"Ik heb wat gemist in uw preek..."
1994-01-28
Vóór de dienst maak ik al even kennis met hem. Wanneer hij hoort dat ik de voorganger ben, houdt hij met beide handen mijn hand vast en begint: "Broeder, ik bid u toe dat u in de volheid des Geestes de blijde boodschap moogt brengen van Jezus Christus en die gekruisigd en gestorven tot een volkomen verzoening van al onze zonden..."- Jaargang 38
- nummer 2
Enigszins verlegen hoor ik zijn toespraak vooraf aan. Een lichte twijfel bekruipt me of ik deze toehoorder tevreden zal stemmen.
Het gaat die zondag over een van de Psalmen, waarin een gelovige worstelt met de onbegrijpelijke gang van zaken in de wereld, die hem bijna tot het opzeggen van zijn vertrouwen in God brengt.
Hoezeer blijkt zo'n Psalm van alle tijden te zijn.
Hoeveel gelovigen zijn in een dergelijke geloofscrisis terechtgekomen.
En dan maakt het geen verschil of zo'n gelovige een Israëliet, die ver vóór Christus leefde, of een Christen van de twintigste eeuw is.
Heeft ook Jezus Zelf niet in de school van het lijden geleerd wat het is om God te vertrouwen en te gehoorzamen?
(waarbij ik verwijs naar Hebreeën 4:8).
Riep Hij op het laatst niet 'onder luid geroep en geween' uit, dat Hij het niet meer begreep: "Mijn God, waarom...?"
Zo hebben zovelen het goud van het geloof gedolven in de diepte van lijden en aanvechting.
Die worsteling in de omgang van een gelovige met zijn God staat die zondagmorgen in de prediking centraal.
Na de dienst komt de bewuste broeder weer naar me toe. Ja, hij vond de preek eenvoudig en duidelijk, maar hij heeft er toch iets in gemist; ik heb niet de weg naar God toe gewezen en verzuimd Jezus Christus als de weg, de waarheid en het leven te prediken...
Ik antwoord hem, dat de preek ging over die Psalm, en niet over het gedeelte uit het Evangelie, waarin die woorden van Jezus over Zichzelf te lezen staan. En een prediker dient zich toch aan het gekozen Schriftgedeeltete houden, nietwaar? Je behoeft in één preek toch niet steeds àlle aspecten van de Boodschap te behandelen?
Het overtuigt hem helaas niet.
De week daarop preek ik over een Evangelieverhaal. Na afloop zegt hij: "Ik heb zo gebeden dat het vanmorgen het volle, rijke Evangelie zou mogen worden, en God heeft mijn gebed verhoord.
Ik ben zo dankbaar daarvoor, want het heeft me de vorige week zo 'n pijn gedaan..."
Dat laatste roept een reaktie bij me op: "Maar het doet mij pijn, dat u zo'n verschil maakt tussen de preek over het Oude Testament en die over het Nieuwe. U mag de God van Israël en de God, die de Vader van onze Heer Jezus Christus is niet tegen elkaar uitspelen".
Menige collega zal wel eens dergelijke kritiek op een preek hebben aangehoord.
Dat is volgens mij ook niet altijd te vermijden. Elke preek is-in zekere zin eenzijdig: die blijft als het goed is namelijk bij de tekst, die voorligt. Er zijn nogal wat kerkmensen. die niet zo tegen zulke 'eenzijdigheid' kunnen.
Dan krijg je opmerkingen te horenàls je ze al hoort - als: "Ik heb toch wel wat in uw preek gemist. Is het toch öök niet zo dat..." - en dan komt er vaak iets dat op zichzelf helemaal wáár is, maar in het betreffende Schriftgedeelte gààt het daar niet over.
Ik denk dat je bij elke preek kunt zeggen: Ja, natuurlijk zitten er ook ándere kanten aan. Maar een preek moet geen worst worden waar je van alles en nog wat instopt. Dan wordt het gauw onverteerbaar.
Zij, die in de Bijbel aan het woord komen, durven doorgaans heel erg eenzijdig te zijn en de volle nadruk te leggen op die kant van de waarheid, waarvoor ze in hun boodschap de aandacht vragen.
En als er Eén is, die de zaken scherp en zwart-wit durfde te stellen, dan is het wel onze hoogste Profeet en Leraar!
En moet in elke preek over een tekst uit het Oude Testament altijd de Nieuw-Testamentische boodschap met zoveel woorden ter sprake komen?
Ja, wij hebben meer geopenbaard gekregen. Maar dat behoeft, wanneer we het geloof van de gelovigen van vóór Jezus' komst herkennen, toch niet altijd expres genoemd te worden?
Het geloof van Abraham en David, Job en Jona, Asaf en Agur is toch wezenlijk hetzelfde geloof als dat van ons?
De Geest van Jezus Christus spreekt evengoed in de verhalen en profetieën, psalmen en spreuken van het oude Israël.
Niet zonder reden lezen we in de Hebreeënbrief meermalen: "Daarom, zoals de Heilige Geest zegt...", en dan volgt er een passage uit een van de profeten of psalmen.
Er is tenslotte maar Eén God: de God van Abraham, die 'de vader van alle gelovigen' genoemd wordt, is ook de God en Vader van Hem, die 'onze oudste Broeder' heet en van allen die in Hem geloven!