Bonhoeffer herdacht
1995-10-06
Dit voorjaar gonsde het van de radio- en televisieprogramma’s waarin herdacht werd dat het 50 jaar geleden is dat West-Europa bevrijd werd uit de monsterachtige greep van de nazi’s.- Jaargang 39
- nummer 20
In dat kader werd ook aandacht besteed aan het feit, dat vlak voor die bevrijding de Duitse theoloog Dietrich Bonhoefter werd geëxecuteerd - prof. Oostenbrink schrijft er elders in dit nummer over. Niet alleen waren er op de Duitse en Nederlandse TV dokumentaires over Bonhoefter te zien, maar ook verschenen er nieuwe publikaties van en over hem.
Zo werd voor het eerst de briefwisseling van Bonhoefter en zijn verloofde Maria von Wedemeyer in boekvorm uitgegeven1, en werd er een roman (!) over hem op de markt gebracht.2 Daarnaast kwamen er nieuwe bijdragen uit aan het gesprek over Bonhoefters theologie, onder andere het boekje Dietrich Bonhoeffer nu! De actualiteit van zijn leven en werkerr. Want Bonhoefter wordt niet alleen geëerd als verzetsheld; hij behoort ook tot de invloedrijke theologen van deze eeuw.
Te modem?
Opvallend genoeg is deze golf van belangstelling voor Bonhoefter als theoloog aan OPBOUW vrijwel voorbijgegaan.
Kwam dat voort uit het gevoelen dat zijn theologie niet zou strekken 'tot opbouw van het gereformeerde leven' (de ondertitel van ons blad)? Heeft het ermee te maken, dat in Nederlands Gereformeerde (dominees) kring betreurenswaardig weinig belangstelling bestaat voor de vragen waarop de grote theologen van de 20e eeuw zijn ingegaan? Of staat Bonhoefter gewoon te ver weg, is hij 'te modern'? Hij had tot voor kort in elk geval wel de naam ultra-modern te zijn. Niet voor niets verontschuldigde de bedrijfsleider van de Evangelische Boekhandel in Eindhoven zich bijna, toen hij mij zei dat hij twee van de drie hierboven genoemde boeken op voorraad had ... Er is inderdaad een tijd geweest, dat Bonhoefter in één adem genoemd werd met erkende vrijzinnigen als Rudolf Bultmann, John A.T. Robinson en Paul van Buren. Maar die tijd is echt gewéést. In 1989 schreef de Duitser Georg Huntemann, voorvechter van een orthodox, evangelisch christendom, dat dat christendom geen toekomst zal hebben als het Bonhoefter geen plaats toekent als 'kerkvader'. En algemeen wordt erkend, dat Bonhoefter lang niet zo gemakkelijk te plaatsen is als in het verleden wel gedacht werd. In zijn laatste geschrift wisselen uitingen van rechtzinnige vroomheid en tastende formuleringen over een 'christendom zonder religie' elkaar af op een wijze, die niet gemakkelijk te begrijpen is. Hij heeft dingen gezegd, waar men zich later op beroepen heeft om een pleidooi te voeren voor een christendom dat opgaat in medemenselijkheid. Maar er is ook een boekje van zijn hand, waarin hij zijn studenten voorschrijft hoe zij stille tijd moeten houden. Juist vanwege die zo sterk uiteenlopende lijnen is Bonhoefter een intrigerende figuur. Het zou dom zijn om aan hem voorbij te gaan.
Grenssituaties
Nu zijn er wellicht lezers, die met een zekere ongedurigheid wachten op het moment, dat in dit artikel Feike ter Velde ten tonele wordt gevoerd. De theoloog die van diens programma gegruwd zou hebben - ja, dat is Bonhoefter, en die is nu geïntroduceerd.
Maar het leek er tot nu toe niet op, dat de welbekende EO-coryfee, die mensen voor de televisie hun bekeringsgeschiedenis laat vertellen, ook maar in de verste verte in beeld zou komen. Maar hier is hij dan, en wel als markante vertegenwoordiger van een christendom, dat Gods aanwezigheid vooral fel ziet oplichten in grenssituaties van het leven. Want wat is het gemeenschappelijke in de verhalen die de gasten van Feike ter Velde vertellen? Dat zij God ontmoetten, nadat zij op een of andere manier de grens van hun eigen mogelijkheden hebben bereikt. Of het nu gaat om een alcoholprobleem of huwelijksmoeilijkheden, om depressiviteit of ervaringen van leegte en zinloosheid, om een ernstige ziekte of een ingrijpend verlies - het betreft steeds situaties waarin om zo te zeggen ruimte komt voor God, doordat mensen aan het eind van hun kunnen zijn. Dat is dan ook de boodschap aan de kijker: "Ziet ook u er geen gat meer in? Zijn ook uw mogelijkheden uitgeput? Zijn de grenzen van uw energie, uw moed, uw levenskracht bereikt?
Weet dan dat God gereed staat om het karwei van u over te nemen en uw leven eindelijk goed op de rails te zetten."
Het volle leven Vooral met dit laatste, de boodschap aan de kijkers, zou Bonhoefter moeite hebben gehad. Niet de persoon van de presentator is dus in het geding, of de integriteit van de gasten. Het gaat om de tendens van het programma, dat de zwakheid en nood van mensen wordt benut om aandacht te vragen voor God. Daartegen steigert Bonhoefter. In de eerste plaats betwijfelt hij de zin van deze aanpak. Want stel nu eens dat mensen, die de grens van hun vermogens hebben bereikt, God helemaal niet nodig hebben doordat ze op een andere manier leren omgaan met hun nood en hun wanhoop? Bonhoefter zelf signaleerde in de laatste jaren van zijn leven, dat de oorlog op heel veel mensen allerminst het eftekt had dat zij God gingen zoeken. Daarom stond hij sceptisch tegenover de methode, om met het evangelie op de proppen te komen waar mensen zijn vastgelopen.
In de tweede plaats vindt hij dat onfatsoenlijk. Hij gebruikt ergens het beeld van de 'religieuze verkrachting' (brief aan zijn vriend Eberhard Bethge van 30 april 1944). Ofwel: wanneer je mensen probeert te winnen voor God op het moment dat ze aan het eind van hun latijn zijn, oefen je pressie uit en laat je ze in feite niet de vrije keus. Er zit iets oneervols in om mensen op hun zwakke punten te 'pakken'. Voor Bonhoefter staat vast dat God zelf zo niet met mensen om gaat. De Here 'profiteert' niet van menselijke onmacht en wanhoop om zijn eigen onmisbaarheid aan te tonen. Hij wil niet door de achterdeur van hulpeloosheid bij ons binnenglippen, maar open gedaan worden door mensen die normaal functioneren.
Dat raakt aan Bonhoefters derde bezwaar: hij vindt het niet bijbels, om God terug te dringen naar de rand van het gewone leven. Want wat moeten de kijkers die niet depressief zijn, geen alcohol probleem hebben, kerngezond zijn en gelukkig in de liefde? Speelt God voor hen geen rol? Of moeten zij in hun leven gaan speuren naar een verborgen probleem, dat zij zelf niet kunnen oplossen? Voor die suggestie vindt Bonhoeffer in de bijbel geen steun. "Inderdaad wendde Jezus zich tot de randfiguren van de menselijke samenleving, tollenaars en overspelige vrouwen, maar beslist niet alleen tot hen. Hij wendde zich tot alle mensen. Nooit heeft Jezus de gezondheid, het geluk of de kracht van een mens problematisch gemaakt of beschouwd als een bedorven vrucht. ... Jezus roept het volle menselijke leven in al zijn facetten tot zich en tot zijn Rijk." (brief aan Bethge van 30 juni 1944; cursivering van mij, vdD)
Hans Vonk
Het lijkt mij duidelijk dat Bonhoeffer hiermee iets aanroert dat ons allen aangaat. Het gaat om de vraag wanneer en waar je als mens God kunt ontmoeten. Moet je eerst een keer vastgelopen zijn, net zoals de mensen in het programma van Feike ter Velde? Moeten we inderdaad onze evangelisatiekans schoon zien, als de ongelovige buurvrouw ineens kanker blijkt te hebben? Ligt het aan de welvaart, dat de mensen God niet meer nodig denken te hebben? Mij dunkt, dat de bijbel niet bang is om dat verband te leggen (vgl. Deut. 32:15). Talrijk zijn ook de geschiedenissen waarin God de grenssituaties in het menselijk leven benut om mensen met Hem te confronteren (vgl. 11Kronieken 33:12 en vele, vele andere plaatsen). Bonhoeffer gaat daar wel wat gemakkelijk aan voorbij, al erkent hij - onder verwijzing naar psalm 50:15 - dat hij misschien wel wat te wantrouwend staat tegenover 'bidden in de nood' (brief aan Bethge van 29 en 30 januari 1944). En tochenige reden tot zulk wantrouwen is er wel. Het is riskant om je uitgangspunt voor het geloof in God te nemen in grenssituaties. De ontvankelijkheid voor het evangelie van mensen die in het ziekenhuis liggen, is soms van griezelig korte duur. Sterker nog: die ontvankelijkheid kan totaal afwezig zijn. Een treffend voorbeeld daarvan vond ik in het interview met de dirigent Hans Vonk in NRC Handelsblad van 3 juni j.1. Terugblikkend op een verblijf in het ziekenhuis, waarin hij direkt met zijn sterfelijkheid gekonfronteerd werd, zegt Vonk: "God? Ik zag hem niet, ik miste hem niet, ik verlangde niet naar hem. Hij - of zij, of het - was blijkbaar definitief achter de horizon verdwenen. In mij welde geen seconde iets religieus' op." Dat kan dus: dat iemand zelfs op de kwetsbaarste momenten van zijn bestaan niet taalt naar God. Maar daaruit blijkt, hoe hachelijk het is om ons voor het geloof afhankelijk te maken van grenssituaties. En dat is nu precies wat Bonhoeffer bezig houdt. Wordt God niet hoe langer hoe meer teruggedrongen, als Hij het ervan moet hebben dat mensen om Hem verlegen zitten? Is het bijbelse beeld niet veeleer, dat God ook een plaats heeft in het leven van gezonde, sterke, gelukkige en welvarende mensen? Zogezien staat de kerk voor de geweldige opgave, om het evangelie zo te brengen dat het niet alleen op de patiënt Vonk, maar zeker ook op de dirigent Vonk betrekking heeft. Misschien dat dan ook de succesvolle HBO-er in de kerk het gevoel krijgt: "Hé, God is er dus niet alleen voor de kneuzen..."
Noten:
1 Bruidsbrieven uit de cel (1943-1945), verzorgd door Ruth-Allee von Bismarck en Ulrlch Kabitz. in de Nederlandse vertaling uitgekomen bij Uitgeverij J.J. Groen en Zoon. Leiden.
2 Mary Glazener. De beker der gramschap. Dietrich Bonhoeffer in verzet tegen Hitler.
3 Een bundel opstellen onder redactie van Ralner Mayer en Peter Zimmerling. uitgegeven door Uitgeverij J.J. Groen en Zoon, Leiden.