Boeven vangen

1995-11-03
  • Jaargang 39
  • nummer 22
Sinds een kleine twee maanden is op de Nederlandse televisie een nieuwe vervolgserie te zien. De serie gaat over politiek, recht en misdaadbestrijding. Belangstelling is groot, ook al zijn de afleveringen niet allemaal even boeiend.

Misdaadbestrijding
Kortom: de Parlementaire Enquête Opsporingsmethoden - want daar gaat het over - zal geen prijs krijgen voor het meest gewaardeerde TV-programma. Maar dat is tot daar aan toe. Ernstiger zijn de toenemende ongeruste geluiden over de gevolgen van de parlementaire enquête voor de misdaadbestrijding. Die wordt volgens sommige berichten ernstig gehinderd of zelfs geschaad door het werk van de enquêtecommissie. De publieke verhoren zijn bovendien pijnlijk voor het aanzien van het gezag in ons land.
Voor sommige mensen is dit reden om daarover hun ongerustheid of verontwaardiging uit te spreken. Voor hen is de enquête - wat ongelukkig ook wel 'politie-enquête' genoemd - de omgekeerde wereld. Niet de politie hoort volgens hen in de beklaagdenbank te zitten, maar de criminelen. De laatsten zitten nu voor de buis en lachen in hun vuistje, zo menen zij. Het aanpakken van de criminaliteit behoort daarom voorop te staan. Boeven vangen, daar gaat het om. En ze hebben natuurlijk gelijk! De wijze waarop dat gebeurt is voor veel mensen ondergeschikt. Maar, mag je boeven wel met boeven vangen?

Opsporingsmethoden
Het scala aan opsporingsmethoden is groot. Het varieert van observeren en volgen van verdachten, het aftappen van telefoongesprekken en het doorzoeken van vuilniszakken tot het gebruik van informanten (zeg maar criminele verklikkers) en infriltratie in criminele organisaties. Waar gaat het nu in deze parlementaire enquête om?
De naam van de commissie zegt het al: om een toetsing of de door politie en justitie gehanteerde opsporingsmethoden al dan niet in strijd zijn met de regels uit het Wetboek van Strafvordering.

Normering
Hoewel het standpunt dat de overheid 'gewoon' boeven moet vangen op het eerste gezicht wel begrijpelijk is, is het vanuit christelijk oogpunt toch goed om vast te stellen dat daarbij niet alles geoorloofd is. Het doel kan voor christenen nooit alle middelen heiligen. Een overheid die dat uitgangspunt zou hanteren, dreigt vroeg of laat verstrikt te raken in de ijver om criminaliteit te bestrijden. De christelijke normering van de rechtsuitoefening krijgt daarom niet alleen gestalte in beginselen (b.v. vergelding, heropvoeding) die in de strafnorm (boete, gevangenisstraf, werkstraf) tot uitdrukking behoren te komen. Er moet ook aandacht zijn voor de toepassing van de norm door mensen en ten aanzien van mensen in de vorm van beginselen voor de rechtspraak, een christelijke houding in het strafproces én ook in de vorm van beginselen voor het gebruik van opsporingsmethoden door politie en justitie.

Hoge roeping
Het zou ongelukkig zijn als we achteraf zouden moeten vaststellen, dat de parlementaire enquête slechts een goed bekeken TV-programma heeft opgeleverd. Vanuit christelijk oogpunt moeten we het echter toejuichen, dat ook de bestrijding van ernstige criminaliteit aan regels gebonden is. Niet alleen wetsovertreders als drugsmokkelaars, inbrekers, moordenaars moeten zich aan de wet houden, maar ook politie en justitie als wetshandhavers. Juist de hoge roeping van de overheid om dienares van God te zijn - 'de mensen ten goede' - verplicht haar om het boeven vangen zuiver te houden.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief