Eeuwigheid (1)

1994-03-11
  • Jaargang 38
  • nummer 5
Een eerste antwoord aan drs. H. de Jong op de twee artikelen die hij in OPBOUW (28 januari en 11 februari 1994) heeft gewijd aan mijn boek 'De grote Toekomst van Israël, de Kerk en de Volken", ondertitel 'Waarom de dogmatiek moest vastlopen', Kampen 1992, 450 blz.

1) Het traditionele eeuungheidsdenken
Ik ben Ds. de Jong erkentelijk dat hij een begin heeft willen maken met de bespreking van mijn boek. Ik hoop dat er nog meer artikelen mogen volgen.
Een broederlijke discussie over deze zaken kan zo belangrijk zijn. Het gaat niet om menselijk gelijk hebben maar om het goed leren verstaan van de Schriften. Naar mijn mening (en niet alleen die van mij) spreekt het boek over onderwerpen die de komende jaren de kerkelijke wereld in binnenen buitenland in toenemende mate zullen beroeren, te weten: Wat zegt de Bijbel ons over de toekomst!
Ds. de Jong heeft zijn beide artikelen geplaatst onder het treffende opschrift 'De ont'eeuwig'ing van de Schrift'. Hij wil daarmee terecht aangeven dat in mijn boek een kritiek op het traditionele kerkelijke 'eeuwigheidsdenken' een belangrijke plaats inneemt.
Een dergelijke kritiek is natuurlijk ook geen kleinigheid. Wie daarover schrijft moet weten wat hij doet. Wie durft er te beweren dat de Bijbel geen eeuwigheid kent! De lezer weet wel beter.
Inderdaad, mijn boek beweert dat dan ook niet. Een kritiek op het gangbare kerkelijke eeuwigheidsdenken doet niettemin een groot beroep op de bereidwilligheid van de lezers er kennis van te nemen. Die bereidwilligheid wordt ook niet groter door de wijze waarop Ds. de Jong mijn boek bij de lezers introduceert. De lezer voelt zijn reserve. Dat is zijn goed recht. Zulke zaken gaan niet zo maar. Ik zeg hem dank voor de broederlijke woorden die hij ondanks zijn kritiek aan mij heeft gewijd.
Toen ik zijn beide artikelen had gelezen dacht ik: de lezer die het boek niet kent kan uit deze bespreking slechts opmaken dat het met het traditionele eeuwigheidsdenken van de kerkelijke wereld wel goed zit en dat mijn kritiek niet terecht is. Hij kan het boek wel ongelezen laten en het advies van GAMALIEL volgen: laat de zaak maar op zijn beloop! Mijns inziens zou dat te betreuren zijn. Het zit naar mijn overtuiging helemaal niet goed met het traditionele denken van de christenheid over eeuwigheid. In mijn boek heb ik getracht dat met argumenten te onderbouwen. Ik kom er op terug.
s. De Jong berispt mij dat ik vaak te stellig spreek over zaken die z.i. niet zo zeker zijn. Als ik mij daaraan onopzettelijk schuldig heb gemaakt pleit ik verzachtende omstandigheden, verband houdend met het feit dat de één een andere betoogtrant heeft dan de ander en dat voor de één een zaak zeker kan zijn, die voor de ander dat

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief