Een eigen weg (2)
1995-09-22
Het is onmiskenbaar de stem van een jongere die we horen in de verzen 99-100 van Psalm 119. Een jongere die zijn zelfstandigheid dankt aan het overwegen en bewaren van Gods geboden. Die zo zijn eigen weg vindt. Een merkwaardige link voor moderne oren. Is niet het terugvallen op regels die een ander heeft gegeven, een teken van onvolwassenheid? Toch is dat nu net een van de verrassingen van het geloof in Christus: dat een mens verlost wordt tot een bewuste keuze voor de gehoorzaamheid.- Jaargang 39
- nummer 19
De eigen weg van Samuël
In dit verband eerst iets over Samuël, Hij heeft al heel jong zijn eigen weg moeten zoeken. Als jongetje staat zijn moeder hem af aan de HERE. AI haar goede bedoelingen ten spijt betekent dat echter dat Samuël op heel jonge leeftijd al in een verkeerd milieu verzeild raakt. Hij wordt de pupil van de priester Eli. Die vervulde in Israël de taak van richter. Maar echte leiding gaat van hem niet uit. En als 'voorbeeldfiguren' heeft Samuël de twee zonen van Eli, die als priesters het offer van de HERE geringachtten en die sliepen - het was een publiek geheim - bij de vrouwen die dienst deden bij de ingang van de tabernakel.
Toch staat er: "Samuël groeide op bij de HERE' (1 Sam 2,21). Dat is meer dan een plaatsaanduiding. In weerwil van wat zijn ogen zagen en ondanks de teleurstelling over de toestanden rond de tabernakel, heeft hij daar in Silo toch geleefd onder de vleugelen van de Allerhoogste. Daar is hij gevormd tot de richter en profeet die hij later zou worden. Daar nam hij toe in aanzien en in gunst, zowel bij de HERE als bij de mensen. Omdat Samuël wandelde met God, was hij verstandiger dan zijn leermeester Eli en had hij meer inzicht dan Hofni en Pinehas, die priesters met al hun ervaring.
De meerderheid in het kwade niet volgen
Wie Gods geboden bewaart, wordt niet een doorsneefiguur, maar vindt een eigen weg. Dat is de belofte. Ik zal daar twee voorbeelden van geven, een uit het Oude en een uit het Nieuwe Testament. Het eerste is te vinden in Exodus 23:2 Ge zult de meerderheid in het kwade niet volgen, noch in een rechtszaak getuigenis afleggen met de meerderheid mee, om het recht te buigen. Ouderen denken bij dit gebod niet ten onrechte aan jongeren, die er in de groep bij willen horen. Die daarom gevoelig zijn voor de druk die een meerderheid op ze uitoefent. Als diezelfde volwassenen zich maar goed realiseren, dat dit gebod evengoed waarschuwt voor iets wat bij uitstek een valkuil is voor mensen met veel ervaring. Ervaring kan maar zo een opportunist van je maken. Getuige Kajafas die zich in deze bewoordingen tot het Sanhedrin wendt: "... ge beseft niet, dat het in uw belang is, dat één mens sterft voor het volk en niet het gehele volk verloren gaat" (Joh 11,50).
Ervaring brengt je er zo maar toe om bij het afwegen van de belangen Gods geboden voor gezien te houden. En als het om onze belangen gaat, zijn die dan niet het veiligst bij een meerderheid? Ook als het gaat om de gehoorzaamheid aan Gods bevelen zullen we moeten worden als een kind, dat meer vertrouwen heeft in het woord van zijn Vader dan in zijn eigen intuïtie. Dan vind je pas echt een eigen weg. Onafhankelijk van welke meerderheid dan ook. Dan ontwikkel je een eigen stijl, zonder een slaaf te worden van iedere nieuwe trend.
De andere wang
Het tweede voorbeeld is uit de Bergrede:
Maar Ik zeg u, de boze niet te weerstaan,
doch wie u een slag geeft op de rechter wang,
keer hem ook de andere toe... (Mat 5,39)
Een gebod uit het Nieuwe Testament, van de Heiland zelf. Een gebod dat je wijzer maakt dan je vijanden (vgl. Ps 119,98), wijzer zelfs dan dé vijand. Omdat iedere vijand maar met één ding echt rekening houdt: dat je hem met gelijke munt zult betalen. Dat maakt conflicten zo uitzichtloos. Iedere actie roept reactie op. Jezus' gebod spoort ons aan ons niet te laten overwinnen door het kwade. Maar het kwade, ja zelfs de boze, te overwinnen door het goede. Ervaring leidt makkelijk tot defaitisme: 'het is al zo vaak geprobeerd, steeds zonder succes'. Dit gebod van de Here nodigt je daarentegen uit om nieuwe wegen te betreden, om het net eens aan de andere kant uit te gooien. Zo kan zijn gebod leiden tot ongedachte openingen.
Uw bevelen
In Psalm 119 gaat het voortdurend over uw geboden, uw bevelen, uw getuigenissen en niet over de geboden.
De dichter maakt daarmee duidelijk, dat hij ze niet van een vreemde heeft. Ze zijn hem toegekomen van de Vader van alle lichten. Daarom heeft hij met die geboden ook een heel innige verhouding. Uw gebod is altijd bij mij (Ps 119,98).
In een tijd waarin de goddeloze de rechtvaardige in de tang neemt en dientengevolge de wet haar kracht verliest (vgl Hab 1,4), kán een christen daar niet zonder. Redt hij het niet zonder die innige verhouding tot de geboden van zijn Heer.
Bij de gehoorzaamheid gaat het immers niet om het plichtmatig toepassen van regels. Maar om het brengen van je leven onder de gehoorzaamheid van Christus.
Jezus volgen door weer en wind
In het gebod gaat het ten diepste om de navolging van de Heiland. Die bij uitstek een eigen weg is gegaan. "...die, als Hij gescholden werd, niet terugschold en als Hij leed, niet dreigde, maar het overgaf aan Hem, die rechtvaardig oordeelt" (1 Petr. 2,23). Die voor ons geleden heeft, opdat wij voor de gerechtheid zouden leven.
Gelukkig de man, die aan des HEREN wet zijn welgevallen heeft, diens wet in zich om laat gaan bij dag en bij nacht.
Want hij is als een boom, geplant aan waterstromen, die zijn vrucht geeft op zijn tijd, waarvan het loof niet verwelkt .. (Ps. 1)
Dat is de belofte. Een belofte van groei. Niks niet saai. Een boom die groeit door weer en wind krijgt altijd iets eigens. En als God dat op die wijze belooft, dan mag een mens daar op rekenen. Wanneer hij zijn geboden bewaart in de kracht van de Geest, om Jezus' wil.