Informatieboekje/Jaarboek

1995-09-22
  • Jaargang 39
  • nummer 19
Informatieboekje voor de NGK 1995, onder redactie van drs. H. Algra. Verschenen bij Buijten & Schipperheijn, Amsterdam. Prijs: 16,75.

Jaarboek van de CGK in Nederland 1995, onder redactie van ds. H. van der Schaaf, drs. J.CL Starreveld en ds. H.J. Th. Velema. Verschenen bij uitgeverij D.J. van Brummen/Buijten & Schipperheijn, Amsterdam. Prijs 16,60.

Vorig jaar heb ik in Opbouw ruimschoots aandacht gewijd aan de verschijningen in dat jaar van het informatieboekje en het jaarboek (nr. 12, 17 juni 1994). Dit keer daarom een stuk korter. Wat mij opviel in het jaarboek was het Ten Geleide dat begint en eindigt met het spreken over het komende 'synode jaar'. Dit Ten Geleide is evenals het jaaroverzicht verzorgd door ds. H.J. Th. Velema. Dat jaaroverzicht komt op mij tamelijk kil over. Het lijkt er sterk op dat alles wat er in de CGK gebeurd is, een plaatsje heeft ontvangen, maar daarbij blijft het. Alles keurig op een rijtje, maar meer ook niet. Het oogt daardoor nogal statisch, een koele opsomming. Vorige keer heb ik aandacht gegeven aan de situatie in Rotterdam, waar de samenwerking tussen de beide gemeentes in Alexanderpolder, in de praktijk funktionerend als één gemeente, werd verzwegen bij de toenmalige gegevens bij de CGK. Het jaaroverzicht vermeldde het wel met daarbij de opmerking dat de classis R'dam vooralsnog haar goedkeuring onthield. Dit jaar zwijgt het jaaroverzicht hierover en ook nu vinden we bij de kerkelijke gegevens niets over samenwerking of kanselruil!

Wat het ledental betreft gingen de CGK er vorig jaar 167 leden op achteruit, terwijl het aantal belijdende leden met 108 toenam. Dit wijst, vermoed ik, op een 'vergrijzing'. Maar ook hierover zwijgt het overzicht. De NGK zouden bij de jaarwisseling 77 meer leden hebben dan een jaar daarvoor, terwijl het aantal belijdende leden toenam met 106. In een apart overzichtje geeft Joris Storms een analyse van de cijfers van de laatste 10jaar. Met als m.i. meest indringende vraag: Waar blijven de doopleden?
Het jaaroverzicht van H. Algra in het informatieboekje heeft als titel: kleine kerken in een samenleving vol tegenstellingen. In de stijl die we inmiddels van hem gewend zijn via de 2 vorige overzichten en via Opbouw, passeert heel wat de revue. Ik noem slechts een aantal trefwoorden, zonder daarmee het geheel aan te raken of recht te doen: 'Babylonische ballingschap', 'politiek', 'plurinormiteit' (= de morele uitgangspunten van mensen lopen sterk uiteen), 'pluriformiteit' (= de uitingsvormen die men kiest eveneens). Algra schrijft: "De NGK staan - als betrekkelijk open kerkelijke gemeenschap - midden in die samenleving."
Ook schrijft hij: "Een bepaalde mate van veelkleurigheid binnen een gemeente kan ertoe leiden dat gaven en talenten beter tot hun recht komen. " En een andere zin die bij mij bleef hangen is deze: "Uiteraard trok het preekverzoek van mevrouw C. Janssens-Jansen ruim de aandacht in de kerkelijke pers. Alle christelijke dagbladen wijdden één of meerdere bijdragen aan zowel het verzoek van mevrouw Janssens als aan de afwijzing van het verzoek door de regio Den Haag." Als ik deze 3 citaten (met daarbij het woordje 'unereera') bij elkaar neem, moet ik zeggen dat het mij zeer verbaast dat Opbouw over het verzoek heeft gezwegen en dat ook het jaaroverzicht niets meer vertelt dan ik hier noem. We komen niets aan de weet over achtergronden en motieven van de indienster van het verzoek en van de regio. Het 'betrekkelijk open' waarover Algra het heeft, blijkt inderdaad betrekkelijk te zijn. Met een brede aanpak noemt en typeert Algra heel wat zaken, vlot leesbaar en duidelijk betrokken. De beide boekjes bevatten 3 keer een 'in memoriam'. Aan NG-kant betreft het de predikanten G. Janssen, J. Goudzwaard en H.G. Schaeffer.

In het jaarboek tot slot is een bijdrage opgenomen over de taak van de organist in de eredienst en een artikel over het werk van het deputaatschap Kerk & Onderwijs.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief