Onderscheidingsvermogen
1995-10-06
We hebben als christenen de opdracht de ‘geesten’ te onderscheiden. Daar zullen we het wel over eens zijn. De vraag is echter wat we daar van terecht brengen. Zowel in het verleden als in het heden. In hoeverre werden en worden we beïnvloed, door de wereld om ons heen, door de boeken en tijdschriften die we lezen, door de tv. Vaak ongemerkt. Weten we echt te onderscheiden?- Jaargang 39
- nummer 20
A sound of music
Misschien hebt U wel gekeken naar de door de onlangs voor de t.v. weer eens uitgezonden film/musical 'A sound of music'. Je kunt slechtere dingen zien. Het is een film, waar je met je hele gezin naar kunt kijken én luisteren. De vertolking van een verhaal, dat ook na jaren nog steeds weet te boeien. Het gaat over een jonge novice, Maria, een non in opleiding, die het in het klooster toch niet kan vinden en dan gouvernante wordt bij een kasteelheer/ weduwnaar met zes kinderen.
Het geheel speelt zich af in de dertiger jaren in Oostenrijk; in de tijd, dat Oostenrijk door Hitier bij het 'Derde Rijk' werd ingelijfd. Wat je altijd opnieuw treft is de overgang tussen de eerste en de tweede helft van het verhaal.
In de éérste helft de ironie, de spot, die gedreven wordt met het militairisme van pa, 'kapitein' Trapp, de gezinsperikelen, de kinderen die door het ex-nonnetje tot een koor worden aaneengesmeed en de schitterende beelden van het kasteel en het Oostenrijkse landschap. Het geheel eindigt dan met het huwelijk tussen de vader en de ex-novice.
Uiteraard in een fraaie kathedraal, onder toezicht van de moeder-overste van het klooster, waaruit Maria afkomstig is.
De twééde helft met de steeds toenemende druk van de nazi's, de oproep (voor pa) om op te komen voor de (Duitse) militaire dienst en de vlucht van het hele gezin met tal van spannende momenten de grens over. Een vlucht, die plaats vindt nadat ze als gezin nog even de eerste prijs in een zangfestival in Wenen hebben gewonnen. Het blijft een musical. Ze bereiken overigens veilig de andere kant van de grens. Dus echt zorgen hoeft niemand zich te maken.
Een vreemde beperking?
Het blijft natuurlijk een film, een musical. Geen werkelijkheid. Niet zo erg serieus dus. Maar toch.
Als je goed kijkt lijkt de vlucht toch vooral te zijn ingegeven door nationalistische motieven. Een Oostenrijkse familie, die zich verzet tegen de Duitse overheersing. Het verzet vanuit de R.K. kérk beperkt zich tot hulpverlening en enige sabotage: Twee nonnen uit het klooster, waaruit Maria afkomstig is, halen de bougies uit de auto's van de achtervolgende nazi's, zodat de familie kan ontsnappen. Iets wat dan nog als 'zonde' tegenover de moeder-overste wordt (op)gebiecht.
Toch is er enige reden je af te vragen of die beperking tot die nationalistische motieven wel zó vreemd, wel zó bizar was.
Wij kijken nu, na het einde van de oorlog, op die ontwikkeling terug met in ons achterhoofd alles wat we nu weten.
Wij hebben nu geen aarzeling om het nationaal-socialisme als satanisch te beschouwen, als een stroming, die een bedreiging vormde voor de christelijke kerk. Maar toen? Als je de, ook Nederlandse, commentaren uit de dertiger jaren leest kom je soms tot ontstellende ontdekkingen. Dan wordt er, zeker aanvankelijk, meerdere malen toch over geschreven met een zekere sympathie, ook wel van christelijke zijde, die we nu niet voor mogelijk houden. En dan vraag je je af hoe dat mogelijk was.
De Jong heeft er in zijn geschiedenis van het Koninkrijk der Nederlanden in de tweede wereldoorlog op gewezen, dat er in die tijd nog geen t.v. was die actuele gebeurtenissen zo uitdrukkelijk onder je aandacht kan brengen. Ook de radio hield zich in die tijd nog maar in heel beperkte mate bezig met alles wat er in het buitenland gebeurde.
Veel van wat er bij onze Oosterburen plaats vond ging aan velen voorbij. Bovendien, was Hitier niet de man, die nu eindelijk eens iets aan de verschrikkelijke werkeloosheid deed? Een levensgroot probleem, waar ook toen heel veel Nederlandsers onder gebukt gingen? Trouwens, ging in de eerste wereldoorlog de sympathie in Nederland niet meer uit naar Duitsland dan naar de toenmalige geallieerden?
De dertiger jaren
Ondertussen voltrok zich in de dertiger jaren bij onze Oosterburen wel een hele omwenteling. Ook een gééstelijke revolutie. Daarbij ging het niet alleen ging om nationalisme, om een poging tot het herwinnen van het nationale zelfrespect, om de vrijheid van jezelf en van je gezin. Het was een strijd, waarin ook de positie van de kerk van Jezus Christus in geding was. In Duitsland al heel spoedig nadat Hitier in 1933 aan de macht was gekomen. In Oostenrijk en Nederland enkele jaren later. Wanneer je nu, in 1995, daarop terugziet, kunnen er toch heel intrigerende vragen bij je opkomen. Bij voorbeeld de vraag, hoe het toch mogelijk was, dat christenen in Duitsland in de dertiger jaren zo massaal onder invloed konden komen van het nationaal-socialisme.
"Wij zijn in 1933 het Derde Rijk niet binnengestrompeld, we zijn er in gemarcheerd", zo konkludeerde Karl Immer in 1981 bij zijn afscheid als praeses van de evangelische kerk in Rheinland. En hij voegde daaraan toe, dat bijna alle (!) theologen van de Theologische School in Wuppertal lid waren van de SA. Het is slechts één van de vele voorbeelden, die men kan aantreffen in het in 1991 verschenen boek van Wilken Veen 'Collaboratie en Onderwerping', over de rol van de Duitse protestanten in 1933.
Het verbazingwekkende zit dan niet zo zeer in het feit, dat een mensenmenigte massaal achter een leider aanloopt en al zijn verhalen slikt. Dat komt wel vaker voor. Ook nu nog. Wat veel meer tot nadenken stemt is het feit, dat zovele christenen en theologen, mensen waarvan je mag verwachten, dat ze dagelijks met Gods Woord omgaan, kennelijk toch zo weinig onderscheidingsvermogen hadden dat ze 'om' gingen en met 'vrome' verhalen toch in feite werktuig van de duivel werden. Dan kun je bijvoorbeeld lezen over theologen, die onder invloed van het nationaal-socialisme de betekenis van het Oude Testament bagatelliseerden omdat het Joods zou zijn. Over theologen, die spraken van 'de dringende taak om het christendom te verduitsen' etc. etc.
Ook anderen
Gelukkig zijn er ook andere voorbeelden. Van predikanten of 'gewone' christenen die wel zagen wat er aan de hand was. Die wel de geesten wisten te onderscheiden. Maar over het geheel genomen vormden ze toch te veel een uitzondering.
In Nederland kom je dan namen tegen van iemand als ds. Slomp, 'Frits de Zwerver', de grote stimulator van de landelijke organisatie voor hulp aan onderduikers. Of van prof. Schilder, die voor de oorlog al een hele stijd moest voeren tegen de N.S.B., die ook onder gereformeerden leden wist te werven. In Duitsland kun je dan lezen over lezen over over ds. Martin Niemöller.
Een voormalig duikbootkommandant uit de eerste wereldoorlog, die, later predikant geworden, vele jaren in een concentratiekamp moest doorbrengen. Of over een begaafd man als Dietrich Bonhoeffer, die zijn verzet tegen Hitier enkele dagen voor het einde van de oorlog op uitdrukkelijk bevel van Berlijn met de dood moest bekopen.
Een intrigerend voorbeeld
Bonhoeffer was een man, die, wat men verder over zijn theologisch werk ook kan zeggen - en daar valt echt wel wat over te zeggen - al vrij vroeg het satanische in het nationaal-socialisme onderkende. Hij werd geboren, in 1906, als zesde kind in een vooraanstaande Duitse familie, waarin zijn keus voor een studie in de theologie meer geduld dan gestimuleerd werd. Afkomstig uit een gezin, waarin het zondags naar de kerk gaan een hoge uitzondering was. Zijn promotie in de theologie op heel jonge leeftijd bood hem de mogelijkheid om al vroeg naar het buitenland te gaan.
Hij maakte daar gebruik van om toen al vele contacten te leggen, soms ook via de toenmalige nog niet zoveel voorstellende oecumenische beweging. In Spanje, in Engeland, in Amerika.
Hij legde toen contacten, die hij later tijdens de oorlog, ook toen besloten was een poging te doen om Hitier om te brengen, wist te benutten. Wanneer het Hitlerregime pogingen doet de protestantse kerken tot een door hen geleide eenheid om te vormen ontstaat dan de 'Bekennende Kirche' die buiten de officiële kanalen om een vijftal seminaries sticht. Bonhoeffer wordt dan de leider van een van die vijf, in Finkenwalde, waaraan hij trouwens wel weer zijn eigen invulling geeft. Nieuwe conflicten met de nationaalsocialisten blijven niet uit. Duitse en buitenlandse vrienden zijn er van overtuigd, dat hij, gezien zijn opstelling wel in het concentratiekamp terecht móet komen.
Maar wanneer pogingen worden gedaan om hem een functie buiten Duitsland te bezorgen, besluit hij toch, hoewel hij al in het buitenland verbleef en de mogelijkheid aanwezig was daar te blijven, naar Duitsland terug te keren. Omdat hij meende dat God hem daar geroepen had, dat daar zijn taak lag. Het eindigt met zijn arrestatie en op 9 april 1945 met zijn dood.
Samen met enkele anderen, waaronder admiraal Canaris, wordt hij opgehangen.
Dan eindigt zijn aardse leven, door de kamparts, die er getuige van was, beschreven: " Door de half open deur van een kamer in de barakken zag ik pastor Bonhoeffer, voordat hij zijn gevangeniskleding uittrok, neergeknield in innig gebed met zijn God. De wijze van bidden, zo vol overgave en zo zeker van verhoring, van deze buitengewoon sympathieke man heeft me zeer diep aangegrepen". Hij is dan nog geen veertig jaar en zijn toekomstige bruid, die hij pas op zijn zevenendertigste ontmoette achttien.Een zeker onder die omstandigheden enigszins onverwachte verhouding, die leidde tot een briefwisseling, nog onlangs in vertaling uitgekomen onder de titel 'Bruidsbrieven uit de cel, 1943-1945'. Een in veel opzichten aangrijpend boek.
Opnieuw: weten we te onderscheiden?
Maar ook dan moeten we ons weer afvragen: Weten we als christenen wel te onderscheiden? Toen, maar ook nu?
Het is om meer dan een reden begrijpelijk dat na de tweede wereldoorlog juist in Duitsland grote belangstelling ontstaat voor iemand als Bonhoeffer. Door zijn leven én sterven en door de thema's die hij, al schrijvend, aansneed.
Niet alleen m.b.t. zijn keuze tegen het nationalisme maar ook door zijn visie op een niet-religieus christendom en op een aantal door hem aangesneden ethische problemen. Voor degenen, die hem hebben gekend én voor de generaties, die daar na 1945 aan hun ouders het een en ander te vragen hadden en in een geheel andere situatie hun weg moesten zoeken.
Want ook hier geldt, dat het feit, dat iemand op het ene moment goed weet te kiezen en juist weet te onderscheiden nog niet wil zeggen, dat hij of zij op ándere momenten en gesteld voor ándere keuzen dan óók goed kiest.
Een oprechte bewondering voor en dankbaarheid jegens iemand, die ons in veel opzichten op een goede wijze vóór ging kan ook ons onderscheidingsvermogen doen afnemen of zelfs ons oordeel verblinden. Voorouderverering en bewondering voor 'grote mannen' kwam en komt niet alleen onder niet-christenen voor. Ook hier geldt, dat we als mensen steeds weer falen als niet Gods Geest ons leidt. Dan rijst opnieuw de vraag: Wat zijn onze criteria en waar láten wij ons door beïnvloeden? In het verleden al door onze opvoeding en in het heden via onze omgeving, via gesprekken, via boeken, via radio en tv? Zodat we, al of niet massaal, de kans lopen toch (weer) verkeerd te kiezen? Toch iets om nog eens verder over na te denken.