Scheiding maken tussen beleid en pastoraat

2010-06-11
  • Jaargang 54
  • nummer 12
Pastoraat is één van de belangrijkste taken van de gemeente en tegelijkertijd één van de moeilijkste. Want zorgen voor de schapen van de kudde luistert nauw. Hoe kies je als gemeente de juiste aanpak van het pastoraat? Een serie over verschillende vormen van pastoraat in de NGK. In deel twee de pastoraal bezoeker.

‘Er was meer pastoraat in de gemeente nodig’, zegt ds. Geert van Dijk uit Dalfsen. ‘Het aanbod voldeed niet meer aan de vraag. De taak van ouderlingen werd te zwaar en het werd ook steeds moeilijker om ouderlingen te vinden. Daarom hebben we gekozen om wijkassistenten in te zetten.’
In de NGK Houten groeide eveneens de behoefte aan een paar extra helpende handen. De gemeente stelde pastoraal werkers aan. Ds. Dick Westerkamp: ‘Onze gemeente groeide heel snel. Die enorme groei gaat op een gegeven moment het werk van een vrijwilliger te boven. In veel gemeenten wordt dan over een tweede predikant gepraat, maar daar hebben wij bewust niet voor gekozen. Dat zou meer van hetzelfde zijn. Wij wilden andere gaven inzetten.’

Hiërarchisch
Er zit onderscheid tussen de pastoraal bezoeker (ook wel pastoraal medewerker of wijkassistent genoemd) en de pastoraal werker. Hoewel het op het eerste gezicht om dezelfde functie gaat, zijn beide niet met elkaar te vergelijken. ‘Een pastoraal bezoeker is meestal een gemeentelid, ingezet ter ondersteuning van een ouderling’, zegt ds. Gijs Bronsveld, predikant in Doorn en docent aan de Nederlands Gereformeerde Predikantenopleiding (NGP). ‘Een pastoraal werker heeft een specifieke deskundigheid en over het algemeen een hbo-opleiding. Het is een heel eigen, meestal betaalde functie naast predikant, ouderling en pastoraal bezoeker.’
In Houten zijn twee pastoraal werkers aangesteld. ‘De ene pastoraal werker, Peter van Genderen, gaat over het basispastoraat. Bij ons in de gemeente zijn kerngroepen verantwoordelijk voor het basispastoraat. De pastoraal werker coördineert dit. Hij traint bijvoorbeeld de kringleiders en –coaches’, vertelt Westerkamp. ‘De andere pastoraal werker, Wytze Bijleveld, gaat over het bijzondere pastoraat. Dat is dus alles wat niet valt onder de kerngroepen en het basispastoraat. Denk daarbij aan huwelijkspastoraat, kinder- en tienerpastoraat, gebedspastoraat en bevrijdingspastoraat. Voor iedere vorm van pastoraat zijn teams die dat organiseren. De pastoraal werker overziet die teams en coördineert.’
De aanstelling van een pastoraal werker, maar ook van een pastoraal bezoeker, verandert de taak van een ouderling. ‘Een ouderling en een pastoraal bezoeker moeten niet allebei bezoeken af gaan leggen. Dan wordt het te veel een hiërarchisch verhaal’, zegt Jan van Raalte, pastoraal werker in onder meer Voorthuizen/Barneveld en Apeldoorn. ‘Je kunt er het beste voor kiezen het basispastoraat door een pastoraal bezoeker te laten doen en je als ouderling meer te richten op ambtelijke zaken zoals huwelijk, doop of tucht, al komt dat laatste niet zo vaak meer voor. Als je kiest voor een structuur met een pastoraal bezoeker of pastoraal werker, moet je dat niet halfhalf aanpakken. Daar wordt de last alleen maar zwaarder van.’
Toch zijn er ook gemeenten die dat anders doen en die het bezoekwerk in een wijk (en daarmee de belasting die dat meebrengt) verdelen tussen de ouderling en één of twee pastoraal bezoekers.

Terugschrikken
Veel gemeenten hebben tegenwoordig moeite om de ouderlingenvacatures in te vullen. Dat is in veel gevallen een reden om pastoraal werkers of bezoekers aan te stellen. Bronsveld snapt wel waar de huivering om ouderling te worden vandaan komt. ‘De taakomschrijving van een ouderling, een combinatie van vergaderbelasting en bezoekwerk, is dermate zwaar dat veel mensen ervoor terugschrikken. De ambtelijke verantwoordelijkheid kan door mensen ook als belastend worden ervaren. Daardoor kan de drempel om ouderling te worden te hoog zijn. Daar komt bij dat de hoeveelheid adressen vaak te groot is om die gewetensvol te kunnen bearbeiden, om mensen de aandacht te geven die ze verdienen.’
Een aanstelling als pastoraal bezoeker of wijkassistent is voor veel mensen een veel kleinere stap. ‘Als pastoraal bezoeker werk je met kleinere wijken, de functie is minder ambtelijk belast en je hebt veel minder vergaderbelasting.’

Toch is het inschakelen van pastorale bezoekers niet alleen maar een reactie op een tekort aan ouderlingen of een middel om de lasten te verdelen. In twee brochures over het pastoraat in de gemeente benadrukt de NGK Voorthuizen/Barneveld met een verwijzing naar Efeze 4 dat de ambtsdragers niet als eerste taak hebben om zelf pastoraat te bedrijven, maar om de gemeenteleden in te schakelen en toe te rusten. ‘Een actievere betrokkenheid van gemeenteleden in het pastoraat, bijvoorbeeld als pastoraal medewerkers, doet meer recht aan het beeld van de gemeente zoals dat bijvoorbeeld in 1 Kor 12 getekend wordt’, valt er in de brochure te lezen.
Daarbij levert de aanstelling van een pastoraal bezoeker nog andere voordelen op. Jan van Raalte: ‘De aanstelling van een pastoraal bezoeker levert een scheiding tussen pastoraat en beleid op. Een ouderling heeft vaak beide petten op, terwijl een pastoraal bezoeker alleen verantwoordelijk is voor het pastoraat. Dat levert een zuiverder discussie op over hoe bepaalde zaken in de Bijbel staan en over hoe iemand in het geloof staat. Als je een gesprek hebt met iemand die niet over het beleid gaat en die dus ook niets kan met eventuele kritiek daarop, kom je veel meer tot een geloofsgesprek. Daar komt bij dat de competenties die nodig zijn om beleid te voeren en om met mensen mee te lopen in hun geloof heel verschillend zijn. Die kom je niet zo vaak in dezelfde persoon tegen. De scheiding zorgt voor een afgebakend taakgebied dat meer aansluit bij je eigen gaven.’

Toerusting
Natuurlijk zijn gaven heel belangrijk, maar naast bepaalde gaven is er ook toerusting nodig. ‘Iemand die pastoraal bezoeker wordt, beschikt over bepaalde gaven, zoals het kunnen luisteren naar mensen, maar je moet mensen ook kunnen sturen in geloofsgroei’, zegt Geert van Dijk. ‘Dat is moeilijk. Daarom hebben we toerustingavonden, niet alleen voor de pastoraal bezoekers, maar voor het hele wijkteam. Dat doen we twee keer per jaar. Ik verzorg de ene avond, de andere avond komt er een spreker. We hebben net een cursus persoonlijke voorbede gehad. Ik merk zelf dat mensen daadwerkelijk gegroeid zijn. Iemand durft nu wel Bijbel te lezen, of te bidden of een moeilijk gesprek te voeren.’
Ook Van Raalte hamert op toerusting. ‘Toerusting is op zichzelf heel belangrijk. Het is fijn als mensen zich ervan bewust zijn dat ze er veel aan kunnen hebben. Je hebt vaak de neiging om uit te gaan van je eigen ervaring, maar juist in een gemeente kun je die ervaring delen en daarmee anderen toerusten. Toerusten is niet alleen “wat kan ik halen”, maar ook “wat kan ik brengen”.’

Korte lijntjes
Alle begin is moeilijk en je kunt dan ook niet verwachten dat een overgang naar een andere pastorale structuur zonder problemen verloopt. ‘Natuurlijk hebben wij ook aanloopperikelen gehad. Dat is niet meer dan logisch’, zegt Westerkamp. ‘We zijn al bijna zeventien jaar met de aanpassing van de pastorale structuur en de ontwikkeling daarvan bezig. Die ontwikkeling gaat nog steeds door. We geven nu bijvoorbeeld sinds kort ook bevrijdingspastoraat.’
Aanloopperikelen kun je nooit helemaal voorkomen, maar er zijn wel een paar belangrijke punten waarmee je heel wat problemen kunt ondervangen, stelt Bronsveld. ‘Communicatie en een heldere taakomschrijving zijn belangrijke elementen. Je moet als kerkenraad de gemeente nadrukkelijk in het proces betrekken. Daarbij is het belangrijk om duidelijk te communiceren wat een gemeente van een pastoraal werker of bezoeker mag verwachten en vice versa.’
‘Houd de lijntjes kort’, zegt Van Dijk. ‘De ouderling blijft hoofdverantwoordelijk voor het pastoraat in de wijk in het geval van een pastoraal bezoeker. Hij moet zelf in de gaten houden waar gaten vallen en hulp nodig is. Daarom is communicatie belangrijk en moet je dingen niet op zijn beloop laten. Het is ook belangrijk om regelmatig overleg te hebben, ook tijdens kerkenraadsvergaderingen. Daarbij is het goed om als wijkteam voor mensen en elkaar te bidden. Het is goed als je beleeft dat je het werk als team doet.’
Of je als gemeente ook uiteindelijk de overstap moet maken naar een nieuwe vorm van pastoraat hangt af van het karakter van de gemeente, denkt Van Dijk. ‘In een kleinere gemeente kan het pastoraat vaak heel goed verzorgd worden door ouderlingen. In een grotere gemeente is het misschien verstandig om voor pastoraal bezoekers te kiezen. Maar het is ook afhankelijk van het profiel van de gemeente. Een gemeente met een modern profiel zal eerder voor pastoraal bezoekers kiezen en een meer behoudende gemeente zal liever met ouderlingen werken. De keuze is echt situatiegebonden.’

Pijn
Voordat je als gemeente nadenkt over een overgang naar een andere aanpak van het pastoraat is het belangrijk om een aantal dingen op een rijtje te zetten. ‘Het is belangrijk om eerst vast te stellen hoe je als gemeente pastoraat ziet. Je stelt eerst je visie vast en daarna bekijk je hoe je dat het beste vorm kunt geven’, vindt Van Raalte.
Westerkamp vult aan: ‘Je moet de keuze voor verandering uitleggen en duidelijk maken aan de gemeente dat er een urgente nood is en dat dingen foutlopen als het niet anders gaat. De een zal dat makkelijker accepteren dan de ander, maar je moet je ook niet laten ophouden door mensen die niet willen veranderen. Op een gegeven moment moet je de keus gewoon maken. Geduld is in veel kerken een doekje voor het bloeden en een reden om geen stappen te hoeven zetten. Dat lijkt heel christelijk, maar ik denk dat het veel schade veroorzaakt. Je hebt het over veranderingsprocessen en die doen nu eenmaal pijn. Er zullen altijd mensen zijn die er moeite mee hebben. Je weet uiteindelijk wel wat je nu hebt, maar niet wat je straks krijgt. Maar als je niet verandert, loop je de kans dat je diezelfde mensen later nog veel meer pijn doet. Wat je veel ziet, is jongeren die diensten graag anders willen invullen, maar gemeenteleden willen dat niet, want het is anders dan ze gewend zijn. Als je daaraan vasthoudt, loop je de kans dat de kinderen weglopen en misschien God helemaal kwijtraken. Dat doet misschien nog wel meer pijn dan veranderen. Ga dus maar door die pijn heen en als je ziet dat het echt ergens goed voor is, valt de pijn misschien nog wel mee.’
De zoektocht naar de juiste vorm van pastoraat blijft niettemin moeilijk. Van Dijk: ‘Je zoekt naar de juiste vorm, zodat mensen hun verhaal kwijt kunnen. Daar doe je het natuurlijk voor. Als dat niet lukt, gaat er ergens iets verkeerd. Het probleem ligt niet in het bestaansrecht van het pastoraat in de kerk. Het punt is om het aanbod te laten aansluiten bij de vraag. Dat is zoeken. Maar daarvoor haal je alles uit de kast. Het zaad valt niet altijd verkeerd, soms valt het ook in goede aarde.’

Websites over pastoraat
Op internet is veel te vinden over verschillende vormen van pastoraat en er wordt zelfs pastoraat aangeboden.

Informatie:
www.werkindekerk.nl

Internetpastoraat:
www.Pastoralecounseling.org
www.pastoraat-sos.nl

Ook enkele NGK-websites bevatten informatie over de aanpak van het pastoraat:
NGK Apeldoorn: www.tabernakelkerk.nl/pages/pastoraat.php
NGK Voorthuizen/Barneveld: www.ngkvoorthuizenbarneveld.nl (zie ‘Downloads’)

Leestips
N. Dijkstra-Algra, Pastoraat voor iedereen, praktische adviezen voor de gemeente,
A. Baars, e.a., Liefdevol oog en open oor, handboek pastoraat in de christelijke gemeente,
G. Heitink, Gids voor het pastoraat,
W.H. Velema, Verdiept pastoraat,
R. Ganzevoort en Jan Visser, Zorg voor het verhaal, achtergrond, methode en inhoud van pastorale begeleiding

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief