Clara mijn zuster
1994-02-11
"Er loopt géén weg voorbij Israël." (K.H.N. Noordhoek) - Jaargang 38
- nummer 3
"Het zal niemand verbazen dat ik meen uitdrukkelijk Nee te moeten zeggen tegen de laatste passage van het Ingezonden. Daar wordt - om slechts het belangrijkste te noemen het unieke van Jezus op één lijn gezet met het unieke van Israël; zoals er geen weg voorbij Jezus loopt, zoook niet voorbij Israël. Echter: de vraag 'Wat dunkt u van Israël?' is van een andere orde dan de vraag 'Wat dunkt u van de Christus? 'Het antwoord op de eerste vraag mag aanleiding zijn tot een goed gesprek, tot een gedachtenwisseling, tot een diskussie - het antwoord op de tweede vraag is beslissend voor het
eeuwig heil, is een zaak van leven of dood." (M.H.T. Biewenga)
Notitie in mijn dagboek (18 maart 1986)
Ik lees voor de tweede keer het boek van Clara Asscher-Pinkhof De dansereszonder benen, en nog meer dan de eerste keer ben ik ervan onder de indruk, Een jonge vrouw van 29 jaar, echtgenote van de Opperrabbijn van gemeente en ressort Groningen, wordt weduwe en blijft met 6 kleine kinderen alleen. Hoe kort heeft haar huwelijk geduurd - slechts zeven jaar. Zelfs de maanden van zijn ziekte moest ze gescheiden van haar geliefde blijven, omdat ze zwanger was, vijf kinderen had en in Groningen woonde, terwijl hij in Amsterdam verpleegd werd. Ik vroeg me al lezende af, waarom niet zijn eigen vrouw, maar een nichtje de goede Avraham moest verplegen. Kon het niet geregeld worden dat de vijf kindertjes ergens ondergebracht werden in de grote familie. Na Avrahams dood willen ze immers maar al te graag voor hen zorgen. Maar voor de jonge vrouw werd gedacht en beslist.
Misschien had ze, als ze in 1986 geleefd had, die hele haag familieleden opzijgeschoven. En ze hadden haar met geen zeven paarden bij het ziekbed van haar man kunnen wegkrijgen.
De laatste drie maanden van zijn leven werd hij in Zwitserland verpleegd. En Clara voorvoelt dat ze hem niet meer thuis zal krijgen. Dan dwingt ze haar zwagers een paspoort voor haar klaar te laten maken. 'Als ik niet zelf afscheid van hem kan nemen, zal dit voor mij ook het einde zijn.' En daar, in Zwitserland sterft Avraham. Ze is bij hem met de baby die hij nog niet eens heeft gezien. Een huwelijk van zeven jaar. Denk daar dan nog bij de strenge joodse onthoudingswetten die ze in acht namen na de geboorte van het vijfde kind. Dan is het huwelijksgeluk wat deze mensen gehad hebben wel heel groot, maar ook bitter kort geweest.
Ze moet haar kinderen alleen opvoeden. Veertien jaar na de dood van haar man breekt de oorlog uit, waarin ze alles meemaakt wat een joodse vrouw maar kon meemaken in die tijd. Twee zonen komen nooit meer terug. Dan schrijft ze dankbaar: 'die wreedheid, dat lijden is mijn liefste bespaard gebleven.'
Wat heeft deze vrome, joodse vrouw een troost geput uit de psalmen. Wat is haar onwankelbaar geloof in de God van haar vaderen haar tot steun geweest.
Zij stierf in Israël op 28 november 1984 te midden van haar kinderen en kleinkinderen. Heeft ze Jezus, de Messias leren kennen en liefhebben?
Ik weet het niet. Bij Pinchas Lapide (een joods Nieuwtestamenticus!) las ik, dat voor veel joden de Here Jezus wel een groot profeet is - Lapide gelooft zelfs in Zijn opstanding! - maar dat hij toch niet degene is die Israël verwacht. Wij geloven in de Here Jezus en alleen door Hem hebben wij toegang tot de Vader. Er is maar één weg. Een tweede weg, die van Israël zonder Jezus is een menselijke weg.
Een weg van alles zelf in de hand willen houden, van jezelf willen verlossen.
Dat zijn de wegen die alle andere grote wereldgodsdiensten gaan. Maar Clara dan, en Etty Hillesum en zoveel anderen waar wij nog nooit van gehoord hebben? Die de Here aangeroepen hebben met dezelfde psalmen als wij? Ik loop daar telkens weer tegen aan. En ik ben niet de enige.
Nu staat voor mij één ding als een paal boven water: de Here is zeer barmhartig, genadig en rechtvaardig.
En wij hoeven gelukkig niet uit te maken wie er wel of niet zalig wordt. God is een God van verrassingen. Natuurlijk weet Hij er een oplossing voor.
Heel de mensheid en zeker het oude bondsvolk Israël gaat Hem toch aan z'n hart.
Het is mijn zorg ook niet. Het is Hèm een zorg. Paulus (een joods 'Nieuwtestamenticus' van het eerste uur) en zeer bewogen met zijn volksgenoten, schrijft in Romeinen 11:32: 'Want God heeft hen allen onder ongehoorzaamheid besloten om zich over hen allen te ontfermen!' Ik zou willen zeggen: 'Ga Uw gang maar. En ontfermt U zich opnieuw over hen zoals U zich over ons, gelovigen uit de heidenen hebt ontfermd.'
Ach Clara, mijn zuster, dochter van Israël.