Gij zijt die man

1995-10-06
  • Jaargang 39
  • nummer 20
Gisteren promoveerde ds. J.C. Borst op een onderzoek naar de pastorale zorg voor incestdaders, onder de titel 'Gij zijt die man'.

Dr. Borst heeft hiermee een belangrijk en tegelijk teer onderwerp aangesneden. Het is een ontwikkeling van de laatste jaren, dat steeds meer slachtoffers van incest de dodelijke stilte verbroken hebben en er nu hardop over praten dat ze jaren later nog met de brokken zitten. Inmiddels zal heus niemand meer denken dat zoiets 'onder ons' niet voorkomt.
Velen weten inmiddels van het stille geheim en predikanten zien de verwoestende gevolgen in de praktijk. En laat ik eerlijk zeggen: het heeft voor mij nog altijd iets bedreigends om er over te horen. Het idee dat iemand (soms iemand die je kent!) de intimiteit van z'n kinderen zo vreselijk schendt, met fnuikende gevolgen tot in lengte van jaren. Het is zo afschrikwekkend dat het niet waar mág zijn. Maar zo'n gedachte helpt uiteraard niet veel en dan ga je iets beseffen van dat ellendige zwijg-mechanisme.

Vergeving als valkuil
Voor ieder slachtoffer van incest is de verwerking van de ervaringen heel moeilijk. Voor christenen zit daar nog een aparte moeilijkheid aan vast, namelijk de vraag: moet je eigenlijk niet kunnen vergeven? Moet je als christen, zeker na zoveel jaren, niet bereid zijn om alles nu maar te laten rusten? Dat is wat we tegenwoordig een valkuil noemen. Een algemene waarheid waarmee je zo ontzettend het schip in kunt gaan dat je er zelfs met jarenlange therapie maar moeilijk uit komt. Je vergeet dan bijvoorbeid, dat David wél wraak-psalmen zong voordat hij bij zoiets als vergeving uitkwam.
Waarmee gezegd wil zijn dat je vergeven niet moet verwarren met het ontkennen en wegdrukken van de pijn en zelfs de haat die je met je meedraagt. Deze dingen krijgen de laatste jaren meer aandacht. Gelukkig wel, moet je zeggen, ook al is het nog zo pijnlijk en zal er in dit vlak ook wel eens iets misgaan.
Maar daarnaast zijn er ook de daders. Vaak zal de dader bij dezelfde kerk horen als het slachtoffer, soms zelfs nog in dezelfde gemeente. Wat gebeurt er met hen? Dr. Borst constateerde dat er weinig geschreven is over de pastorale zorg aan incestdaders. Zelf kreeg hij ermee te maken als justitie-predikant. Dan gaat het uiteraard om daders die voor hun wandaden gevangen zitten. Zijnonderzoek was echter breder, ook naar de pastorale zorg in de gemeente.

Gods zorg voor daders
"In het netwerk van relaties in een kerkelijke gemeente waar een zedendelict soms nauwelijks verborgen blijft, moet de predikant functioneren. Ik vroeg mij af: 'Hoe reageert een predikant op een signaal van incest in zijn gemeente?' Wat zijn zijn eerste stappen: Stapt hij naar het slachtoffer, de dader, een ander gezinslid, een lid van de kerkeraad, verwijst hij, vraagt hij advies aan derden etc.? De vraag die mij vooral bezig hield was: 'Kan de predikant het opbrengen naast de incestdader te gaan staan en hem pastoraal te begeleiden?' " De promovendus onderzocht een en ander bij twee groepen predikanten, namelijk uit de Nederlands Hervormde Kerk en de Gereformeerde Gemeenten.
In het overzicht dat ik van zijn dissertatie las zie ik dat hij in de bezinning die op-het onderzoek volgt veel aandacht geeft aan onderwerpen als zonde en schuld, schuldbesef en schuldgevoel, het geweten, vergeving en verzoening, de rol van de kerkelijke tucht en het geheel van de pastorale zorg.
De inhoud van de dissertatie heb ik nog niet kunnen lezen, maar de opzet ervan lijkt me zeker waardevol genoeg om er hier aandacht aan te besteden. Inderdaad: ook daders hebben pastorale zorg nodig. Dat zal geen kwestie mogen zijn van: na al dat gepraat over de slachtoffers wordt het nu tijd om de andere kant te belichten. Het zal een zaak van gebed zijn om in het pastoraat uit te drukken dat Gods zorg er ook voor daders is, z6nder dat daarmee vergoelijkt wordt wat ze gedaan hebben.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief