In dat huis daar woont een vrouw
1994-03-11
Het beste merk van de wereld- Jaargang 38
- nummer 5
We waren druk bezig met de voorbereidingen van een evangelisatieproject.
Ik weet niet meer waar ik ze kocht, die stickers. Op de workshop van Timotheus of bij de Evangelische boekwinkel. Er stond een hand op die met een vinger naar boven wijst. Daar onder met opvallende letters: EEN WEG - JEZUS. Ik plakte één van die stickers op een oude catechisatiebijbel.
De andere kwam bij de voordeur naast de bel. Een klein stukje evangelisatie voor de postbode en de melkboer, dacht ik in mijn ijver.
Maar onze kinderen dachten daar anders over. "Kan die achterlijke sticker bij de bel weg?" was de eerste reactie van één van onze jongens, die gemakshalve aan de voordeur belde.
Even later kwam onze dochter met een paar vriendinnen door de achterdeur.
En terwijl ik iets te drinken inschenk fluistert ze mij toe: "Mam, die sticker bij de bel, die haal ik eraf hoor!" "Als je het maar laat!" fluister ik terug.
En zo bleef de sticker zitten, ondanks regelmatig protest van de zijde van de kinderen.
Een paar weken later. Onze oudste zoon heeft van het opgespaarde kleedgeld een duur jack gekocht. Met een spijkerbroek, maar die viel onder het jack niet zo op.
Totdat ik hem de volgende dag naar school zie gaan. "Mooie broek wel, hè?" vraagt hij. Ik knik. Ja hij ziet er prima mee uit. Tevreden draait hij zich om en ik kijk nog even. De merknaam van de bröek springt provocerend in het oog. Ik ben zo verbijsterd dat ik even geen woord kan uitbrengen.
"Weet je wat er achter op je broek staat?" vraag ik dan zo beheerst mogelijk.
Hij lacht. "Ja, ik dacht wel dat u daarover zou vallen. Dat merk komt uit Zuid- Amerika en daar is het een heel gewone naam. Mam, doe niet zo moeilijk.
Daar heten een heleboel jongens en mannen zo!" Ik weet niet zo gauw wat ik daarop moet zeggen. Hij is de deur ook al uit. Tas achterop de fiets, en dan zie ik dat hij nog even terugkomt.
"Is dat trouwens niet het beste merk van de wereld?" zegt hij met met een ontwapenende grijns op z'n gezicht.
Maar ik ben er natuurlijk de hele dag mee bezig. Ik zie hem de kerk al binnenkomen met die broek. Dat zal ongetwijfeld iemand opvallen. En daar zal het nodige over gezegd worden.
Begrijpelijk. Maar het merk er zomaar aftornen kan natuurlijk ook niet.
Wat moet ik daar nu mee aan? Was ik maar meegegaan om die broek te kopen. Ik doe piekerend mijn werk en als ik aan het eind van de morgen even naar de bakker loop, lijkt het me 't beste er voorlopig nog niets van te zeggen. Misschien komt me een wijs woord in de zin. Met een brood in de ene, en de sleutel in de andere hand kom ik terug.
En dan, als ik de sleutel in het slot wil steken valt mijn oog op de enigszins verbleekte, maar nog duidelijk leesbare sticker bij de bel. En dan weet ik het opeens.
"Ik heb vandaag steeds aan die broek van jou moeten denken", zeg ik 's avonds tegen hem. "Vindt u het een probleem?" vraagt hij. Ik schud mijn hoofd. "Nee, ik vind het elgenlijk heel goed dat je met die broek loopt. Kijk, die sticker bij de bel, daar bereik je maar een paar mensen mee. Maar die broek van jou - waar komt die wel niet! Je loopt gewoon te evangeliseren...
Hij is even met stomheid geslagen.
"Oké, mam, als die gedachte u gelukkig maakt. .. Dan hoef ik dus niet bang te zijn dat u het merk er af tornt." Daar heeft-ie dus wel aan gedacht, die schurk.
Hij is met die broek blijven lopen. En laat ik er nou nooit iets over gehoord hebben. Ik heb het na bovenstaand gesprek gelukkig helemaal van me af kunnen zetten. 't Was absoluut geen probleem meer voor me.
Ik de sticker bij de deur. Hij het beste merk van de wereld op zijn broek.