Bovenaards mededogen
1995-11-03
Er is in het verleden al heel wat geschreven over de Boeddha en de Christus. Veel van dat alles blijft actueel, gezien de verbreiding van het boeddhisme, ook op het westelijk halfrond. In een vierdelige serie hoop ik leven en werk van beiden eens naast elkaar te zetten, op een aantal punten. Om te beginnen echter een inleiding op het leven van de Boeddha.- Jaargang 39
- nummer 22
De verlichting van de Boeddha Sakyamuni en zijn vijfenveertig jaar durende onderricht die op dat gebeuren volgden zijn de bron van de Boeddha Dharma. Het hele leven van de Boeddha is een inspirerend voorbeeld voor aanhangers van het Boeddhisme. Een centraal gegeven is het onweerstaanbare verlangen naar de waarheid bij de Boeddha, dat leidde tot zijn grote verzaking - toen hij het leven van een vorst met al zijn rijkdom, macht en genietingen achter zich liet.
Sherab Chödzin Kohn 1
Bij de levensloop van de Boeddha moet men het legendarische van het historisch-betrouwbare zien te scheiden. Dat valt niet mee; de vroegste weergaven van de levensloop van de stichter van het Boeddhisme dateren van drie honderd jaar eeuwen na zijn dood.
Siddharta's voorgaande levens
De Boeddha werd omstreeks 563 v. Chr. in de Noordindische stad Kapilavastu, dat nu in Nepal ligt, geboren.
Siddharta Gautama was een prins uit de kaste van de Sakya's, de strijders. Volgens de Boeddhistische overlevering werd hij geboren na 550 voorgaande 'belichamingen' te hebben meegemaakt, waarin hij soms als mens, dan weer als dier leefde. In die levens was hij een Boddhisattva, iemand die op weg was naar de uiteindelijke Verlichting. Steeds wordt het accent gelegd op zijn mededogen, op zijn opoffering, op zijn lijden ten gunste van anderen. Zo was hij in een vorig leven een asceet geweest die zich in de wouden teruggetrokken had, zich aan de voeten van een vroegere Boeddha, Dipankara, had geworpen en het besluit had genomen om ook zelf Boeddha te gaan worden. Toen deze Dipankara de jonge asceet in de modder zag liggen om zich als een soort loopplank aan hem aan te bieden, zodat hij niet zich niet met de modder hoefde te besmeuren, sprak hij ten aanhore van een mensenmassa uit dat deze jonge man eens de Verlichting zou ontvangen! In de vele levens die volgden werkte deze aan het bereiken van het Einddoel. Er zijn vele verhalen over wat hem die vorige levens zou zijn overkomen, zgn. jataka's, geboorteverhalen. "De legende wil dat de Boedha tijdens zijn optreden als verkondiger van de Leer menigmaal een voorval zou hebben verhaald uit een van zijn vroegere levens, die hij zich sinds zijn Ontwaking alle herinnerde. De Boeddha legt uit welk persoon of welk dier hijzelf was (de Boddhisattva) en wie van de andere aanwezigen een rol in het jataka speelden."2 Sommige mensen of dieren die hij ontmoette speelden nu, uiteraard in andere gedaante, opnieuw een rol. "In oude tijden werd de Boddhisattva eens geboren als een godheid in de oceaan." "Heel lang geleden werd de Boddhisattva wedergeboren op een plek in de Himalaya als het jong van een aap." "Lang geleden werd de Boddhisattva eens geboren in een Brahmaanse familie van hoog aanzien." "Lang geleden verdiende de Boddhisattva eens zijn levensonderhoud als koopman."
"Eens werd de Boddhisattva uitgebroed door een vogel en samen met een schare vogels hield hij verblijf in een woud, nestelend in een grote boom die een dichte kroon van takken droeg." "Eens werd de Boddhisattva als paard geboren." "Eens werd de Boddhisattva op een plek in de Himalaya geboren als specht." Zo begint vaak zo'n jataka. Vaak zijn de verhalen aardig en ook best de moeite van het lezen waard. Toch zal een (westerse) lezer menen dat het hier om historisch-betrouwbare gegevens gaat!
Veel lijden
Het is van belang om hier op te merken dat het pad van degene die de Boeddha werd naar zijn Verlichting vaak ging door veel lijden heen. "Eens werd de toekomstige Boeddha geboren als de zoon van een olifantenhoofd van een kudde van achtduizend koninklijke olifanten die bij een groot meer in de Himalaja leefden. Op een dag ging de toekomstige Boeddha met zijn twee vrouwen naar een bossage van sal-bomen, en terwijl hij daar was, stootte hij zo hard met zijn kop tegen een van de bomen dat een regen droge bladeren, twijgen en rode mieren aan de ene kant viel, waar toevallig zijn vrouw Chullasubhadda stond, en bloemen aan de andere kant, waar zijn andere vrouw, Mahasubhadda stond. Bij een andere gelegenheid bracht een van de olifanten een prachtige lotus naar de toekomstige Boeddha, die hem ontving en aan Mahasubhadda gaf." De veronachtzaamde olifantenvrouw bracht een offer aan de hogere geestelijke wezens en liet dat van de wens vergezeld gaan dat ze zou worden wederboren als koningsdochter en dan koningin van Benares mocht worden, en zo de macht mocht hebben om haar man een jager te laten sturen die met een giftige pijl deze olifant zou doden. Toen kwijnde ze weg en stierf.
"Na verloop van tijd ging haar wens in vervulling en ze werd de lievelingsvrouw van de koning van Benares, die hem dierbaar was en hem zeer behaagde. Ze herinnerde zich haar voorgaande levens en zei tegen zichzelf: 'Nu zal ik de slagtanden van die olifant me laten brengen'. Ze deed alsof ze ernstig ziek was en de koning zei dat hij elke wens van haar zou vervuilen, mits ze maar beter zou worden. Ze riep een ruwe jager en wees hem de weg naar het meer en gaf hem opdracht om een specifieke olifant te zoeken. Na zeven jaar, zeven maanden en zeven dagen stond hij bij de grote banyan boom waar de schitterende witte olifant met zijn zes slagtanden vredig en nietsvermoedend leefde. "Hij groef een gat in de grond, trok het gele gewaad van een kluizenaar aan, verborg zich in het gat en liet een kleine ruimte over voor zijn pijl. Toen het Grote Wezen voorbijkwam, schoot hij met zijn vergiftigde pijl, wat de olifant bijna waanzinnig maakte van woede en pijn. Hij zou de jager hebben vertrapt, als hij niet de gele pij van een kluizenaar had gezien. Toen hij die zag, herkreeg de gewonde olifant z'n zelfbeheersing en vroeg de jager waarom hij hem wilde doden. De jager vertelde het verhaal van de droom van de koningin van Benares. Het Grote Wezen begreep heel goed wie er achter deze kwestie zat en liet gewillig toe dat de jager zijn slagtanden afzaagde." Hij hielp de man, die bijzonder onhandig was en hem ondraaglijke pijn verschafte, bij zijn opdracht de slagtanden mee te nemen.
Ook gaf hij hem een magisch middel om in zeven dagen naar Benares te kunnen terugkeren en stierf en werd door de andere olifanten op een brandstapel verbrand." De koningin ontving inmiddels de prachtige slagtanden van het Grote Wezen en vernam dat hij dood was. "Ze keek naar deze tekenen van iemand die in een ander leven haar dierbare heer geweest was em toen ze ernaar keek, werd ze met ontroostbaar verdriet vervuld; haar hart brak en ze stierf diezelfde dag." 3
Het verhaal waaruit ik citeer vermeldt dat de olifantenvrouw-koningin van Benares vele levens later opnieuw geboren werd als Savatthi, een vrouw die tot de Boeddha's orde toegetreden was. "Op een dag ging ze met andere Zusters om de leer van de Boeddha te horen. Toen ze hem aanzag, zo sereen en stralend, kwam het besef in haar hart dat ze eens zijn vrouw geweest was, toen hij heer van een kudde olifanten was geweest, en ze verheugde zich. Toen kwam echter ook de herinnering aan haar boosheid - hoe ze vanwege een vermeende onachtzaamheid de oorzaak van zijn dood geworden was - en haar hart kreeg het zeer benauwd.
Ze barstte in tranen uit en snikte luid. Daarop glimlachte de Meester, en toen de broeders vroegen waarom hij glimlachte, vertelde hij dit verhaal. Toen ze dat gehoord hadden, besloten velen het Pad te begaan en de Zuster zelf werd later een heilige." 3
Prins Siddharta's geboorte
Over Boeddha's geboorte bestaan talrijke overleveringen. Een van die verhalen vertelt dat op de nacht waarop hij ontvangen werd, zijn moeder Mahamaya droomde dat een witte olifant haar zij binnendrong en zich in haar schoot nestelde. Toen de vorst en zijn gemalin de (Hindoe)priesters om uitleg van die droom vroegen, kwam de verklaring dat ze een zoon zou krijgen die of een groot wereldlijk heerser zou worden ofwel een 'Boeddha', een Verlichte, iemand die de hoogste Waarheid kent en aan de mensen openbaart.
Een andere legende vertelt hoe zijn moeder, die tien maanden zwanger zou zijn geweest (!) op een gegeven moment een boom in het park van de plaats Lumbini aanraakte, waarop haar weeën begonnen. "In het midden van het maand, op de dag van de volle maand, wandelde Koningin Mahamaya in het bosje, toen ze zich plotseling zwaar voelde en haar rechterarm ophief om de tak van een boom vast te pakken. Op dat moment, toen zij de tak vastklemde, werd de boddhisattva geboren, onmiddellijk en zonder pijn. Een licht scheen door de werelden en de aarde schokte."
Vlak na zijn geboorte keek hij, die al de gedaante van een kind had, in de zes richtingen: Noord, Zuid, Oost, West, naar boven en naar beneden. Toen deed hij zeven stappen voorwaarts en verklaarde zich één met de schepping! "Hij zei: 'Ik ben de leider van de wereld, de gids van de wereld. Dit is mijn laatste geboorte.' Twee volle stralen water, de ene warm en de andere koud, kwamen uit de lucht boven het hoofd van de boddhisattva en goten hun zuivere en rustgevende water over hem heen. Nadat hij zo gewassen was, werd hij op een divan gelegd die met brokaatzijde was overdekt en een witte parasol werd boven zijn hoofd geheven.'" Zijn vader wenste dat hij hem als vorst zou opvolgen en omgaf hem met alle denkbare weelde. Volgens de overleveringen kon de jonge Siddharta beschikken over drie paleizen, een voor het koele jaargetijde, een voor de zomertijd en een voor de moesson, de tijd van de grote regenval. Voor zijn twintigste huwde hij zijn nicht Yasodhara, bij wie hij later een zoon kreeg, Rahula geheten, 'de keten'. Gautama werd letterlijk omringd met steeds weer nieuwe knappe jonge vrouwen die voor hem muziek maakten en ervoor moesten zorgen dat de prins zich in alles gelukkig voelde.
De geestelijke crisis
Op een gegeven moment echter wil Siddharta, dan 29 jaar oud, de wijde wereld zien, die hij helemaal niet kent.
Met zijn wagenmenner Chandaka rijdt hij door de omgeving. De prins ziet een oude man, een zieke, een dode en een bedelmonnik die in dit leven niets bezit, maar in alle rust en innerlijke harmonie zijn weg door de straten gaat en volkomen tevreden lijkt. Door zijn eerste contact met sterfelijkheid en het lijden in de wereld, en door zijn ontmoeting met iemand die in zijn beleving van het lijden innerlijk volkomen vrij schijnt, komt de prins tot diepe overpeinzing over de zin van het leven.
Als zijn vader hem, om afleiding te hebben, naar een dorp op het platteland laat gaan, heeft ook dat averechts effect. De prins merkt op hoe hard de boeren en hun knechten moeten werken en hoe ellendig het lot is van de trek- en lastdieren. Het lijden van alle creatuur gaat hem zeer aan het hart.
Tenslotte besluit hij op zoek te gaan naar datgene wat in alle vergankelijkheid stand houdt. Op een nacht verlaat hij vrouw, zoon en bezit. Met zijn wagenmenner Chandaka en met zijn favoriete paard Kanthaka, die hij beiden zal terugsturen, verlaat prins Siddharta zijn paleis. Hij kiest een weg die van hem geen wereldlijk heerser zal maken, maar een geestelijk leidsman voor velen, de andere mogelijkheid waartoe hij voorbestemd was.
Noten
1. Samuel Bercholz en Sherab Chödzin Kohn red. Entering the Stream. An Introduction to the Buddha and his Teachings. Rider, Londen. 1994. p. 3.
2. Tonny Scherft in de Inleiding op OngrYpbaar is de Ganges. Verhalen uit het Pall, vertaald en ingeleid door Tonny Scherft (deel 18 van De Oosterse Bibliotheek). Meulenhoff, Amsterdam. 1981 p. 11, 12)
3. Ananda Coomaraswamy and Sister Nivedita. Myths oJ the Hindus and Buddhists. Dover Publicattons, New York.
1913, editie 1967. pp. 252-255.
4. Bercholzj Kohn. a.w. p.6.