Persschouw
1994-02-25
Drie levensfasen Nederlanders worden tegenwoordig in doorsnee ouder dan 70 jaar. Onze voorouders haalden deze leeftijd lang niet.- Jaargang 38
- nummer 4
Ook nu nog zijn er veel landen in de wereld, waar de gemiddelde levensverwachting zo rond de 40 ligt.
Hoe gaan we met dit leven om?
In .feite hakken we het in drieën.
Ongeveer tot ons 25ste jaar zijn we in opleiding.
Dan tellen we mee tot ons 50ste jaar.
En de laatste 25 jaar worden we langzamerhand uitgerangeerd.
Een overdreven voorstelling?
Laten we deze drie fasen nog eens langslopen.
Van 6 tot 25 jaar de periode van de opleiding. We gaan naar school om te leren wat we kunnen of wat we willen.
Tussen de 25 en de 50 vinden we onze plaats, maken we carrière, beklimmen we de ladder.
Het hangt van onze eisen en mogelijkheden af of dat soepel loopt of dat het een harde strijd wordt. Hoe dan ook, dit is de periode waarin we meetellen.
Zo rond de 50 wordt het al moeilijker om een andere baan te vinden. Op 63 jarige leeftijd mogen we in de VUT, wanneer we tenminste al niet afgekeurd zijn.
En dan begint de derde levensfase.
Voor sommigen een zegen, omdat ze nu eindelijk al die dingen kunnen doen, waaraan ze nooit zijn toegekomen.
Voor anderen een teleurstelling omdat ze al te erg versleten zijn om alle mogelijke fijne dingen nu nog te kunnen gaan doen.
Voor weer anderen een ramp, omdat ze zo aan hun werk verslaafd zijn geraakt, dat ze bij die 3e levensfase in een geweldig zwart gat vallen.
Les 1.
De wereld wil ons wijsmaken, dat alleen het werkzaam leven telt, omdat we dan verdienen. Dat is éénderde van ons leven.
Les 2 Ga nuchter om met de levensfase waarin u zich bevindt.
Les 3 Tel uw zegeningen, tel ze elke dag, jong, middelbaar of oud!
Dit artikel is van de hand van Mr. Dr. J. Meulink en werd gepubliceerd in 'TOT UW DIENST' - Mededelingenblad van de NG Kerk te Enschede-Zuid. Het geeft kort en bondig weer wat in een bepaalde levensfase als elementair mag worden beschouwd. Wanneer men komt tot een bepaalde vorm van zelfonderzoek, probeert men het verleden te verdiskonteren en stelt men zijn vragen aangaande de toekomst. Het is waar, dat iemand aan zijn werk verslaafd kan raken. Dan is er niets anders meer dan de dagelijkse arbeid waarin men geheel opgaat. Dat is vooral een ramp voor de omstanders aan wie men zich zo sterk verbonden weet, b.v. vrouwen kinderen etc. Toch kan het ook gebeuren, dat men wanneer men om gezondsheidsredenen gedwongen wordt voortijdig met het werk te stoppen, nog jaren lang moeite heeft eraan te wennen, dat het geheel of gedeeltelijk voorbij is. Men kan dan zo slecht distantie nemen, omdat men zo verweven was geraakt met wat men elke dag mocht doen.
Je moet soms afscheid nemen van een stukje van jezelf! Dat kan bijzonder pijnlijk zijn, temeer, omdat maar weinig mensen daarvoor begrip blijken te hebben. Overigens geldt voor ieder mens wat Churchill eens zó onder woorden bracht.
Eerst is de mens op het toneel van het leven hoofdrolspeler.
Dan wordt hij figurant.
Daarna moet hij genoegen nemen met de funktie van souffleur.
Tenslotte valt het doek!
Te feliciteren is die mens, die wanneer het doek valt ervaren mag, dat onder hem/haar eeuwige armen zijn!
O. Mooiweer, Enschede