Van Rwanda naar Houten

1994-02-11
  • Jaargang 38
  • nummer 3
In de kolommen van 'Opbouw' is Jeannette Westerkamp-Stegeman geen onbekende. De regelmatig verschijnende 'Post uit Rwanda' stond bij jong en oud in de belangstelling en kreeg veel waardering. Inmiddels is familie Westerkamp terug in Nederland. Jeannette Westerkamp werd onlangs benoemd tot lid van de redaktie van 'Opbouw'. Reden genoeg voor een bezoek aan de familie in hun nieuwe huis in Houten.

Het is maar 5 minuten lopen van het station van Houten naar het huis van de familie Westerkamp. Ondertussen heb ik wel 2 keer even moeten schuilen voor een bui. Het waait hard en het is koud. Dat moet een hele overgang zijn vanuit het tropische Rwanda naar het Nederlandse zeeklimaat. Gelukkig brandt binnen de kachel. Jonathan heeft een griepgolf op school niet helemaal goed doorstaan, de beide andere zoons zijn naar school. Na een kop thee-mét kunnen we aan het gesprek beginnen.

Eerst een persoonlijke vraag aan Jeannette: waar komt dat 'talent' voor het schrijven vandaan?

Het schrijven zat me kennelijk in het bloed. Vroeger korrespondeerde ik met allerlei vriendinnen en ik hield ook een dagboek bij. Ook schreef ik zelf wel korte verhalen. Ik vond het fijn om mijn gedachten en de dingen die ik beleefde op papier te zetten. Op die manier kon ik alles beter voor mezelf verwerken. Ik kom uit een onderwijzersgezin en het schrijven werd van huis uit ook gestimuleerd. De laatste tijd is er nog het schrijven van gedichten bij gekomen. Die helpen me ook om klaarheid in de dingen te brengen.

Hoe zijn jullie eigenlijk in de zending terecht gekomen?

We hebben altijd allebei als wens gehad om een tijd in de zending te mogen werken. Alleen liep de weg naar de zending niet zo rechtstreeks.
Eerst kwamen we inl'Abri terecht. We zijn 1,5 jaar in Eek en Wiel werkzaam geweest. Toen het werk vanl'Abri zich grotendeels in Utrecht af zou gaan spelen kwamen we in kontakt met een organisatie die hulp bood in Uganda. Na de periode van Idi Amin verkeerde het land in een totale chaos.
We gingen dus naar Uganda. Daar bleek ons op een bepaald moment dat de Church of Uganda met een bijbelsehooi wilde starten en men zocht 2 buitenlandse theologen om daarbij behulpzaam te zijn. We hebben toen kontakt gezocht met de kerken van Eek en Wiel en van Groningen om te onderzoeken hoe onze werkzaamheden eventueel een financiële basis zouden kunnen krijgen. Op die manier is de Stichting EvTA ontstaan, de Stichting Evangelische Toerusting Afrika. We hebben in totaal twee jaar in Uganda gewerkt. De politieke situatie was steeds erg onrustig. We maakten o.a. een staatsgreep mee. Het werken werd al moeilijker. Het EvTA-bestuur wilde dat we voor de geboorte van onze jongste naar Nederland kwamen.
Toen we daar net waren was er weer een staatsgreep en barstte de bom echt in de streek waar we woonden.
Omdat nog onduidelijk was of we weer aan de slag konden in Uganda hebben we toen twee jaar in Nederland gebivakkeerd.
Ondertussen is Dick wel naar Bangui geweest om daar een aantal colleges te geven. Ook waren we in Engeland om daar aan de Anglicaanse kerk verslag uit te brengen van de mogelijkheden en moeilijkheden in het werk in Uganda. Het leek allemaal niet zo eenvoudig om weer in dat land aan de slag te kunnen gaan. Op dat moment kwam er opeens een verzoek van de Rwanda Mission of we in Rwanda hulp konden bieden. We moesten even aan het idee wennen, bovendien zouden we ons frans fors bij-moeten scholen. In Engeland heeft men ons toen aanbevolen aan de Presbyteriaanse kerk. De bijbelsehooi in Rwanda is een school van 4 samenwerkende protestantse Kerken. Op dat moment heette het nog een bijbelsehooi, later werd het een theologische fakulteit. We vertrokken weer ondersteund door EvTA.

Heeft een theologische fakulteit voordelen boven een bijbelschool?

De verandering van bijbelsehool naar theologische fakulteit kan bezwaren hebben. Het risico is dat je je op je status gaat beroepen. Je moet natuurlijk aan een aantal eisen kunnen voldoen om je naam waar te maken. Een voordeel in de Rwandese situatie is dat studenten die een academische opleiding achter de rug hebben als godsdienstleraar door de staat worden betaald. Een ander voordeel is dat van alle studenten een redelijke vooropleiding verondersteld mocht worden. Ook de samenwerking met een erkende theologische fakulteit, in dit geval met de protestantse fakulteit van Brussel, wordt door de regering als voorwaarde gesteld voor erkenning.

Jeannette, jij was ook betrokken bij het onderwijs in Rwanda. Wat deed je precies?

Ik gaf het vak 'éducation chrétienne' aan de faculteit. Je kunt dat zien als iets in de richting van didaktiek en catechetiek. Ik heb altijd belangstelling gehad voor de vraag hoe je als christen je geloof aan anderen uit kunt leggen, kunt verwoorden. Tijdens mijn studie theologie in Groningen heb ik in die plaats les gegeven aan openbare basisscholen. Ik gaf daar godsdienstonderwijs aan kinderen van niet-christelijke ouders. De vraag hoe je de kern van het evangelie aan anderen uit kunt leggen heeft me altijd geboeid, en zeker bij dat lesgeven was die vraag natuurlijk heel aktueel. In Rwanda gaf ik ook protestants godsdienstonderwijs aan een internationale school en aan twee middelbare scholen.

Kun je iets konkreter maken hoe die lessen eruit zagen?

Er zijn in Rwanda groepen jongeren die een groot verlangen hebben naar persoonlijke ervaring van God. Die vragen zie je ook in alle kerken terug.
Er is echter een groot tekort aan kennis.
Ik gaf o.a. 'lesblokken' over hoe de Bijbel is opgebouwd en over wat het geloof met relaties te maken heeft.
Vooral dat laatste was erg belangrijk.
Het praten over sexualiteit is taboe.
Jongens en meisjes werden tot voor kort gescheiden opgevoed. Nu komen ze elkaar tegen, o.a. op school. De jongeren waren daar nooit op voorbereid.
Dat dat problemen gaf, kan iedereen zich wel voorstellen.
Soms kom je vanzelf in zo'n onderwijs-situatie terecht. Zo was er een groep protestantse studenten die een gebedsgroep had opqericht en iedere zaterdag na de lessen kwam men 3 uur lang bij elkaar om met elkaar te zingen en te bidden voor bekering van de hele school. Ook gaven de studenten aan elkaar getuigenissen door. De school had geen protestantse godsdienstleraar. Alle leerlingen volgden verplicht de uitgesproken Rooms Katholieke lessen godsdiènst. Protestanten vormen namelijk een minderheid in Rwanda. Enkele leerlingen vroegen mij of ik mij over de protestanten op school wilde ontfermen en ze zo een eigen plek geven. Ik gaf lessen en begeleidde de gebedssamenkomsten.

Zijn de vragen die jongeren in Rwanda stellen anders dan de vragen die jongeren hier stellen?

Er is in Rwanda onzekerheid doordat in feite de hele kultuur bezig is in te storten. Men heeft een nieuw referentiekader nodig en men is daar ook naar op zoek. Men denkt dat het einde van de wereld nabij is. Er is grote angst voor oorlogen, voor de gevolgen van de overbevolking en voor AIDS.
Men is niet geïnteresseerd in de logica van het geloof, maar in de vraag: werkt het geloof? Kan God je beschermen tegen al die bedreigingen? Wie is God werkelijk? Je merkt dat de vragen in Rwancja heel persoonlijk en heel direkt zijn. Er was een aantal jaren geleden echt sprake van een Revival, waarvan de gevolgen nog duidelijk merkbaar zijn.
Een gevaar is echter dat zo'n opleving heel persoonlijk gekleurd is, het is soms weinig struktureel. Als personen wegvallen, valt ook de opleving in het geloof weg.

Dick, in welk vak gaf je les aan die theologische fakulteit van Butare?

Ik gaf de laatste jaren les in Grieks, filosofie, ethiek en in hermeneutiek. In een eerder stadium gaf ik als vak 'het Nieuwe Testament'. Het schema van schepping-zondeval-verlossing was eigenlijk heel nieuw voor de studenten.
Vanuit hun geloofsbeleving denken ze dat we heel snel naar de hemel zullen gaan, ze leven echt in de eindtijd.
Waar ze niet aan dachten is dat God terug komt op déze aarde. Dat betekende voor hen een enorme omschakeling in het denken. Als God terug komt op deze aarde, wat heb je als Rwandezen dan in te brengen?
Ik heb gemerkt dat deze vragen hen aan het denken hebben gezet. Ze moesten ook aan de slag met de vraag: wat ga je doen als Jezus pas veel later terug komt? Wat heb je dan als christenen in te brengen? Een consequentie was dat ze gingen ontdekken dat het geloof het hele leven hoort te doortrekken.

Je hebt in een interview in het Nederlands Dagblad gezegd dat het één van de belangrijkste opdrachten voor de kerken in Afrika is om het verband te laten zien tussen geloof en dagelijks leven.

Ja, men ziet geloof en het dagelijks leven vaak als afzonderlijke zaken.
Evangeliseren, het uitkomen voor je geloof, is wél belangrijk. Maar politiek, dat was iets waar ze zich niet mee bezig hielden. En de vraag hoe je als christen je werk als econoom in de samenleving inricht is ook nieuw. Men moet dus leren dat je mét je opleiding, mét je vak God kunt dienen en dat er dus een rechtstreeks verband bestaat tussen geloof en dagelijks leven. In dat verband kan ik opmerken dat het denken vanuit de Reformatorische Wijsbegeerte heel verhelderend werkte. Het was in mijn studie een hoofdvak geweest.
Momenteel zijn er ook kontakten tussen de universiteit van Potchefstroom (Zuid-Afrika) en de theologische fakulteit van Butare. Ook zijn er plannen voor een christelijke universiteit voor Centraal Afrika. Bemoedigend zijn daarbij het enthousiasme van de mensen zelf en de samenwerking tussen de kerken. Zo'n universiteit is dan geen onderzoekspiek, maar een vormingspiek. Goed onderwijs, een goede opleiding voor leraren, is alleen al nodig vanwege de enorme bevolkingsgroei. En als je dan leraren hebt opgeleid die geleerd hebben om het geloof handen en voeten te geven, dan kun je van enorme betekenis zijn in zo'n land.

Af en toe horen we over gewapende conflicten in Rwanda. Kunnen jullie daar iets over uitleggen?

Om die conflicten te kunnen begrijpen moet je terug gaan in de geschiedenis.
Om een lang verhaal kort te houden: er waren in het gebied twee belangrijke stammen, de Hutu's en de Tutsi's.
De Tutsi's waren de herders; het waren aristocraten die zich gemakkelijk bij de blanke overheersers (eerst de duitsers en later de belgen) aansloten.
Hoewel ze maar 15% van de bevolking vormden, zagen ze kans om vele eeuwen lang de Hutu's als lijfeigenen te behandelen. Iedere Hutu die iets meer in zijn mars had liep het risico dat hij dit niet overleefde. In 1962 kwam aan die macht van de Tutsi's in Rwanda een eind (in Burundi bleven de Tutsi's wel de baas) en veel Tutsi's vluchtten naar het buurland Uganda. In 1990 kwamen deze mensen echter weer de grens over. Dat was het begin van een nieuw conflict waarvan nog steeds niet duidelijk is hoe het uiteindelijk af zal lopen.

Hadden jullie ook in je werk te maken met die spanningen?

Ja, helaas wel. Er laaiden spanningen op tussen de studenten die we nooit hadden verwacht. Net als in Joegoslavië was er in de afgelopen periode in Rwanda sprake van gemengde huwelijken, Hutu's en Tutsi's studeerden samen aan de bijbelsehool en opeens gaf dat problemen. Er zijn dingen gebeurd die we nooit hebben begrepen en die pijn blijven doen. In zo'n situatie komt de vraag bij je op of het evangelie wel sterk genoeg geworteld is om in die oplaaiende haat tussen bevolkingsgroepen de liefde het te laten winnen. Er waren ook studenten die zeiden dat het evangelie hier niets mee te maken had, dat het een kwestie was van leven of dood.
Misschien werd de bijbelse boodschap nog teveel gezien als een magisch middel en hadden de mensen zich nog niet werkelijk laten veranderen door de levende God.
Want op dat kritieke moment bleek dat veel christenen ook onderling geen tolerantie meer tegenover elkaar op konden brengen. Dat is echt een heel verdrietige zaak als je dat voor je ogen ziet gebeuren.

Wat zijn nu de problemen voor Rwanda?
Het land heeft heel veel problemen.
We hebben het al gehad over de spanningen tussen de bevolkingsgroepen.
Daarnaast is de overbevolking een probleem. Rwanda is heel vruchtbaar, maar het is ook zeer dicht bevolkt. Alle grond die bebouwd kan worden is al bebouwd. Ondertussen groeit de bevolking razendsnel. In de toekomst zal die bevolkingsgroei enorme problemen met zich mee brengen, want in feite is bijna iedereen afhankelijk van de landbouw. Vooral de Rooms-Katholieke kerk is echter tegen geboortebeperking.
Aan de andere kant is de verspreiding van het AIDS-virus een tijdbom. In de steden is al meer dan 1/3 van de bevolking besmet. De kerk moraliseert wel, maar praat niet echt over sexualiteit.
Eigenlijk is dat onderwerp taboe.

Wat kunnen we in Nederland leren van christenen in Rwanda?

Ik denk bij voorbeeld aan een student van wie de hele familie vermoord werd. Je vraagt je dan af hoe het met zijn geloof zit. Zijn antwoord: ik ben zo dankbaar dat ik geloof. Hij gebruikte zijn situatie dus niet als aanklacht tegen God, maar hij zei juist: "Hoe had ik het zonder God gered?" We hebben mensen gezien die ernstig bedreigd werden en die toch de liefde bleven prediken. Als we in Nederland horen spreken over "theologie na Auschwitz" lijkt het of we in zulke situaties moeten zwijgen over God. Goddank spreekt Hij ook Zelf.
Wat je ook leert van de mensen in Rwanda is: de werkelijkheid van de geestelijke wereld. Misschien kunnen we dat aan de hand van een voorbeeld verduidelijken. Als in Rwanda de electriciteit stuk is, laat men soms rustig stroomdraden open en bloot over straat liggen. Men heeft geen notie van de gevaren. Maar waar men wel oog voor heeft dat zijn de gevaren van de geestelijke wereld: New Age, occulte spelletjes: Daar zijn wij dan weer net zo blind voor als de inwoners van Rwanda voor de gevaren met betrekking tot electriciteit.
En wat je ook leert in Afrika is: het oog hebben voor Gods leiding over ons leven. Geloof vanuit een persoonlijke relatie tot de levende Heer. Het besef dat we gezondheid en ziekte, leven en dood, uit Zijn Hand ontvangen is bij ons vaak onvoldoende aanwezig. Wij pakken de telefoon als we iets willen weten; de mensen in Uganda zeiden: God is our telephone-line! Dat was voor ons een openbaring: hoe men leert te leven uit de hand van God.

Hebben die ervaringen jullie leven veranderd?

Wanneer je dit allemaal hebt meegemaakt, stel je je wel eens de vraag of je nog wel in een Nederlandse gemeente past. Na zo'n ervaring in de zending wordt je leven nooit meer zoals het Qeweest is. Je hebt dingen geleerd, gezien en ervaren die je kijk op de westerse samenleving hebben veranderd. Toch blijf je in zo'n zendingsland ook altijd een vreemdeling, er is altijd een barriëre tussen jou als westerling en de cultuur waar je in werkt als zendeling.

Inmiddels zijn de kinderen binnen gekomen. Wat hebben zij ervaren aan verschillen?

Jonathan (12) zit in Culemborg op een scholengemeenschap. Hij vond de school in Rwanda veel strenger. Daar moest je opstaan als de direkteur binnenkwam.
Hier zie je de direkteur niet eens, hij heeft er geen tijd voor om naar de klassen te gaan. En als je hem wel ziet, hoef je niet op te staan. Matthijs (10) en Gersom (7) worden wat overrompeld door mijn vraag. Het blijkt dat ze daar vaker buiten konden spelen met vriendjes.
Je kon overal hutten bouwen, graven, in bomen klimmen. Gelukkig hebben ze hier ook al vriendjes op school en in de kerk. Wat Jonathan nog opvalt is dat ze in Rwanda veel vaker tekenden, daar had je altijd ideeën om te tekenen en hier niet. Ik vraag me af of dat gebrek aan ideeën door de televisie komt. Maar de familie Westerkamp heeft bewust nog geen televisie in huis.

En hoe is de overgang van Rwanda naar Nederland voor Dick en Jeannette gegaan?

"Het acclimatiseren gaat goed. We voelen ons thuis in Houten en men heeft ons in de kerkelijke gemeente prima opgevangen. Er is wel veel veranderd in Nederland in de tijd dat we in Afrika waren. Wat bijv. opvalt is de enorme opkomst van de PC, die opeens niet meer weg te denken valt uit de samenleving. Iets heel anders is de openheid voor spirituele vragen en de antwoorden die daarop gegeven worden vanuit de New Age-beweging.
Het is een heel nieuwe uitdaging voor de kerken om daar op te reageren.
Het is wel wennen: een samenleving waar in korte tijd veel is veranderd en waarin heel erg veel op je afkomt. Aan een televisie heeft familie Westerkamp voorlopig geen behoefte, er zijn al genoeg andere dingen die volop de aandacht trekken. Zó sterk dat je soms niet eens weet waar je moet beginnen...."

Er is dus veel veranderd, maar Dick en Jeannette zijn vol goede moed. En met een levenservaring die ze voor geen goud hadden willen missen. Die rijke levenservaring mogen we ook regelmatig met hen delen in de kolommen van 'Opbouw'.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief