Roze roosjes

2010-05-28
  • Jaargang 54
  • nummer 11
‘Hierbij wil ik alle lieve mensen en vrienden van de kerk bedanken voor de leuke dagen’, staat er op het zelfgemaakte kaartje met roze roosjes en een geel strikje. De letters verraden dat onze Alpha-cursist haar best heeft gedaan om netjes te schijven. Het is geen kaartje dat gauw even uit de kast is getrokken en vlug-vlug beschreven is. Hier is over nagedacht. ‘Heel veel dank. Veel liefs.’
Het kaartje is niet voor mij, het is voor ons hele Alpha-team, maar ik stop het toch in de bijbel waar ik meer dingen inschuif die ik kostbaar vind. De persoonlijke bijbeltekst die een andere cursist aan een roos heeft gehangen, doe ik er ook bij. Ieder teamlid kreeg op de laatste avond zo’n roos met tekst. Hij heeft weken gestaan, net als de roos uit de grote bos waarmee een derde cursist stralend kwam aanzetten.

Volgens mij is het de eerste keer dat ik van deelnemers aan een kerkelijke activiteit bloemen en kaartjes krijg.
Ik kan me wel bedankjes herinneren namens de kerkenraad of lieve boekjes van collega-clubleiders na jarenlange trouwe dienst.
In de rol van domineesvrouw geniet ik geweldig van blijken van liefde uit onze gemeente op bijzondere data. Maar een gewone kerkelijk werker krijgt zelden zomaar een bedankje. Hoe komt het dan dat onze Alpa-cursisten daar wel aan denken? Hoe komt het dat ze het zo ontzettend waarderen wat we deden? En omgekeerd, dat hun dankbaarheid mij zoveel doet? Is dat nu werk van de Geest van onze Heer dat ik er zo blij mee ben? Of zegt het meer iets over de hartelijkheid naar elkaar binnen de kerk? Want biecht u eens op, hoe vaak bedankt u iemand in uw gemeente? De kinder- en jongerenwerkers die maandenlang in de weer zijn, die met uw bloedjes van kinderen een weekend op stap gaan: hebt u ze wel eens bedankt? Of een bloemetje afgeven bij de mensen die regelmatig uw moeder bezoeken? De organisatoren van de oppasdienst? Ik noem maar wat. Als gemeente van Christus praten we wel veel over de Heilige Geest, maar dat zou toch als eerste zichtbaar moeten worden in onze hartelijkheid en liefde naar elkaar. Ook als dingen niet vlekkeloos verlopen. Het hoeft allemaal niet groots en meeslepend te zijn; geen kerkelijk werker zit te wachten op de ladingen zeepjes, bloemen en cadeautjes die de juf op school krijgt aan het einde van het jaar. Gewoon een hand en een bedankje aan het einde van het seizoen doen al wonderen.

Ik kijk naar het kaartje in mijn hand. We hebben het goed gehad, maar ik kan ook wel een paar dingen bedenken die niet vlekkeloos zijn gegaan. Ondoordachte, weinig tactvolle opmerkingen zijn best gevallen. En toch deze blijken van waardering. Misschien kunnen de kinderen van het licht nog wat leren van de hongerige kinderen van de wereld.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief