Verborgen smart is halve smart

1995-09-22
  • Jaargang 39
  • nummer 19
Het waren moeilijke jaren geweest. Na de eerste aanval raakte hij steeds meer verlamd en werd hij afhankelijker van anderen. Toch sprak hij vrijwel niet over wat hem innerlijk beroerde, ook niet in de tijd dat het spreken hem nog niet zo veel moeite kostte. Hij had trouwens nooit zo erg met zijn gevoelens te koop gelopen en dat had het leven voor hem en anderen niet gemakkelijker gemaakt. Na zijn sterven vond zijn dochter in een doos met knipsels het gedicht van Jacqueline v/d Waals dat u hieronder afgedrukt vindt. Zij heeft het voorgelezen in de dienst die voorafging aan zijn begrafenis. Eigenlijk was ze bang dat het niet paste bij wat ze "de kerkelijke toon" noemde, maar het was er juist heel goed op zijn plaats. Het vertolkte waarschijnlijk het best de houding die hij had aangenomen tegenover zijn handicap, zijn aftakeling en zijn omgeving.

Verborgen smart is halve smart
Ik zal niet droevig klagen,
Dat niemand mij troost in mijn leed;
Juist daarom kan ik het dragen,
Omdat geen mens het weet.

Geen troost, geen mededogen
Maakt ooit dit hart gezond,
Want zagen nieuwsgierige ogen
De grote, open wond,

En peilden nieuwsgierige handen
Hoe diep die wonden zijn,
Hoe smartelijk zouden ze branden
Met haast onduldbare pijn!

Want iedere blik zou schrijnen,
Wat toch reeds zo moeilijk geneest.
Alleen door rustig te schijnen
Ben ik ook rustig geweest.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief