Schuldig lijden en de dienst der barmhartigheid (3-slot)

1995-11-03
  • Jaargang 39
  • nummer 22
In het eerste artikel ging het over richtlijnen vanuit de Schrift, in het tweede over de praktijk van het leven en de moeilijk vraag of en in hoeverre van eigen schuld gesproken kan worden. In dit laatste artikel gaat het nogmaals over het zonde-leed-schuld complex en de wijsheid die o.a. de diaken nodig heeft als hij met de mens-in-ellende in aanraking komt.

De seksuele, technische en culturele revolutie
Ik denk aan zonde-leed-schuld ontstaan als gevolg van de sexuele, technische en culturele revolutie van onze dagen. Floyd McClung vertelt ervan in zijn boekje Het Vaderhart van God. Hij vertelt van Steve: De knaap zat boordevol wrok. Zijn moeder zei: je bent een ongelukje. Zijn vader zag hem niet. "De heerlijkste dag van mijn leven" - aldus Steve - i,was de dag waarop vader en moeder bij een autoongeluk om het leven kwamen." Zoals Steve zijn er velen: mensen die vanaf hun jongste jaren totaal getraumatiseerd zijn. Bedenk dat de gemiddelde europese ouder drie en een half uur per dag doorbrengt met TV kijken. De vele verslaafden aan heroïne die halfdood leven en werken in vieze hotelletjes zijn zo dikwijls het resultaat van een generatie die de filosofie gezaaid heeft van individualisme, materialisme en genot als hoogste levensgoed. De afhankelijkheid van computers en technologie, de snelle verstedelijking, de toename van misdaad en geweld, de dreiging van een nucleaire holocaust hebben diepe verwoestende invloed.
Een jongen uit het roze circuit vertelde dat hij altijd moest toekijken als zijn vader zijn moeder sloeg. Een prostituée uit Amsterdam vertelde dat haar grootvader haar altijd gebruikte voor niks. Nu vroeg ze er geld voor. Dat was altijd beter. We stappen er te gemakkelijk overheen dat er vandaag zoveel mensen rondlopen met emotionele verwondingen. McClung vertelt over een meisje dat dood wilde omdat haar moeder haar almaar vergeleek bij haar overleden zusje: die deed het beter dan jij. Hij vraagt: Is het een wonder dat veel mensen een vertekend beeld van God hebben? Aangrijpend is zijn verhaal over François: hij gebruikte regelmatig LSD en morfine en was betrokken geweest bij een verkeersongeluk, waardoor hij blijvend hersenletsel had opgelopen. Hij had bindingen met het occultisme. Deed pogingen tot suicide, die mislukten. Na tien maanden van gebed, vasten, en honderden uren praten was François genezen. Bij McClung en zijn medewerkers vinden we de drie motieven uit het begin: zondaarsliefde, krachtig optreden richting gebod en geduld. (Floyd McClung jr, Het Vaderhart van God)

Zonde - ziekte
Nog een enkele opmerking over het complex zonde-leed-schuld ontstaan als gevolg van ziekte of vervorming van de menselijke geest. Collega Rietkerk schreef daarover in zijn boekje "Ik wou dat ik kon geloven". Ik denk nog altijd dankbaar terug aan de psychiater, die ons jonge predikanten een keer bij elkaar trommelde en zei: "Ik merk dat jullie soms zonden bestrijden, die ik ziekteverschijnselen noem". Hij beschreef onder meer querulantisme als pathologisch verschijnsel. In zijn lezing portretteerde hij één van mijn moeilijke gemeenteleden zo precies, alsof hij haar persoonlijk kende, wat niet het geval was. Ik had niet geweten dat querulantisme een ziekte was, als hij het me niet had verteld.
Ik denk aan de winkeldievegge, die ernstig werd vermaand en afgehouden van het avondmaal, terwijl ze zuiver kleptomaan was en leed aan dwanggedachten en dwanghandelingen. Een jonge vrouw werd door haar ouders ernstig vermaand toen ze voor een exorbitant bedrag haar garderobe vernieuwde. Ze zagen niet dat hun dochter na een periode van depressiviteit een manische periode was ingegaan. Op die manieren zijn huwelijken vastgelopen en is ontrouw niet herkend als pathologisch verschijnsel. De vraag is wat we als leken kunnen doen, om dit soort ziekten te onderkennen.
Het lijkt me al belangrijk dat we weten dat ze bestaan. We kunnen er dan alert op blijven. Kennisname van boekjes als dat van Samuel Pfeifer, Psychische stoornissen en bijbelse zielszorg, is belangrijk. En in geval van twijfel het inroepen van vakmatige diagnostische hulp. Ik denk allereerst aan Stagg en Gliagg. Maar naar mijn ervaring kan ook de hulp van het Riagg soms goed zijn. Verder heeft de psychiater van wie ik vertelde mij enorm geholpen toen hij er op wees dat wij ons door de verstandelijke of psychische handicap van broeders en zusters niet moesten laten weerhouden te vermanen als dat nodig was. Ten eerste omdat zonden niet allereerst te wijten zijn aan beschadigingen of omstandigheden.
Ten tweede omdat we verantwoordelijke mensen zijn en blijven. Ook de verstandelijk gehandicapte, die dwangmatig kleine meisjes het broekje uittrekt, moet weten dat de Here dat niet wil. Ook hier wordt krachtig optreden gevraagd Oe mag dat niet meer doen, anders komt er straf!!), als het maar gebeurt met een barmhartig hart, met groot geduld en gedoseerd naar draagkracht (!); vooral dat laatste.

Wijsheid
Wat te denken van een broeder, die in grote persoonlijke en financiële moeilijkheden kwam en hulp vroeg voor het betalen van zijn huishuur. Intussen bewaarde hij in een kluisje enkele kostbare familiejuwelen. Hij kwelde zijn rechtvaardige ziel. Was hij wel eerlijk geweest tegenover de diakenen? Was het dan zo erg dat hij van het kostbare horloge van zijn grootvader en de gouden sieraden van oma geen afstand kon doen? Zijn familieleden begonnen hem verwijten te maken. De predikant kwam er achter.
Hij zei: "Ik moet de diakenen op de hoogte stellen", Toen raakten de verhoudingen pas echt. Misschien had die situatie voorkomen kunnen worden als de diakenen bij het intakegesprek alert geweest waren op de mogelijkheid en hadden doorgevraagd. Ervaren diakenen ruiken dit soort dingen. Wat wordt er veel wijsheid van hen gevraagd! Terughoudendheid, eerbiediging van de privacy, en tegelijkertijd doortastendheid. En wat als het vermoeden opkomt dat de Algemene Bijstandswet en de Wet Arbeids Ongeschiktheid geschonden worden? Soms moeten de diakenen heel fors optreden. Niet alleen om de waarheid boven tafel te krijgen (sec), maar om het betreffende gemeentelid te beschermen voor nog meer onheil. Prof. Van Deursen vertelt in zijn boek Bavianen en Slijkgeuzen hoe kras de diakenen uit de 17e eeuw het aanpakten.
Drinken, spelen, vechten of vloeken - aldus Van Deursen - gaf uitsluiting voor zes weken bij de eerste, van twaalf bij de tweede overtreding. Wie voor de derde maal in het kwaad verviel, verloor alle aanspraak, maar dat kon ook bij de eerste overtreding al gebeuren, afhankelijk van de ernst van het vergrijp. De armen in Oudewater waren verplicht de diakenen niet alleen in hun woning toe te laten voor nauwkeurige inspectie, maar ook om zelf alle sloten open te maken en te tonen wat onder de deur of deksel verborgen lag. Letterlijk: de diakenen zouden de armen bezoeken "besien hare tresoor ende huysraet, ende vernemen hoe deselve met spijs ende cledinghe voorzien sij". De ervaring had namelijk uitgewezen "dat sommige stoute armen hare clachte grooter maecken als haren noot" ofschoon er ook anderen gevonden werden, "eerbare ende beschaemde herten", wier nood groter was dan hun klagen (bI. 115). Kortom: wijs en kloek optreden is nodig. Dat kan alleen maar goed zijn, als wij nooit vergeten dat wijzelf ook bedorven mensen zijn, geen grein beter dan de anderen. Mensen die ook zelf in verzoeking ten val zouden kunnen komen. Een hoog borstje is dodelijk voor onze dienst.

Eerst het leven, dan het medicijn
Wat moet onze houding zijn in zonde-schuld-noodsituaties die voortduren? Het dichtdraaien van de geldkraan (hoe noodzakelijk soms ook) kan op zich geen antwoord zijn. Het zal ook vaak leiden tot verlies. Juist omdat mammon zo'n machtige afgod is, zuilen wij willen laten zien dat hij ons niets doet. We zullen, dunkt mij, liever te royaal, dan te zuinig zijn. Ik vermoed echter dat u zit met veel gecompliceerde problemen: verhalen over broeders en/of zusters, die in zware zonde vielen als incest, echtbreuk, overspel, en alle gevolgen van dien.
Soms gaat het om gemeenteleden die ondanks alles lid van de gemeente blijven. Ze scharen zich 's zondags onder het gehoor, ze zingen en bidden en willen de Here niet missen en accepteren afhouding van het avondmaal.
Hadden ze zich onttrokken - ik zeg dat met schaamte - dan zou dat voor ons makkelijker geweest zijn. Nu blijven ze hangen op de rand van de gemeente waar ze toch zo graag bij willen horen. Intussen komt hun bekering niet echt op gang. Wat krom is kan niet meer recht gemaakt worden. De dagen verglijden en de tijd verstrijkt.
Kunnen zonden verjaren? Wat moet nu onze houding zijn? In zulke situaties heb ik me gevoeld als een dokter die een levensnoodzakelijk medicijn moest toedienen, maar eerst moest reanimeren. Eerst het leven, dan het medicijn. Soms heeft een dokter al het mogelijke gedaan om een leven te redden. Dan komt hij op een punt waarop hij moet wachten wat het lichaam doet. Ik vergeleek de situatie wel eens bij die van een pedagoog, die meemaakt dat zijn leerling uit de hoogste klas terugduikelt naar de eerste. Zoiets gebeurt normaliter niet. Het gebeurt in de kerk. Dan moet je weer van voren af aan beginnen. Maar zolang u de kans krijgt om te pedagogen, doe het en wees blij met elke vooruitgang, geduldig bij elke stilstand. Stoppen betekent verlies voor de eeuwigheid. Als de zondigende broeder krepeert, geef eerst brood, of zorg eerst voor een wasmachine, of geef advies en hulp bij de aflossing van de schuld. En bidt of de Here hem verder wil brengen en of Hij u opening geeft.
In mijn vrije tijd ben ik een beetje tuinman. Ik maak er een hobby van de meest armetierige plantjes weer op te kweken. Met verwijzing naar de gelijkenis van de Verloren Zoon zeg ik dat de Here ook zo'n Tuinman is, al moeten we wel bedenken, dat een andere gelijkenis, die van de onvruchtbare vijgeboom, een enorme spanning zet op de wachtenstijd: laat hem ook dit jaar nog staan. We spreken over het heden der genade. Morgen kan het te laat zijn. Intussen heb ik vaak met verwondering gezien, dat de Grote Wijngaardenier Zijn doel bereikt. Misschien zat er haast geen leven meer in en produceerde de vijgeboom alleen maar blad. Maar dankzij Gods genade kwam de zondaar tenslotte nog goed terecht. Wij zagen er geen gat meer in. Maar de Grote Tuinman roept leven uit de dood. In zulke gevallen blijft het geschonden geweten, als in het leven van David. Maar genade geneest.

Samenvatting
Dus drie richtlijnen:
- ons optreden zal barmhartig zijn omdat Jezus voor zondaren stierf.
- het zal kloek en krachtig zijn, omdat het gebod ten leven is.
- het zal geduldig en lankmoedig zijn, omdat de Here nog steeds de tijd neemt.

Tenslotte het woord van de apostel Jacobus: Schiet iemand van u in wijsheid tekort, laat hij die dan vragen aan God en ze zal hem gegeven worden, want God geeft zonder voorbehoud en zonder verwijt (Jak. 1,5).

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief