Een ontmoeting met Annie M.G. Schmidt
1995-09-22
In 1992 verscheen het boekje 'Wat ik nog weet' van Annie M.G. Schmidt. In dit boekje zijn opgenomen een aantal colums, die jaren geleden in verschillende bladen verschenen. Nu is het van de schrijfster bekend, dat ze haar afkeer van geloof en kerk niet onder stoelen of banken heeft gestoken. Er zijn wel meer schrijvers, die dat doen.- Jaargang 39
- nummer 19
Het lijkt soms of ze het niet laten kunnen. Ook denk ik wel eens: Steekt er iets meer achter? Zijn ze er minder los van dan ze doen voorkomen? Het laatste stukje in 'Wat ik nog weet' heet 'Mijn uitvaart'. Annie schrijft daarin over haar dood. Ze ziet haar dood als een feestelijke gebeurtenis, omdat het te maken heeft met het grote OPHOUDEN. Ze haast zich dan er bij te schrijven, dat ze geen christen is en niet aan het hiernamaals gelooft.
Ze ziet de dood als een verlossing uit de ban van de tijd. Iets verder lees ik: "Wanneer niet-gelovigen bang zijn voor de dood gaat het om het schrikaanjagende besef het 'ik' te verliezen, er niet meer te zijn. Die angst ken ik niet. Ik zal integendeel graag afstand doen van dat egocentrische ego, dat hebberige, dwingerige jaloerse 'ik'.
Van mij mag het weg. Iets anders is het 'zelf'. Dat 'zelf' is er en dat kan niet weg." Dat 'zelf' wil ze vasthouden, ook door de dood heen. Dat wil ze niet verliezen. Ik denk, dat dit op zich heel begrijpelijk is. Je zelf verliezen is toch alles prijsgeven? Dit jaar is Annie M.G. Schmidt gestorven. Na haar overlijden verscheen in 'LibelIe' het laatste interview met haar. Daarin zegt ze o.a., dat ze gelooft in een bestaan na de dood en dan voegt ze er aan toe, dat dat niets met geloof en christelijkheid heeft te maken. Ze gelooft echter wel in een 'weerontmoeting' , niet ergens in de hemel.
Een paar jaar geleden was ik een uurtje bij Annie M.G. Schmidt thuis. Ze zou in het Zaltbommelse museum een expositie openen en als voorzitter moest ik enkele dingen met haar afspreken. Toen ik bij haar kwam had ik onder m'n arm een voor het museum gekochte bijbel, die in 1528 door de in Bommel geboren Willem Vorsterman werd gedrukt. Ze kon dat pak vaag zien en vroeg wat dat was. Ik vertelde het: een oude bijbel. Ze vroeg of ik die oud-nederlandse druk kon lezen en toen ik bevestigend antwoordde, zei ze op een speciale manier: "Doe dat dan maar, zoek maar wat op". Ik dacht opeens aan Fil. 2:5 e.v.:
"Ende ghevoelt dat in u / dwelck oock is in Christo JESU ...
Maer hi heeft hem selve vernedert / een gedaente des knechts aennemende ..." Na vers 7 hield ik op. "Ga maar even door", zei ze. Ik las verder Vm vers 18: " ...ende om dat selve weest ghy oock blijde en verblijt u met my".
Ze dacht even na en zei toen: "Ja, dat zou eigenlijk moeten, hè?" Ze voegde er aan toe, dat ik nu maar moest weg gaan. Toen ze een paar weken later in Bommel was, vroeg ze schalks: "Weet je 't nog?" en het was duidelijk wat ze bedoelde. Ik antwoordde: "Ja, God ook."