Schaamte (2)

1995-09-22
  • Jaargang 39
  • nummer 19
Twee weken terug eindigde ik al schrijvend over ‘schaamte’ in het slot van Genesis 2, waar je getroffen wordt door de ongecompliceerde wijze, waarop man en vrouw met elkaar het leven deelden. Je leest als overkoepelende typering: “en zij schaamden zich voor elkaar niet”. Dat duidt op een ongebrokenheid in het lichamelijke, maar het zegt evenveel over het psychische en geestelijke welzijn van de door God geschapen mens. Die gave intermenselijke verhouding was ingebed in de ongeschonden relatie tussen de mens en zijn God. Zodra die verhouding tussen God en de mens stuk liep, brak de zonde door in het menselijke en tastte hem aan tot in de diepste schuilhoeken van zijn mens-zijn.

Schaamte als signaal
De schaamte is een gevoelig instrument om die aantasting te signaleren. Na de breuk met God, blijkt uit die schaamtegevoelens direct al dat de intermenselijke verhoudingen geïnfecteerd zijn geraakt. De ene mens durft de ander niet zonder meer onder ogen te komen, zelfs niet degene, die hem het meest na is gekomen. Zo lees je in Genesis 3 over een eerste provisorische bedekking - een bladerschort...:waarmee de mens en zijn vrouw hun naaktheid voor elkaar bedekten. Ook dat klinkt even lichamelijk als het slot van Genesis 2, maar ook hier heeft het een betekenis, die doorwerkt in het psychische en geestelijke. Zelfs voor de mens die je het meest intiem is, ben je soms een vreemde - voor wie je je verbergt en bedekt houdt.
Niet alleen in het intermenselijke komt de schaamte op als signaal dat er iets grondig mis is gegaan. De mens durft ook GOd niet meer onder ogen te komen. Wanneer hij de Heilige hoort naderen in het geluid van de avondstilte, dan gaat de mens de ontmoeting met de Here God uit de weg.

Van schaamte naar schuld
Maar God zoekt de mens op, toen en de hele geschiedenis is vol van die zoekbeweging van God (Luc 19:10) tot op de dag van vandaag. Waar het me nu vooral om gaat is, dat je in het gesprek tussen God en de eerste mensen ziet hoe trefzeker de Here God doorstoot van de rook van de schaamte naar het vuur van schuld en zonde. In Gods nabijheid kan schaamte geen rookgordijn zijn, dat zonde en schuld aan het oog onttrekt -hoe divers het verband tussen zonde en schaamte ook mag zijn.
Op dit punt aangekomen, is het boeiend om terug te gaan naar de gedachte, die ds. Rietkerk opperde in zijn boek 'Ik wou dat ik kon geloven'. Hij stelt dat onze cultuur meer en meer van een schuldcultuur een schaamtecultuur is geworden. Hij bedoelt er mee, dat mensen in onze samenleving weinig besef van schuld (in de zin van overtreding van een gebod) lijken te hebben, maar des te meer gehinderd worden door gevoelens van schaamte. Vanuit Genesis 3 bezien betekent dat, zo lijkt me, dat de westerse mens van de (bijna) 21 e eeuw onvoldoende in staat is de beweging mee te maken, die ons in Genesis 3 wordt geschetst. Ik bedoel de beweging van rook naar vuur, van schaamte naar zonde en schuld.
Ik denk, dat Rietkerk met zijn waarneming gelijk heeft en dat onze cultuur inderdaad meer gehinderd wordt door schaamte dan door schuld. Ik kan me die verschuiving ook goed voorstellen. Het lijkt me typisch een vrucht van secularisatie. Een mens zonder Jezus Christus mist het oriëntatiepunt (wij zien Jezus, Hebr 2:9) om vanuit het besef van 'tekort schieten' verder te komen dan een schaamte-reactie of vage schuldgevoelens. In dat licht realiseer ik me ook hoe bijzonder 'het instrumentarium' is, dat we als kinderen van God in het evangelie ontvangen hebben. Het evangelie, dat ons begeleidt op de weg van schaamte naar schuld en zonde ... en verder! Tegelijk is het helder, dat je zonde en schuld de wereld niet uitkrijgt door simpelweg God uit de weg te gaan. Natuurlijk blijven mensen-zonder-God ervaren, dat ze tekort schieten. En de schaamte is een eerste signaal, dat wijst op zulke tekorten. Alleen blijkt het buiten de lichtkring van het evangelie zoveel moeilijker om tot op de bodem van die tekorten te komen en genoegdoening te vinden. Vandaar de diepe nood van onze samenleving, die schamend vastloopt in de tekorten zonder een uitweg te vinden. Vanuit die nood valt je op, hoe God in Genesis 3 doorstoot van de schaamte naar de zonde, die de diepste oorzaak van de schaamte is.

God bedekt
Het slot van Genesis 3 is niet minder sprekend. Daar zie je hoe God de provisorische kledij van de mens vervangt door een meer blijvende. God maakt kleren uit dierevellen en bekleedt de mens daarmee, zo staat er ontroerend zorgzaam. Dat betekent dat God dus meegaat in de beweging, die de mens vanuit zijn schaamte heeft ingezet. Dat je eerst ziet hoe de mens zijn naaktheid schameltjes bedekt en vervolgens merkt, dat God van zijn kant die menselijke schaamte-reactie bevestigt.
Dat is van blijvende betekenis. De Here God bekrachtigt met dit gebaar, dat er in het leven van de mens diepe scheuren zijn gekomen. De mens is daardoor, in al zijn naaktheid, kwetsbaar geworden - en hij weet het, gezien zijn schaamrood. Daarom geeft God van zijn kant die kwetsbare mens bedekking. Zoals Hij ook later de menselijke schuld bedekte van zijn kantdoor het offer.

De schaamte voorbij
Nog maar weer eens terug naar onze cultuur - die een schaamtecultuur zou zijn, onmachtig om v.an schaamte door te stoten naar de zonde. Ik zie die onmacht van een heel andere kant bevestigd, namelijk door de schaamteloosheid.
Want op die trek stuit je toch onontkoombaar, levend in de luxe westerse wereld. Je ziet, dat krachten in onze samenleving mensen aan de schaamte voorbij drijven, gewild of ongewild. Dat je, om iets te noemen, voor gek wordt versleten als je niet met je vriendje naar bed gaat. Dat is de schaamte voorbij en geloof maar dat er slachtoffers blijven liggen langs de weg van deze ontschaming in prille vriendschappen. Of de schaamteloze menshoge borden: vrij veilig of vrij niet - alsof een condoom het entreebiljet is naar de schaamte van de naaste. Of weer heel anders, maar niet minder schaamteloos, als ik denk aan t.v. programma's, waar mensen zich psychisch of geestelijk uit laten kleden.
Zodat een gesprek onder vier ogen kan rekenen op de schaamteloze inkijk van honderdduizenden.
De sfeer in het slot van Genesis 3 is zo anders. Je proeft er de fijngevoeligheid van de kant van God bij de menselijke reactie van de schaamte. God honoreert die reactie, God bedekt en geeft zo de schaamte een blijvende plaats in het leven van een mens.

Verdieping van het menselijke
De schaamte heeft niet zonder reden die blijvende plaats gekregen in het menselijk (samen)leven. Ik ben er van overtuigd, dat de schaamte in meer dan één opzicht kan meewerken ten goede in het christelijke leven. Zo kan schaamte je de ogen openen voor de doorwerking van de zonde in elk facet van het menselijk leven. Wat een zegen gaat er van de schaamte uit als die ons helpt om onder de indruk te komen van het immense probleem van de ontwrichting van mens en wereld. Om zo ook gevoelig te worden voor het verlossende van het evangelie, dat schijnt als een licht op een donkere plaats. Want het evangelie is, dat God juist deze ontwrichte wereld met wat er op leeft liefheeft en wil redden van zinloosheid en ondergang.
Ik denk ook, dat schaamte ons onderscheidingsvermogen kan prikkelen, om zo de gebrokenheid in het menselijke en de kwetsbaarheid van de mens scherper te onderkennen.
Tegelijk kan het ons fijngevoelig maken voor de grenzen, die lopen tussen de ene mens en de ander. Grenzen die, zo geloof ik, door God zelf zijn getrokken tussen de mens en zijn naaste. Ze zijn heilzaam, want het kwaad wordt door die grenzen betoomd en het kwetsbare beschermd, net als bij de grenzen tussen het ene en het andere land. Zo zijn er tussen mensen grenzen, die je niet straffeloos kunt overschrijden en laten overschrijden - uit liefde voor de naaste en uit zelfrespect. Hoewel in diepe vriendschap, zoals tussen David en Jonathan, dan kan de ene mens het meest persoonlijke aan de ander toevertrouwen. Of in diepe geestelijke eenheid, zoals (soms) in de gemeente van Christus. Of lichamelijk, als een uniek geschenk van God, bedoeld voor de levenslange verbintenis tussen man en vrouw.

Kin meewerken
In het voorgaande schreef ik 'schaamte kàn meewerken ten goede' en ik werkte dat wat uit in de richting van zondekennis, onderscheidingsvermogen en groei in de liefde voor de naaste en zijn grenzen. Het kàn die kant opgaan, maar het is allerminst gezegd, dat schaamte ons in die gewenste richting brengt. Want nogmaals, het treft me hoe machteloos onze cultuur is om vanuit de gevoelens van schaamte tot die verdieping te komen, onmachtig om door te stoten tot op de bodem van het menselijk tekort. De schaamteloosheid bevestigt die onmacht, want schaamteloosheid is een teken van voorbijgang aan de schaamte en niet meer dan dat, met als gevolg verdere ontwrichting van het menselijke in plaats van verdieping. In die cultuur hebben we als christen onze plaats. Ik ervaar het als een zegen te mogen leven met het evangelie, dat in de christelijke kerk wordt verkondigd en uitgewerkt. Het is onder de impulsen van dat evangelie en onder de leiding van Gods Geest, dat schaamte kan meewerken ten goede. Op het punt van schaamte en schuld is die boodschap van Godswege zo trefzeker en fijngevoelig, dat ik alleen alom die reden zou willen aansluiten bij Paulus, die zegt: ik schaam mij het evangelie niet, want het is een kracht tot behoud van ieder die gelooft (Rom. 1:16).

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief