25 jaar STAGG
1995-10-20
Het leek wel of op 18 september in Amersfoort de jaarlijkse predikantenconferentie werd gehouden. Ongeveer 70 Nederlands Gereformeerde predikanten en theologiestudenten spraken er met elkaar over pastoraat en hulpverlening.- Jaargang 39
- nummer 21
De aanwezigen waren bij elkaar op uitnodiging van de STAGG, die op deze manier het 25-jarig jubileum vierde.
Het was een goed initiatief om zo onze predikanten (nog eens) kennis te laten maken met het werk van de STAGG.
Ze komen immers in hun werk vrijwel dagelijks in aanraking met thema's die op het grensvlak van pastoraat en hulpverlening liggen. En dan speelt nogal eens de vraag: wat hoort er nu bij het pastoraat en wanneer doe ik er goed aan om iemand door te verwijzen naar een andere hulpverlener?
Geschiedenis
De voorzitter van de STAGG, mr. L. Verheij, blikte aan het begin van het symposium terug op de geschiedenis van de STAGG. Toen aan het eind van de jaren '60 een kleine 30.000 leden buiten het verband van de vrijgemaakt-
Gereformeerde kerken waren komen te staan, ontstond er al snel behoefte aan een eigen vorm van hulpverlening. Leden van de 'buitenverbandse' kerken konden namelijk niet meer rekenen op hulp vanuit vrijgemaakte organisaties. Op initiatief van de Centrale Diaconale Conferentie werd een eigen stichting voor kinderbescherming en maatschappelijk werk opgericht. In de loop van een aantal jaren verbreedde het werk zich steeds meer, een verbreding die ook in naamsveranderingen tot uiting kwam.
De huidige naam STAGG betekent Stichting voor Ambulante Geestelijke Gezondheidszorg.
De medewerkers van de STAGG behandelen mensen van alle leeftijden, men is bezig met curatieve zorg (d.w.z.: herstel, genezing) en men doet aan preventie (o.a. in de vorm van cursussen). Hoewel de meeste cliënten Nederlands Gereformeerd zijn, is de STAGG ook voor mensen buiten de eigen kerkelijke kring een vertrouwd adres geworden.
Zorg voor de geestelijke gezondheid
De heer A.M. van Langevelde is werkzaam als psychiater bij het Gereformeerd Psychiatrisch Ziekenhuis en als adviseur betrokken bij de STAGG. Hij schetste in kort bestek een aantal ontwikkelingen op het gebied van de geestelijke gezondheid. Sinds 1982 is de hulpverlening via de RIAGG opgenomen in de AWBZ. De RIAGG's zijn voor iedereen toegankelijk, ze werken regionaal en ze bieden sociaal-psychiatrische hulp, psychotherapie, consultatie en men doet aan preventie. Is de STAGG dan een soort RIAGG? Er zijn overeenkomsten, maar ook verschillen.
Zo werkt de STAGG niet regionaal (de behandeladressen zijn in Houten, Dordrecht en Zwolle) en door de grote geografische afstand tot de cliënten kan men ook geen acute hulp bieden in crisissituaties. De STAGG biedt dus een minder breed pakket dan een RIAGG. De meerwaarde zit in het feit dat de STAGG voluit vanuit een christelijke grondslag wil werken. Maar kan de STAGG dan niet beter opgaan in andere reformatorische hulpverleningsinstellingen, zoals de GLiAGG, de Driehoek, De Vluchtheuvel of De Brug? Inderdaad is er sprake geweest van samenwerking (met Het Anker), maar deze samenwerking werd helaas beëindigd. (In een interview met het Nederlands Dagblad van 20 september 1995 zei mr. L. Verheij nog steeds samenwerking te zoeken met andere reformatorische instellingen. Op dit moment is die samenwerking er op bestuursniveau niet). Van Langevelde was van mening dat het brede hulpverleningspakket van de STAGG heel goed aanvullend kan werken ten behoeve van de andere reformatorische instellingen. Hij constateerde dat de STAGG een aparte functie vervult en in het kader van de hulpverlening zelfs uniek kan worden genoemd. Men heeft met een klein team een breed pakket van kwalitatief goede hulpverlening weten op te zetten.
Levensfasen
Psychiater P.J. Verhagen had de meeste spreektijd gekregen. Hij is o.a. verbonden aan GLIAGG De Poort.
Ook staan er diverse publicaties op zijn naam (zoals een boek over depressies in de serie Praktisch & Pastoraal van uitgeverij Groen). Verhagen omschreef de levensloop van de mens als het van fase naar fase groeien. Er ontstaat binnen een bepaalde fase een evenwicht; overgang naar een nieuwe fase levert weer een verstoring op. Wanneer in een bepaalde fase geen evenwicht wordt bereikt leidt de verstoring tot stagnatie. "Het script wordt in de vroegste jaren geschreven", aldus Verhagen. Toch zullen de gevolgen van een blijvende verstoring vanuit de vroege levensjaren niet altijd direct duidelijk zijn. Als een moeder voortdurend tegen haar kind zegt dat het niet deugt, zal het zich ondanks die kritiek misschien toch handhaven en zich bewijzen door een flitsende carrière op te bouwen. Het probleem ontstaat pas als zo'n kind niet meer verder carrière kan maken. Dan loopt het, bijvoorbeeld rond zijn 45e jaar, alsnog vast. De opbouw lukte, maar de afbouw leidt tot een depressie. Alsof zijn moeder toch nog gelijk heeft gekregen....
Herhaling van patronen
Het voorbeeld van de moeder en de zoon laat zien dat het patroon zich herhaalt.
Dergelijke patronen komen veel voor. Een voorbeeld: een gemeentelid klaagt steeds weer over het gebrek aan saamhorigheid in de kerk. Zodra je echter vraagt of zij zich ergens voor in wil zetten, zegt ze daar niet voor te voelen. Het klagen houdt echter aan. Op den duur gaan allerlei mensen haar mijden. In de schaarser wordende ontmoetingen is al snel een kritische ondertoon voelbaar. Wat is er aan de hand dat. dit gemeentelid alsmaar klaagt en' daardoor steeds weer in de positie komt dat anderen haar gaan mijden? Waarom roept ze steeds die kritiek over zich af? Het is heel goed mogelijk dat deze 'herhaling van zetten' al in de vroege geschiedenis van deze vrouw als patroon aanwezig was.
Volgens Verhagen moeten predikanten zulke patronen kunnen herkennen. Ze moeten ook inzien welk gevolg dit gedrag op hun eigen functioneren (als predikant) heeft. Als je dat niet onderkent, kun je samen met de cliënt in de herhaling vallen en dan loop je samen vast. Verhagen, zeer nadrukkelijk: "Ik vind het een misser dat predikanten nog altijd geen inzichtgevende therapie behoeven te ondergaan. Deze herhalingen zitten overal in, ook in het godsdienstig beleven. Je moet ze als pastor kunnen herkennen. Oriënteer je als pastor in typen van patronen en onderken ze!"
Persoonlijkheidsstructuur en godsdienstig beleven
Wat heeft een predikant nu met zo'n verhaal te maken? Als iemand zo vast loopt is dat toch werk voor een psychiater?
Natuurlijk blijft de vraag waar het werk van de predikant ophoudt en het werk van de therapeut begint. Toch krijgt iedere predikant te maken met ontwikkelingen in de levensloop van de mens. De afgelopen jaren is er veel onderzoek gedaan naar het verband tussen persoonlijkheidsontwikkeling en geloof (o.a. door Fowler). Dezelfde patronen die in de ontwikkeling van de persoonlijkheid zijn te herkennen, kunnen we ook zien in het godsdienstig beleven.
Zo zullen mensen die geen geïntegreerd beeld van zichzelf hebben ontwikkeld, ook vaak op een bepaalde manier met hun geloof omgaan. Ze houden afstand (filosoferen over ontwikkelingen in de kerk, 'theologiseren'), óf ze zoeken extra zekerheden buiten het geloof (bijv. in de parapsychologie of in sekten).
Is geloof rampzalig?
Er wordt door veel therapeuten gezegd (of gedacht) dat geloof een belastende factor is in het leven van de mens.
Sluit Verhagen zich nu aan in de rij van deze therapeuten? Allerminst. Als christen-psychiater komt hij belastende factoren tegen, maar hij vindt ook dat het geloof een positieve invloed uit kan oefenen op de geestelijke gezondheid van de mens. Geloof kan meehelpen aan het ontwikkelen van een gezond zelfbeeld. Bekering kan herstel betekenen, geloof kan gemoedsrust geven, gebed kan een helende werking hebben.
Ook kan godsdienst helpen om 'afwijkend gedrag te kanaliseren'. Het naleven van de Tien Geboden heeft een heilzame werking op de samenleving. Voor veel mensen biedt het geloof ook een vluchthaven, het geeft steun, het biedt de ervaring dat je wordt opgevangen. Aan de andere kant kan het geloof ook een gevaar zijn voor de geestelijke gezondheid.
Geloof kan ontsporen in pathologische, ziekmakende patronen (denk aan sekteleiders).
We moeten daarbij echter niet alleen naar anderen kijken, ook binnen de eigen gemeente kan het geloof soms een dekmantel zijn van 'ongezonde' ontwikkelingen. Zelfs de wijze waarop iemand het ambt vervult kan te maken hebben met storingen in de ontwikkeling van de persoonlijkheid. Geloof kan mensen helpen om te veranderen, om verder te komen, maar soms zie je juist het omgekeerde: mensen blijven dwangmatig vastzitten in bepaalde patronen: er is geen groei meer mogelijk. De pastor moet deze patronen kunnen herkennen. Positief of negatief: godsdienst is dus meer dan alleen een aanhangsel in de therapie. Gelukkig kan geloof zeer zeker de geestelijke gezondheid van de individuele mens en van de samenleving bevorderen.
Vragen
De lezing van Verhagen riep uiteraard vragen op. Hoe ga je om met schuld? Kan een ongelovige toch een gezond zelfbeeld hebben? Als iemand emotioneel kwetsbaar is, kan hij toch ook (of: juist) veel betekenis hebben in het Koninkrijk? Moet je zo iemand dan wel weerbaarder maken? Kan het niet juist zo zijn dat iemand door zo'n training zijn geloof kwijt raakt? Op de vraag hoe je je het onderkennen van patronen eigen kunt maken trok Verhagen een vergelijking met psychotherapeuten. Zij moeten zich aan een zgn. inzichtgevende 'leertherapie' onderwerpen. Daarmee leren ze hun eigen reactie op personen en situaties te herkennen.
Hoe één en ander in de opleiding tot predikant kan worden ingebed kon Verhagen niet aangeven; dat is een zaak van de opleidingen zélf. Moeten predikanten nu ook nog de opleiding tot psychotherapeut volgen?
Verhagen vindt dat theologen geen psychotherapeut hoeven te worden. "Laat die theologieboeken maar gewoon op de plank staan, maar schaf ook een schapje psychologische verhandelingen aan. Ga vervolgens de inhoud van die boeken theologisch doordenken."
Aan het werk: gevoelens en conflicten
Na de lezingen werden de aanwezigen aan het werk gezet. In een aantal zalen werden workshops gehouden. In kleine groepen konden de predikanten van gedachten wisselen over een bepaald thema. De keuze was niet gemakkelijk, sommige congresgangers wilden alle workshops wel bijwonen. In één zaaltje werden korte videofragmenten vertoond. Centraal stond de vraag welke gevoelens bepaalde uitspraken van betrokkenen opriepen. De reacties bleken uiteenlopend te zijn.
Soms was het moeilijk om eigen gevoelens te peilen. Irritatie, gevleid zijn, je aangevallen voelen: het kan dicht bij elkaar liggen. Daarnaast bestaat de neiging om over het eigen gevoel heen te stappen en maar direct een advies te geven. Maar: in hoeverre kán of mag een predikant een concreet advies geven? Of moet je juist op je hoede zijn als iemand je nadrukkelijk om advies vraagt? In een ander zaaltje werd ingegaan op conflicten binnen de gemeente. Juist conflicten in de kerk doen 'zeer'. Ze raken ons als christenen diep en we hebben ook het gevoel dat conflicten in de kerk niet mogen. Juist daardoor kunnen spanningen snel escaleren: het conflict wordt onbeheersbaar. In deze workshop kwam o.a. het spanningsveld naar voren tussen de roeping van de predikant én de oproep om te luisteren. Je wilt natuurlijk wel proberen te luisteren, maar je wilt ook je boodschap uitdragen. In deze workshop kwam opnieuw het thema van de ochtend naar voren: hoe reageer ik zelf op spanningen? Er kan snel een oververhitte discussie ontstaan. "Zodra je jezelf 'ja maar' hoort zeggen moet er een rood lampje bij je gaan branden." Het is van belang om de christelijke boodschap vast te houden, anders ben je ongeloofwaardig. Tegelijk moet je oog houden voor je eigen positie, maar ook afgestemd blijven op de ander. Het is belangrijk om de ander de tijd te geven om jouw boodschap te verwerken.
Andere thema's
Er werden nog 4 andere workshops gehouden. In alle groepen werden daarbij oefeningen gedaan. De thema's op een rijtje: - Is supervisie voor predikanten gewenst? (zie ook de inhoud van de lezing door dr. Verhagen). In kleine groepjes konden de predikanten en studenten van gedachten wisselen over de mogelijkheid van supervisie.
- Jongeren geven het signaal. Welke stoornissen komen we tegen bij jongeren en in de gezinnen? Hoe herken je als predikant de signalen (bijv. van incest) en hoe ga je daar dan mee om?
- Problemen in het huwelijk. Problemen zijn soms terug te voeren op het proces dat heeft geleid tot de keuze van de levenspartner. Zijn man en vrouw los gekomen van hun eigen ouders? Het pastoraat besteedt vaak meer aandacht aan een dreigende echtscheiding dan aan het zgn. huwelijkspastoraat (het begeleiden naar het huwelijk toe).
- Individuele gesprekstherapie. Aan de hand van videofragmenten werd getoond hoe men door middel van psychotherapie de cliënt inzicht kan geven in het eigen functioneren. Wat zijn de overeenkomsten met de werkwijze van een predikant? Hoe kan een pastor omgaan met iemand die in therapie is?
Slotdiscussie
Aan het eind van de middag konden de aanwezigen nader ingaan op de vandaag aangereikte thema's.
De suggestie dat er in onze kerken meer zou moeten worden gedaan aan huwelijkspastoraat werd beaamd. Zo vertelde een predikant dat toekomstige bruidsparen in een Rooms-Katholieke parochie in Engeland verplicht zijn om 4 avonden met de pastor te spreken over het huwelijk. Dat is dus heel wat anders dan op het laatste nippertje nog even een dominee bellen dat je gaat trouwen .... Een andere suggestie was het op papier laten zetten door het bruidspaar wat het huwelijk voor hen betekent.
De publieke beantwoording van zo'n vraag maakt de dienst persoonlijker en dwingt het echtpaar hun huwelijksmotieven extra te doordenken. Andere vragen betroffen de contacten tussen predikant en therapeut. Uit reacties uit de zaal bleek dat de meningen uiteen lopen, maar dat geldt eveneens voor de ervaringen die predikanten hebben met hulpverleners.
De therapeuten van de STAGG zullen nooit zonder overleg met de cliënt informatie geven aan een predikant.
Een therapeut heeft immers (ook wettelijk) de plicht tot geheimhouding. Uiteraard zijn medewerkers van de STAGG niet tegen samenwerking met predikanten. Er zijn zelfs situaties bekend waarbij de predikant enkele therapiesessies heeft bijgewoond. Dat gebeurt echter alleen als het in het belang van de cliënt is en als hij of zij nadrukkelijk achter deze werkwijze staat. Een bijzondere vorm van zorg werd nog gemeld vanuit de GLIAGG.
Daar is men bezig met een project waarbij aan mensen die langdurig emotionele ondersteuning nodig hebben via de kerkelijke gemeente hulp wordt geboden. Juist deze chronische patiënten zijn vaak sterk vereenzaamd; het bieden van een sociaal netwerk kan dan een belangrijke steun in de rug zijn.
Slot
Aan het eind van de dag was het woord weer aan de voorzitter, mr. L. Verheij. Hij vermeldde o.a. nog de a.s. publicatie van het beleidsplan van de STAGG. Hij hoopte dat deze dag er mee toe zou bijdragen dat de STAGG in eigen kerkelijke kring bij ambtsdragers bekend zou zijn als een instelling waar leden van de kerken goede hulp kunnen krijgen. Hij sloot de bijeenkomst af met dankgebed aan de Here, die het werk van de STAGG al die tijd.
heeft willen zegenen. De bezoekers van de dag konden verrijkt huiswaarts gaan. Men heeft veel ervaringen opgedaan. Er was grote waardering voor de organisatie en voor de inzet van de medewerkers van de STAGG. Bij herhaling viel de opmerking te beluisteren dat de dag eigenlijk nog veel te kort was. Met andere woorden: er is vraag naar meer. Mogelijk krijgt deze jubileumdag dus nog op de één of andere manier een vervolg. Als tastbare herinnering aan het symposium kregen de deelnemers een goedverzorgde map mee naar huis met literatuur over pastoraat en hulpverlening. Ongetwijfeld zal er nog regelmatig in gebladerd worden. De klapper past keurig op het schapje psychologische verhandelingen dat Verhagen al geadviseerd had. De 70 deelnemers hebben deze dag een indruk kunnen krijgen van het brede werkterrein van de STAGG.
Gemeenten hikken wel eens aan tegen de gevraagde bijdrage van f 9,- per lid. Dat bezwaar kan te maken hebben met onbekendheid omtrent de mogelijkheden van de STAGG. Vandaag konden de deelnemers inzicht krijgen in het brede pakket aan psychische hulpverlening dat de STAGG biedt. De gevraagde bijdrage is geen weggegooid geld.
Verklaring van afkortingen:
AWBZ = Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.
RIAGG = Regionale Instelling voor Ambulante Geestelijke Gezondheidszorg.
GLIAGG = Gereformeerde Landelijke Instelling voor Ambulante Geestelijke Gezondheidszorg.
STAGG = Stichting voor Ambulante Geestelijke Gezondheidszorg.