Een herder, een kudde

1995-09-22
  • Jaargang 39
  • nummer 19
In de Amersfoortse wijk Kattenbroek kijk je je ogen uit. Nieuwe architectuur in allerlei kleuren en vormen. Bijna kom ik in de verleiding om de wijk te gaan bekijken. Gelukkig houden de borden richting Gereformeerd Appèl mij op het rechte pad…

Midden in de wijk ligt een modern kerkgebouw van de Gereformeerde kerk (vrijgemaakt): de Lichtkring. Op deze zaterdag is het 'publiek' breder samengesteld: leden van verschillende kerken komen naar de bijeenkomst van het Gereformeerd Appèl. Het is ook geen plaatselijke, maar een landelijke bijeenkomst. Mensen uit Den Haag, Amsterdam, Veenendaal en Den Helder zitten in dezelfde rij.

Liefde, gehoorzaamheid en gebed
Dagvoorzitter dr. Roei Kuiper opent de bijeenkomst. In voorgaande jaren was er 's avonds een gebedsbijeenkomst, nu komt men ook 's middags bij elkaar. Daardoor kunnen ook de kinderen erbij zijn. Zij worden nu speciaal welkom geheten. In een korte overdenking naar aanleiding van Johannes 10 : 11 - 16 wees Kuiper erop dat de schapen één kudde vormen, want ze luisteren naar één Herder. Daarom moeten we niet in de eerste plaats over problemen spreken, over kerkbodeartikelen of hele en halve noten. Centraal hoort het wonder te staan: het geheim tussen de Here Jezus en ons. Dan is ons spreken niet meer voorwaardelijk (eerst dit en dan dat) en kijken we niet alleen meer naar de buitenkant. De vraag die we moeten stellen is: herkennen we in die 'ander' de liefde, de daad van gehoorzaamheid, merken we in die gemeente de kracht van het gebed? Zeker, de kenmerken van de Kerk zijn belangrijk: het Woord, de bediening van de sacramenten en de tucht. Maar zonder die innerlijke kenmerken van liefde, gehoorzaamheid en gebed zijn uiterlijke kenmerken zinloos.
"Kijk dus ook door uiterlijke dingen heen en zoek naar het gemeenschappelijke geheim dat we met elkaar delen: het geheim tussen de Here Jezus en ons," aldus Kuiper.

Samen zingen
Er zijn niet alleen toespraken, er wordt ook veel gezongen, o.a. door het koor 'Opgewekt' uit Delft. De samenzang wordt begeleid door Peter Sneep, die er in slaagt om de bijna 300 aanwezigen zelfs in canon te laten zingen.
Daar waar samen gezongen wordt, merk je ook hoe dicht je bij elkaar staat. Na de samenzang gaan de kinderen naar het kinderprogramma. De volwassenen kunnen kiezen uit 3 workshops. Als gevolg van de verrassend grote opkomst van vanmiddag blijken de 3 zalen te klein. Eén workshop wordt nu in de kerkzaal gehouden. Uw verslaggever kon maar op één plaats tegelijk zijn; gelukkig bleken enkele verspieders bereid om elders aantekeningen te maken.

Eenheid en gebed
De Apeldoornse predikant drs. J.C. Schaeffer ging in op het belang van het gebed voor de eenheid. Hij legde daarbij het accent bij Efeze 4 : 1 tot 6. Het is een vermaning om de eenheid van de Geest te bewaren. Spreken over de eenheid is dus altijd spreken over een gegeven eenheid. Voor die eenheid heeft Christus gebeden voordat Hij aan het kruis sterven zou (Johannes 17). Paulus somt zeven kenmerken van de eenheid door de Geest op: één Lichaam, één Geest, één hoop, één Heer, één geloof, één doop en één God. "Deze zeven karakteristieken zijn de enige toetssteen voor de eenheid van alle leden van het Goddelijk gezin. Elke voorwaarde tot eenheid, door 6ns gesteld, die hier boven uitgaat, maakt ons tot een sekte."
Volgens Ds. Schaeffer denken we vaak dat eenheid betekent dat we er precies dezelfde geloofsopvattingen op nahouden. Het gaat echter ten diepste om het delen van dezelfde grondhouding, nl. het volledig afzien van eigen kracht en grootheid en het je overgeven aan de Here Jezus, Die als enige het redt en ons redt. "Waar je ook in van mening kunt verschillen als het over de uitleg van de Bijbel of de interpretatie van de gereformeerde belijdenis gaat, als je in dát geloofdat zich ook uit in een gebed vol afhankelijkheid - één bent is alle verscheidenheid uit den Boze", aldus Ds. Schaeffer. Hij citeerde daarbij Bavinck die in één van zijn publicaties gewag maakt van een tegenstelling tussen de geschreven confessie, waarin de verschillen worden benadrukt, en de 'ongeschreven artikelen'. "In de gebeden, in de vruchten van het geloof, in de werken der barmhartigheid komt een treffende overeenkomst aan het licht." In onze gebeden hoort de schuldbelijdenis een plaats te krijgen. Bedreigend voor de eenheid is ons gebrek aan nederigheid en zachtmoedigheid, en ons gebrek aan lankmoedigheid en verdraagzaamheid in liefde. We moeten steeds weer belijden dat we daarin tekort schieten. Kunnen we royaal toegeven waarin de ander uitnemender is dan wijzelf? Benadrukken we niet teveel óns eigene? Verdraagzaamheid houdt in dat we de ander niet zomaar laten vallen, ook niet wanneer we in aanraking komen met scherpe polemieken. Blijf dus het hárt van de ander zoeken."

De praktijk van een samenwerkingsgemeente
Ds. K.T. de Jonge is al15 jaar predikant in Almere. Daar werken Nederlands gereformeerden en Christelijk gereformeerden intensief samen. De kerkdiensten worden gemeenschappelijk gehouden, er is één predikant en één kerke raad. Hoe werkt die samenwerking in de praktijk? Ds. de Jonge vertelde dat men in Almere vanaf het begin gezamenlijk heeft opgetrokken. De kerkenraad bestaat wel uit leden die afkomstig zijn uit de beide 'bloedgroepen' (NGKlCGK), maar veel belangrijker bij de verkiezing van ambstdragers is de vraag of iemand de gaven voor een ambt heeft. Bij de huisbezoeken speelt de afkomst geen rol; het is dus niet zo dat een ouderling uit (van oorsprong) de Christelijke Gereformeerde kerk alleen christelijk gereformeerden in zijn wijk heeft. Verschil is er wel als gemeenteleden verhuizen. Bij binnenkomst en vertrek wordt nadrukkelijk gevraagd van welk kerkverband men komt of naar welk kerkverband men vertrekt. Dat klinkt voor buitenstaanders vreemd, maar de samenwerkingsgemeente is nu eenmaal toch opgebouwd uit twee gemeenten met een verschillend kerkverband. Ook juridisch heeft men om deze reden een aantal maatregelen genomen. De kerkeraad bestaat uit ambtsdragers uit de beide kerkverbanden, de verdeling van de kerkelijke goederen is vastgelegd en de ledenadministratie is zo opgebouwd dat men precies na kan gaan tot welke 'bloedgroep' de leden behoren.
Er is dus juridisch onderscheid; in de praktijk van het kerkelijk samenleven maakt men dat onderscheid nauwelijks.
De samenwerking wordt niet meer als bijzonder ervaren: je bent gewoon één gemeente. Het verschil komt pas tot uiting in relatie tot regionale en landelijke kerkverbanden. De kerke raad van Almere moet rekening houden met twee agenda's: van (regio en) Landelijke Vergadering én van (classis en) Synode. Het kan daarbij gebeuren dat besluiten van regionale of landelijke verbanden elkaar tegenspreken. De kerkeraad van Almere zal dan een eigen beslissing moeten nemen.
Ds. de Jonge is blij met de plaatselijke samenwerking, die de afgelopen jaren steeds nauwer is geworden, ondanks het feit dat er vanuit het kerkverband weinig stimulans komt. Hij hoopt ook dat de samenwerking met de vrijgemaakten van de grond komt. Er is onlangs al een gezamenlijke kerkeraadsvergadering gehouden. Ds. de Jonge: "God zet de samenwerking op onze agenda. Niet alleen voor ons, maar ook voor de ongelovigen daarbuiten."

Missen we iets in de kerk?
Drs. A. Kamsteeg publiceert regelmatig (o.a. in het Nederlands Dagblad) over ontwikkelingen die christelijke kerken in de Verenigde Staten meemaken. In de Amsterdamse Tituskapel werd onlangs een serie lezingen gehouden over dit onderwerp. Velen hebben deze bijeenkomsten als zeer bemoedigend ervaren.
Kamsteeg begon zijn lezing met een toespraak van Dr. Martyn Lloyd Jones: een indrukwekkende preek over de levende God die in ons midden is. Toch lijken velen iets te 'missen' in de kerk. Ze kunnen het Petrus niet nazeggen dat er onuitsprekelijke vreugde in hun leven is; ze merken er ook weinig van in het leven van de gemeente. Vaak lijkt geestelijke middelmaat de norm; de gemeente is dan in verregaande mate verburgerlijkt. Kamsteeg riep de aanwezigen op zich daar niet bij neer te leggen. De diepste oorzaak voor de zwakheid van de kerk en van de gelovigen ligt in de onbekendheid met God, in de gebrekkige omgang met Hem. De vraag is dus: heeft de kennis van God wel ons hart bereikt? Het kunnen 'opmerken' heeft alles te maken met het geestelijke niveau van de gemeente: is er ontzag voor Gods Woord, is er erkenning van de eigen zondigheid, zien we de grootsheid van Gods genade?
Kamsteeg in dit verband: "Er is altijd gezegd: je moet niet naar de mensen, maar naar de papieren kijken. Ik geloof daar niets meer van! Met Christus ben je immers een nieuw mens: dat moet dan toch ook tastbaar zijn?"
Volgens Kamsteeg is er in de reformatorische kerken nogal eens sprake van een ontspoorde rechtzinnigheid. We denken dat de genade moet aanvullen wat we tekort komen aan goede werken.
Dat lijkt op een verstandshuwelijk, waarbij je bijna alles tot in de puntjes geregeld hebt. In een goed huwelijk doe je iets, of laat je iets na, omdat je van de ander houdt. De ware christen onderscheidt zich door waarheid en door rechtzinnigheid, maar toch in de eerste plaats door de liefde. Je weigert om met gelijke munt te betalen, je zoekt niet steeds de fouten bij de ander, je wenst hem het beste toe, je wordt trouw, zachtmoedig en nederig. Bij het benoemen van deze 'geloofshouding' greep Kamsteegbehalve op Lloyd-Jones - terug op publikaties van Richard Lovelace en van Watchman Nee.

Is het wel zo erg?
De lezing van drs. Kamsteeg riep een aantal vragen op. Is het wel zo erg? We horen toch iedere zondag over de noodzaak van bekering? Zijn we niet bezig met een valse tegenstelling? Is dat 'gevoelsmatige denken' niet iets gevaarlijks: een manier om de godloze sfeer van onze tijd op te vullen? Krijgen we straks geen spijt van deze ontwikkelingen?
Anderen herkenden veel van wat Kamsteeg naar voren had gebracht, maar vonden de dagelijkse werkelijkheid zeer weerbarstig. Hoe breng je dit nu allemaal over in de gemeente? Kamsteeg bleek niet van zijn stuk te brengen. Hij benadrukte dat ieder zijn eigen levensweg gaat en daarmee ook zijn eigen levenservaringen kent. Als je vaak hoort preken over een persoonlijke relatie tot God, als de predikant uitlegt wat nederigheid en zachtmoedigheid betekenen: gefeliciteerd!
De bedoeling van Kamsteeg was uiteraard niet om het belang van de gezonde leer uit het oog te verliezen.
Die leer is nodig om God te leren kennen. Maar we moeten ook leren om zelf gelovige te zijn en om zelf levende gemeente te zijn. Waaraan ziet je buurman dat je christen bent? Toch hopelijk niet alleen omdat je op zondag naar de kerk gaat.... Mensen in China komen niet tot geloof vanwege indrukwekkende leerstellingen (die zuIlen ze zelden kunnen horen), ze raken onder de indruk van de levenshouding van christenen die ze ontmoeten. Zo moeten we ook als leden van verschillende kerken met elkaar omgaan.

Kinderen
Na de workshops was het woord aan de kinderen. Op enkele scholen waren al schapen en herders getekend, nu hadden de kinderen ook een werkstuk met wollige schapen gemaakt. Gijs: "We hebben een schaap gemaakt." De leidster: "Waarom?" Gijs: "Omdat het daar over gaat." Leidster: "Wie zijn die schapen dan?" Gijs: "Wij!" Uiteindelijk wordt het verhaal duidelijk: wij zijn de schapen van de goede herder. Daarna wordt er een liedje gezongen over een rivier vol van vrede en een fontein vol van blijdschap. Er horen gebaren bij, die de kinderen ook goed hebben ingestudeerd. Daarna moeten ook de ouderen eraan geloven: hetzelfde liedje met dezelfde gebaren. Zo zingen we meestal niet in de kerk. Maar het gaat goed: ook de grote mensen slagen erin om met hart en mond én handen te zingen.

Slot
Daarmee was het middagprogramma van het Gereformeerd Appèl bijna afgelopen. Voor de blijvers was er nog wel het één en ander te doen. Boekentafeis, informatiestands, een broodmaaltijd, samenzang. 's Avonds was er een gebedsbijeenkomst onder leiding van Ds. W. Smouter. Aan dat samenzijn wordt in het volgende nummer van 'Opbouw' aandacht besteed.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief