Plaats en taak van de medische ethiek in christelijk perspectief (2)

1994-03-11
  • Jaargang 38
  • nummer 5
Medische ethiek of gezondheidsethiek?
Dourna's leeropdracht vermeldt: medische ethiek. Zijn leerstoel is ondergebracht bij de medische faculteit. Dat houdt het gevaar in, dat wij "leken"
denken, dat wat daar wordt gedoceerd, ver van ons bed is. Anderzijds is daar het risico, dat wij voorbijgaan aan het legitieme werk van anderen op het terrein van de gezondheidszorg.
Douma loopt dat risico. Toen hij sprak over relaties in allerlei verbanden noemde hij na de relatie tussen patiënt en arts die tussen patiënt en overheid.
Daarna gaf hij aan, andere verbanden te laten rusten zoals, zei hij zelf, de huwelijksrelatie, die toch ook medischethische aspecten heeft. Bij dit laatste' zet ik in zijn algemeenheid een vraagteken.
De huwelijksrelatie heeft gezondheids-ethische aspecten. Dit onderscheid maak ik niet voor niets.
Het begrip "gezondheidsethiek" is tamelijk jong, maar niet onbelangrijk.
De gezondheidsethiek houdt zich bezig met morele vragen op het terrein van de gezondheid en van de biologische en antropologische wetenschappen (wetenschappen die allerlei aspecten aan de mens bestuderen). Zo komen vragen over anticonceptie, voortplanting, gen-therapieën en dergelijke aan de orde. Wij doen er verkeerd aan, dit te beperken tot de medische ethiek en zo tot de medische wetenschap. Dat leidt tot medicalisering van ons bestaan, dat wil zeggen dat wij alle problemen tot medische herleiden en tegen de arts aanleunen als oplosser van al onze problemen.
Dit doet tekort aan onze door God gegeven verantwoordelijkheid. De medische ethiek dient zich bezig te houden met de morele vragen, die specifiek zijn voor de medische wereld en de relatie arts-patiënt, arts verpleegkundige etc. Anderzijds zijn er in de wereld van de gezondheidszorg meer werkers dan alleen artsen. Niet de arts, maar de verpleegkundige verstrekt vierentwintig uur per dag zorg. Dat heeft iets speciaals te zeggen in de zorg voor de zieke. De verpleegkundige (en daaronder vat ik in dit verband ook de ziekenverzorgende, de bejaardenverzorgende etc.) is niet een hulpje ("verlengde arm") van de arts, maar heeft een duidelijk van de arts onderscheiden taak, die zijn geheel eigen morele vragen met zich brengt. Binnen het terrein van de gezondheidsethiek kunnen wij dan ook met enig recht spreken van een medische en een verpleegkundige ethiek.
Onze kerken, en daaronder versta ik nu even globaal de Gereformeerde Gezindte, hebben van oudsher veel verplegenden en verzorgenden geleverd.
Hun morele beroepsproblemen verdienen aandacht. Net zo goed als de problemen aandacht verdienen, die wij allemaal hebben op het terrein van de gezondheidsethiek, zonder dat wij daarmee naar een dokter lopen of moeten lopen. Daarom hoop ik, dat Douma zijn onderzoek en onderwijs niet tot de strikt medische ethiek zal beperken. Aan de VU is ook een school voor verpleegkunde verbonden, waar cursussen ethiek voor verpleegkundigen wordt gegeven. Zou een bijdrage daaraan wellicht zin hebben?

Alleen abortus en euthanasie?
Als voorbeelden greep Douma nogal eens naar de termen euthanasie en abortus. Daarnaast ging hij ook nog even in op gen-therapieën. Ik denk niet, dat het de bedoeling van Douma is, maar wij hebben, met name onder het Christelijke volksdeel, nogal eens de neiging, medische ethiek (ik gebruik in het vervolg deze term ook maar) daartoe te,beperken. Daar is in de christelijke pers een uitgebreide discusale over gevoerd. Die discussie duurt zelfs nog voort. Hoe is het met andere onderwerpen? Kunstmatige voortplanting, anticonceptie, meedoen met medische experimenten, moederschap op hoge leeftijd, orgaandonatie.
Wat mag wel en wat niet op het gebied van gen-therapie en genenonderzoek?
Ziehier vragen, waarmee wij ons zullen moeten bezighouden in een discussie, waarbij wij Gods Woord moeten laten spreken.

Autonomie of verantwoordelijkheid
Terecht wijst Douma de autonomiegedachte af, zoals die ons in bijna alle opvattingen over gezondheid en gezondheidsethiek tegemoet komt.
Evenzo is het terecht, dat hij daartegenover de nadruk legt op het begrip verantwoordelijkheid. Dat heeft echter nogal wat consequenties, ook voor ons omgaan met onder andere de Tien Woorden van het verbond en voor de manier waarop wij oplossingen zoeken voor morele problemen. Ik laat dit nu verder rusten. Voor een introductie van dit onderwerp mag ik nu wel verwijzen naar mijn in nummer 37/11 van dit blad verschenen artikel "Het begrip 'verantwoordelijkheid' in de Bijbel''.

Contract- of verbondsrelatie?
Douma wijst een contract-relatie tussen arts en patiënt af. Ik deel die mening.
Bij zijn voorstel, om in plaats daarvan te spreken van een verbondsrelatie, zet ik echter een vraagteken.
In het dagelijks leven verschillen contract en verbond nagenoeg niet. De term "verbond" ontleent zijn meerwaarde vooral door de stilzwijgende verwijzing naar Gods verbond met ons, zoals wij dat kennen uit de Schrift. De amerikaanse ethicus R. Veatch, die de term "verbond" als een der eersten propageerde, legde inderdaad de nadruk op het religieuze aspect dat zijns inziens een verbond heeft. En daar liggen dan ook mijn bezwaren. Wij kunnen dit alleen doen, door uit te gaan van een geïdealiseerde verhouding tussen arts en patiënt, en dan nog een ideaal, dat mijns inziens wel "romantisch" maar niet terecht is. De stap naar de arts als hogepriester in de tempel der gezondheid ligt dan voor de hand in een wereld, waarin gezondheid als hoogste goed wordt beschouwd. Ik ben ervan overtuigd, dat Douma deze kant niet uit wil. Een bezinning op de relatie tussen arts en patiënt is nodig. Ik verwacht echter niet, dat "verbond" daarvoor het juiste beeld zal blijken te zijn.

Absolute eerbied voor het leven?
Ik wil ter afsluiting nog een opmerking maken. AI is het de laatste, het aangesneden onderwerp is zeker niet het minst belangrijke.
Zoals wij zagen, wijst Douma enerzijds uitspraken af zoals: "Hij is door de bodem van zijn bestaan gezakt".
Daarmee wijst hij vooral het fenomeen af, dat wij als mensen een oordeel vellen over de kwaliteit van ons leven of dat van een ander, en dan op grond daarvan autonoom (!) uitmaken, of dat leven al dan niet waard is, geleefd te worden. Wij maken dan ook uit, of er en einde aan dat leven moet komen of niet. Ik denk, dat velen Douma zullen bijvallen in het afwijzen van dit standpunt.
Anderzijds wijst Douma echter ook af het spreken over "absolute eerbied voor het leven". In dit verband valt nog wel eens de uitdrukking: "Het leven is heilig". Ik weet niet, welk gedeelte van zijn "achterban" Douma bijvalt in de afwijzing van deze uitdrukking. Het moge duidelijk zijn, dat ik dat wel doe.
Douma doet hier een uitspraak met verstrekkende betekenis, die wij heel serieus moeten nemen, willen wij tenminste het onderwijs uit de Schrift serieus nemen. Over dit onderwerp valt meer te zeggen, dan ik in het bestek van dit artikel zou kunnen. Het vergt ook veel nadenken bij het licht van de Bijbel. De uitdrukking, dat het leven heilig is, hebben wij niet te dan ken aan de Bijbel, maar aan Albert
Schweitzer. In de Schrift is niet het leven het hoogste goed, maar God en zijn liefde voor ons. De Here Jezus heeft ons een voorbeeld van barmhartigheid gegeven. Hij was met ontferming bewogen over hen, die door de maatschappij waren afgeschreven.
Maar Hij achtte het leven niet heilig of van absolute waarde. Hij heeft zijn leven gegeven, Hij is de dood ingegaan om ons te redden.
Als wij ernst maken met ons geloof in het leven van een toekomende eeuw, mogen wij wel hoge waarde hechten aan het huidige leven, maar moeten wij ook het Betrekkelijke ervan inzien.
En dan hebben wij bijvoorbeeld niet het recht om, àls God tegen een moegestreden kind zegt: "Het is genoeg", met alle geweld te trachten het hier te houden als God het tot zich wil nemen.
Ik hoop, dat Douma ook over dit onderwerp nog eens iets van zich zal laten horen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief