Persschouw
1994-03-11
In hoog tempo ontkerkelijkt ons land .- Jaargang 38
- nummer 5
Volgens een gisteren gepubliceerd onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) keren de Nederlanders de kerken zo massaal de rug toe, dat in het jaar 2020 driekwart van hen buitenkerkelijk zal zijn.
Dat is een reusachtige omslag, want in 1960gaf nog maar een kwart van de mensen op niet tot een kerkgenootschap te behoren. Om die revolutie te illustreren: volgens het rapport is het waarschijnlijk dat over 25 jaar het aantal aanhangers van de Islam even groot zal zijn als het aantal leden van de Gereformeerde kerk.
Wie had dat in de jaren '60, toen de zondagse kerkgang voor veel mensen net zo gewoon was als eten en werken, ooit kunnen denken? In luttele jaren heeft zich in ons land een mate van secularisatie voorgedaan die vrijwel.
uniek is: vergeleken met 15 andere landen is alleen in
Oost-Duitsland de kerkgang nog geringer.
En het is niet alleen het kerkbezoek dat zo laag ligt: volgens een eerder gepubliceerd Amerikaans onderzoek is ook het geloof in God, ook als dat in buitenkerkelijk verband tot uitdrukking wordt gebracht, nergens zo weinig ontwikkeld als in ons land en Oost-Duitsland.
Wat kunnen de oorzaken zijn? Volgens het rapport van het SCP heeft de geregistreerde ontkerkelijking mogelijk te maken met de principiële opstelling van veel Nederlanders, die niet als kerklid ingeschreven wensen te staan als ze niet meer naar de kerk gaan.
Dat zou in veel andere landen anders liggen. Een tweede oorzaak kan zijn, dat Nederland simpelweg voorop loopt.
Hoe dat ook zij: voor de kerken zal het niet makkelijk zijn een antwoord te vinden op deze ontwikkeling. De soepele manier waarop de meeste grote kerken de afgelopen jaren zich aan de veranderende samenleving hebben aangepast, heeft niet gewerkt. En het is zeer de vraag of een vlucht in orthodoxie ook maar iets uithaalt. De cijfers lijken te wijzen op een autonoom proces van secularisatie dat niet te stoppen is.
Dit stuk kwam ik tegen in het Dagblad 'TUBANTIA " een niet-christelijke krant, die wel regelmatig aandacht besteedt aan het geestelijke en kerkelijke leven. Over het onderwerp, dat in het bewuste artikel wordt aangesneden, maakte ik via een INGEZONDEN in het 'NEDERLANDS DAGBLAD' d.d. 23 februari jl. de volgende opmerkingen:
ONTKERKELIJKING
Wie heeft niet met smart in het hart kennisgenomen van de gegevens, die in de pers circuleerden betreffende de voortgaande ontkerkelijking! Het hangt samen met de voortschrijdende ontkerstening.
Niemand kan ontkennen, dat een geloof, dat zich niet meer laat voeden door de zuivere evangelieverkondiging, vroeg of laat moet ineenschrompelen en wegsterven. Eerst leest men niet meer in de Bijbel, dan schrapt men successief de twaalf artikelen van de Apostolische Geloofsbelijdenis, tenslotte verschraalt het gebed en wordt gereduceerd tot een noodkreet in de donkere nacht van een adembenemende angst. Maar het echte Verbondsverkeer met God is gestopt! In de diverse artikelen over dit onderwerp worden verschillende antwoorden gegeven op de vraag wat we ertegen kunnen en moeten doen. Ik meen, dat prioriteit moet verleend worden aan de klemmende oproep om enthousiast door te gaan met een eigentijdse, praktische verkondiging van het Woord van God. Goedkope oplossingen stranden onderweg. De vragen moeten serieus genomen worden.
K. Schilder zei al, dat je God, jezelf en je tijd moet kennen!
Ik vraag mij in dit kader wel af of wij ons voldoende bewust zijn van het feit, dat wij een periode beleven waarin onder de druk van de tijdgeest niet alleen wordt geprobeerd bijbelse normen te verschuiven, maar zelfs te verpulveren. Is het rnaranatha-çebed in de kring van de kerk bezig te verbleken?
Maar als het binnen de gemeente steeds minder klinkt, op welke plaats en in welke gemeenschap moet ik het dan nog verwachten?
Heeft de ontkerkelijking ook niet te maken met een gebrek aan spiritualteit?"