Wie schrijft, blijft
1995-11-03
Donderdag 12 oktober promoveerde Christina Maria Breman aan de Universiteit van Utrecht tot doctor in de theologie, bij de Utrechtse professor missiologie Prof. Dr. J.A.B. Jongeneel. Haar proefschrift draagt de titel: ‘The Association of Evangelicals in Africa’ met als ondertitel ‘Its History, Organisation, Members, Projects, Localization and Message.’ - Jaargang 39
- nummer 22
Race tegen de dood
De aula van het academiegebouw was niet berekend op de hoeveelheid mensen die de plechtigheid kwamen bijwonen.
Niet alleen de stoelen, ook de muren van de zaal waren bedekt. Er hing een wonderlijke sfeer, want de promotie was een race tegen de dood geweest en dat werd ook een paar keer genoemd. In 1989, toen Christien net een jaar in Afrika was en, na taalstudie en veel te lang wachten, eindelijk kon beginnen met lesgeven aan het Nassa Theological College in Tanzania bleek ze ernstig ziek. Dankzij goede medische zorg, een verbazingwekkende vechtlust en Gods genade leek ze genezen in 1991 en wilde terug naar Afrika. Maar de uitzendende organisatie durfde het niet aan. "Dan eerst maar promoveren", besloot Christien - "wie schrijft, blijft" - en dat deed ze. In 1994 sloeg de ziekte weer toe en de afgelopen zomer lag ze enkele maanden in het ziekenhuis. Ze vroeg haar promotor of de promotie uitgesteld kon worden. Prof. Jongeneel stelde voor de afronding van haar studie juist te vervroegen om reden van haar ziekte. Christien ging akkoord en regelde voor de zekerheid wat er moest gebeuren met haar werk, mocht ze zelf de eindstreep niet halen. Het is niet minder dan een wonder dat het toch gelukt is.
Een schoonzus werd de dag voor de promotie begraven. Zij had, net als Christien geleden aan kanker. Christien heeft haar proefschrift opgedragen aan deze schoonzus, aan haar broer die twintig jaar geleden aan kanker overleed en een goede vriendin die dezelfde ziekte had. Aan hen, maar in de eerste plaats aan haar moeder, die stralend en duidelijk emotioneel op de eerste rij zat.
Een immense verzamelinggegevens
Christien was zichtbaar moe en gespannen tijdens de verdediging van haar werk, wat te begrijpen is. Haar opponenten zeiden stuk voor stuk haar werk te bewonderden om de enorme hoeveelheid feiten die verzameld en geordend zijn. Dat ook nog eens in heel moeilijke omstandigheden, niet alleen voor de onderzoekster persoonlijk. Ga maar eens zoeken in Afrikaanse archieven, die bestaan uit enorme papierbergen, her en der opgeslagen. Maar, vroegen de opponenten zich af, waar is de theologie in het proefschrift? Het werk is een immense verzameling gegevens: geschiedenis, organisaties, leden, projecten en plaatsbepalingen (zoals de ondertitel aangeeft) maar wat is de boodschap? Professor Immink vroeg wat eigenlijk de vraagstelling was bij de hele geschiedschrijving. Wat is dat nou eigenlijk: 'evangelisch denken?' Wat is het hier, wat is het in Afrika? Wat draagt Afrika bij?
Een lijfelijke Afrikaanse bijdrage was de volgende opponent: Dr Zokouá, directeur van de Faculté de Théologie Evangélique de Bangui in de Centraal Afrikaanse Republiek, een van de twee theologische faculteiten van de AEA. Hij sprak en werd geantwoord in het engels, wat op zich een prestatie voor hem was en vriendelijk t.o.v. het publiek, want de officiële 'vreemde' taal in zijn land is frans en een prestatie van de promovenda die ook omschakelen moest. Dr Zokoué dankte Christien uitgebreid voor haar werk. Ze had het gedaan om de AEA in het Westen bekend te maken, maar ook voor de AEA zelf en de Afrikaanse christenen is het van groot belang. Hij vroeg zich af of Christien ook wel gezien heeft hoe de AEA ook een transformerende kracht in de maatschappij wil zijn.
Het proefschrift zegt daar weinig over. "Wat wil je dat mensen weten van de boodschap van de AEA?", vroeg hij.
Christien legde uit hoe nodig het was dat er eens orde op zaken werd gesteld op het hoofdkantoor in Nairobi.
Met andere woorden: meer dan een visie geven, heeft ze willen bewaren en ordenen.
Dat dat haar is toevertrouwd blijkt duidelijk uit het proefschrift. Ze sluit hierin aan bij de eerste zendelingen, die zich ook, meer dan de Afrikanen zelf, verantwoordelijk hebben gevoeld voor het vastleggen en beschrijven van wat ze aantroffen aan cultuurgoed. "Bovendien", zei Christien, "zijn evangelische christenen in Afrika sterk beïnvloed door Amerikaanse zendingsgenootschappen die nauwelijks geïnteresseerd zijn in de maatschappij en helemaal niet in politiek. Het christelijk geloof in Afrika is vaak escapisme (een verlangen naar de hemel, ver van de ellende op aarde) en de Afrikaanse christenen moeten nog beginnen daarover na te denken." Dr. Zokoué was het daar niet mee eens.
Hij zelf b.v. had meegewerkt aan de constitutie van zijn land. Christien had, mijns insziens wel gelijk, maar ze had er de gelegenheid niet voor dat goed duidelijk te maken. Wie in Afrika een hogere opleiding heeft, ook in de theologie, wordt al gauw een kopstuk, ook in de politiek. Dat wil nog niet zeggen dat er ook theologisch is nagedacht over politiek, zoals dat in Nederland wel gebeurd is in de lijn van Kuyper en zoals dat gebeurt in de Reformatorische Wijsbegeerte.
Christien noemde de Zuid-Arikaan Bennie van de Walt als voorbeeld. Een Afrikaan, maar (helaas?) blank.
Wat is evangelisch denken?
Prof. K. Runia uit Kampen die de volgende vraag mocht stellen, voelde zich gevleid dat Christien zijn beschrijving gebruikt van wat evangelisch denken is. Hij vroeg zich wel af of dat denken in Afrika te vergelijken is met dat in Nederland, zoals Christien het doet. Christien legde uit dat ze denkt dat Nederland uniek is en wat heeft bij te dragen, ook in Afrika.
Verder wilde Runia weten wat Christien dacht over de eenheid van de kerken. Hij kreeg de indruk dat de AEA vooral uitgaat van een spirituele eenheid van christenen uit verschillende kerken, en dat organisatorische eenheid (samen een kerk worden) ze niet zo interesseert. Uit het antwoord bleek dat Chistien zich er ook niet voor interesseert. "Sinds de Afscheiding is immers gebleken dat we ook in Nederland niet echt kunnen samenwerken, er komen alleen maar kerken bij. De AEA wil een christelijk geluid laten horen in Afrika, het zou zonde zijn als ze tijd zou verspillen aan het zoeken naar kerkelijke organisatorische eenheid," zei ze in iets andere woorden.
Afrikanisatie
Prof. J.M. Schoffeleers, cultureel antropoloog, stelde vervolgens een voor de theologie ook heel interessante vraag.
Sinds de Afrikaanse onafhankelijkheid is men hard op zoek naar een eigen Afrikaanse identiteit. Evangelische leiders, ook in Afrika, denken hierbij al gauw aan syncretisme (water in de wijn van het Evangelie). Toch worden onafhankelijke Afrikaanse kerken die niet direct uit zendingsgenootschappen zijn ontstaan erkend als evangelisch. Deze kerken, de Zionistische kerken en de Etiopische werken hard aan verafrikanisering.
Hoe kan dit? Is men misschien vooral recht in de leer als het om geschreven materiaal gaat en wat soepeler in het geval van levende kerken? Op deze vraag zijn schitterende antwoorden te bedenken, maar Christien kwam op het moment helaas niet verder dan herhalen van dingen uit haar proefschrift. Enkele jaren geleden promoveerde Molyneux, (een engelse theoloog die werkte in Zaïre, waar hij geboren en getogen was) op de theologie van zo'n onafhankelijke kerk. Die theologie, was zijn uitgangspunt, is te vinden in de liederen van de kerk, meer dan in de preken de sacramenten of wat ook. Geschreven theologie is vaak door zendelingen geschreven of door Afrikanen met een westerse opleiding, die zich vaak ook niet meer verstaanbaar kunnen maken bij hun landgenoten. De vraag van mevrouw Dr G. ter Haar, hoogleraar Afrikaanse traditionele religies aan de Katholieke Theologische Universiteit in Utrecht sloot hier mooi bij aan. "Wat betekent de AEA voor de gewone gelovigen in Afrika, die toch vooral bezig zijn met de vraag: Kan God genezen? en: Hoe bestrijden we het kwaad dat zo duidelijk aanwezig is, ook in vormen van bezetenheid en magie?" Voordat Christien hierop iets zeggen kon, kwam de meneer met de bellestok 'Hora est' roepen.
De heren in toga en mevrouw ter Haar verlieten de zaal en wij bleven met ons allen alleen met Christien. Ik had het zweet in mijn handen staan, maar het was voorbij. Op een gegeven moment bedacht ik dat het niet niks was daar te staan als vrouw voor al die zwart geklede hooggeleerde heren achter een tafel en nog eens enkele honderden die van jaartal voorzien vanaf de muren op jeneerkijken. Gelukkig was daar Hare Majesteit de Koningin die Christien bemoedigend toelachte in een kleurige jurk, vanaf de muur recht tegenover haar. Waar haal je als vrouw je model vandaan bij zoiets plechtigs? Christien droeg een opvallende rode hoed en keerde zich om naar de zaal, zodra we 'onder ons' waren om te wuiven en handen te geven.
De promotiecommissie schreed de zaal weer in en Prof. Jongeneel bevorderde de promovenda tot doctor. "Zeer geleerde doctor Breman, beste Christien ..." begon hij vervolgens aan een ontroerende toespraak waarin hij Christiens geloofskracht en zelfdiscipline zeer zei te bewonderen. Dat de theologische kant in haar proefschrift minder uit de verf kwam, was volgens de commissie geen belemmering bij een zo omvangrijk onderzoek. Hij wenste Christien de kracht en gezondheid toe om haar proefschrift klaar te maken als boek en het - wie weetnog zelf te presenteren in Nairobi. Hij feliciteerde Christien, haar familie, de aanwezige specialist uit het VU-ziekenhuis en de AEA. "God bless Afrika, God bless the AEA, God bless Christien."
We kregen gelegenheid de zeergeleerde vrouwe te feliciteren. Nadat een enorme rij aan Christien voorbij gegaan was, sprak een nicht Christien toe namens de familie. "Toen ik erover nadacht wat ik je wilde zeggen kwam een woord bij me boven: tegenstellingen", begon ze. Dat is het. Het past bij Christien, het past bij Afrika en het past bij deze promotieplechtigheid.