Hoe gereformeerd is K. Schilder?
1995-09-22
Deze vraag stelde dr. C. van der Kooi, universitair docent aan de theologische faculteit van de Vrije Universiteit, aan de Nederlands gereformeerde promovendus. Was K. Schilder wel gereformeerd, een vraag die je misschien niet direct aan de V.U. zou verwachten, maar die in dit academisch steekspel zeker op z’n plaats was. Is Schilder in zijn spreken over God de gereformeerde uitgangspunten wel trouw gebleven? Gaat hij in zijn theologisch concept niet boven de Schrift uit? Van der Kooi refereerde daarbij aan Schilders beschouwingen over de toorn van God en de decretum horrible (het verschrikkelijke besluit van de verwerping).- Jaargang 39
- nummer 19
De liefde voor K.S.
Velen waren op maandag 11 september naar de grote aula in het hoofdgebouw van de V.U. gekomen om de promotieplechtigheid bij te wonen. Familie, vrienden, collega's, Spakenburgers, Urkers en Leerdammers. Nieuwsgierig hoe ds Veldhuizen zich er door zou slaan. De opponenten spraken zonder uitzondering hun waardering uit voor het proefschrift, maar hadden ook onderbouwde kritiek. Os Veldhuizen kreeg alleerst de gelegenheid om in kort bestek een overzicht te geven van zijn studie. Zijn in lyrische, bloemrijke taal afgelegde liefdesverklaring aan het adres van Schilder ontlokte de tweede opponent van die middag, de Leuvense hoogleraar M.E.Brinkman, de opmerking dat Veldhuizen in taal en stijl een grote gelijkenis vertoont met de jonge Schilder. Voor de promovendus, die vanaf het moment dat hij Schilder ging lezen bezield en geboeid raakte door zijn persoon en werk, was K.S. geen glas water, maar een bokaal vurige rode wijn. De liefde voor K.S. is gebleven, maar door zijn studie heeft hij ook oog gekregen voor de zwakke plekken in Schilders omvangrijke werk. Kritiek die zich met name richt op de leer van de dubbele predestinatie bij Schilder.
De oppositie
De vrijgemaakt gereformeerde hoogleraar B. Kamphuis uit Kampen bestreed deze kritiek van Veldhuizen op Schilder.
Hij verweet de promovendus de Schriftgegevens onvoldoende in zijn onderzoek te hebben betrokken en meende met J. Douma, dat de Schrift wel degelijk ruimte laat voor een dubbele predestinatie. In zijn beantwoording stelde ds Veldhuizen, dat hij het kan aanvaarden wanneer God aan iemand voorbijgaat, maar niet dat Hij iemand vooraf verdoemt. De bovengenoemde Leuvense hoogleraar Brinkman, afkomstig van de V.U. en van huis uit vertrouwd met het vrijgemaakte erfgoed, stelde de vraag waarom in het proefschrift weinig of geen aandacht gegeven is aan de leer van de doop en van de kerk. Twee stukken van de leer die tesamen met de leer van het verbond en van de verkiezing in de Vrijmaking en in de theologie van Schilder een belangrijke rol hebben gespeeld. K.S.: geen glas water, maar een bokaal vurige wijn Een voor de leer van de Schrift belangrijke vraag stelde dr C. van der Kooi. U vindt die vraag in de inleiding van dit verslag geformuleerd. Van der Kooi nam z'n uitgangspunt in de regel die Calvijn gaf voor het spreken over God, een regel die kenmerkend dient te zijn voor de gereformeerde theologie: wij moeten ons bij onze kennis van God niet begeven buiten de grenzen van Gods Woord. Volgens van der Kooi was deze regel bij Calvijn al meer ideaal dan werkelijkheid, bij Schilder, die een theoloog in het voetspoor van Calvijn wilde zijn, zag hij deze regel met voeten getreden, met name wanneer Schilder spreekt over de toorn van God en de verwerping van eeuwigheid. Begeeft Schilder zich dan nog wel binnen de gereformeerde regel? Enerzijds erkende Veldhuizen dat Schilder in zijn dogmatiek de Schrift teveel wilde dwingen in een systeem, anderzijds noemde hij Schilder een voluit gereformeerd theoloog, wat Van der Kooi bracht tot de vraag: wat is dan gereformeerd? Voor de laatste twee opponenten, dr C. Wentsel, emeritus-predikant te Den Haag en dr NA Schuman, bijz. hoogleraar in Kampen en univ. docent aan de V.U., bleef slechts weinig tijd over voor hun vragen, die op zich wel de aandacht verdienden. De pedel kondigde aan dat het uur verstreken was.
Belezen
De promotor prof.dr A.van Egmond reikte dr Veldhuizen de bul uit, de copromotor dr J.Veenhof (voorheen hoogleraar aan de theologische faculteit van de V.U.) sprak de laudatio uit. Hij roemde met name het doorzettingsvermogen van ds Veldhuizen en diens enorme belezenheid. Het proefschrift van Veldhuizen behandelt hoofd momenten uit de theologische geschiedbeschrijving van K.Schilder. Een bespreking van dit zeker voor Schilderkenners interessante proefschrift zal over enige tijd in Opbouw verschijnen.