naar huis kwam hij door Hongarije en op aandrang van de aartshertogin Maria Dorothea bleef hij er. (99vv) (Die Ma ria Dorothea, die ik tot het lezen van dit proefschrift helemaal niet kende, is overigens een zeer integere en interessante geloofsgetuige geweest.) De groei van het zendingswerk onder de Joden van Hongarije en het resultaat van dat werk. Het lied van William Cowper, 'God moves in a mysterious way', dat onder Hongaarse Protestanten geliefd is geworden, en de titel van het proefschrift is geworden, kreeg in die situatie een eigen, onvermoede zin.
Datzelfde geldt ook voor het voor ons onbegrijpelijke gegeven, dat een paar maal, toen de Hongaarse Protestantse Kerk echt klaarstond om zendingswerkers uit te sturen, die uitzending niet doorging, omdat politieke omstandigheden dat ten enenmale verhinderden.
We lezen over de marteldood van een de weinige zendingswerkers die wel uitging, Maria Molnar. Haar leven komt uitgebreid aan bod, een indrukwekkend leven. (461vv.) Melding wordt gemaakt van een Hongaar die in de jaren '30 al in Albanie is gaan werken, maar door de politieke omstandigheden daar niet mee door kan gaan. (489vv.) We horen van zendingsechtparen die, ondanks hun vurig verlangen, in die dramatische jaren na de Tweede Wereldoorlog niet konden worden uitgezonden en bijna vijftig jaar lang samen bidstonden hebben gehouden, met daarbij steeds de vraag of de Heer van de oogst nieuwe werkers en nieuwe mogelijkheden wilde geven. Nog veel meer valt in het proefschrift te lezen, uiteraard! In duizend bladzijden kan je veel kwijt. Het is soms zeer boeiend en dramatisch om te lezen wat er allemaal in de Hongaarse Kerk is gebeurd, voor nagenoeg ieder van ons onbekend.
Al heeft Anne Marie Kool in de eerste plaats de Hongaarse Kerk met dit proefschrift willen dienen, ook voor mensen in ons deel van de wereld staat er veel in dat we alleen tot onze schade ongelezen en dus ongeweten laten. De prijs vanf 99,- is voor dit werk dan ook zeker niet te veel.
P.S. deze recensie is eerder geplaatst in 'Soteria', een kwartaalschrift voor evangelische theologische bezinning.