Van een stinkdominee uit een geitenland

1995-12-01
  • Jaargang 39
  • nummer 24
5 juli 1995. Op de vliegbasis Soesterberg verschijnt een voornamelijk groen gezelschap, waarvan een groot deel is gesierd met een blauw hoofddeksel. Op de gezichten is een zekere spanning af te lezen. Vol goede moed staan ze aan het begin van hun tour in Bosnië. We spreken over de Alfa-compagnie van Dutchbat IV, ook wel genoemd Dutchbat Griffin. leder heeft zo zijn gedachten over UNPROFOR en de Nederlandse inbreng daarin. Zeker na de val van Srebrenica was verreweg de meest gehoorde gedachte: een hek eromheen en laat ze elkaar maar afslachten. Schril steekt deze cynische gedachte af tegen het enthousiasme van de mensen van de Alfa-compagnie. Zij gaan in de hoop er iets te kunnen doen.

Ook granaten komen van boven
De reis verloopt verre van vlekkeloos. Bij een checkpoint van het Bosnische regeringsleger wordt het konvooi gestopt, omdat de benodigde papieren niet in orde zouden zijn. Anderhalve dag later. Achter in een aantal witte vrachtwagens bereiken de mensen van de Alfa-compagnie Simin Han, een klein dorpje in de buurt van Tuzla. Omringd door kleine heuvels zal het terrein van een voormalige landbouwcoöperatie de woon-, werk en leefomgeving zijn van Jan Soldaat en zijn leidinggevend kader.Echter al snel dient de realiteit van de oorlog zich weer aan. Bunkeralarm, want de mogelijkheid bestaat, dat de Bosnische Serviërs met een beschieting hun ongenoegen kenbaar maken over de (te beperkte) luchtsteun van de NAVO aan het bedreigde Dutchbat 111in Srebrenica. Op de gezichten is wederom de spanning af te lezen. Zelf kijk ik schuin omhoog. Ik zie een stukje hemel, maar op dat moment gaat daar geen rust vanuit. Ook granaten komen immers van boven.
Er gebeurt echter niets en een halve dag later mogen we de bunker weer verlaten. Zestig kilometer verderop valt Srebrenica.

Een naam en een gezicht
In de dienst van die zondag gaat het over idealen en verwachtingen, wanneer je botst op de harde werkelijkheid.
De werkelijkheid van oorlog. Blijf je trouw aan je dromen of geef je toe aan het cynisme? In de weken daarop volgend dient het werk zich in ruime mate aan. Duizenden vluchtelingen moeten worden opgevangen. Dag en nacht wordt er gewerkt bij de opbouw van een tentenkamp. Op de gezichten van de voornamelijk vrouwen en kinderen uit Srebrenica zijn de verschrikkingen af te lezen. Het geluid van de wanhopig krijsende vrouwen die mannen, zonen, broers en vaders hebben verloren, de aanblik van de moeders die verbeten vechten om kleding voor hun kinderen, de blik in de ogen van de kinderen die komen bedelen om een snoepje of wat brood en de stank van zweet, urine en uitwerpselen laten niemand onberoerd. Er is werk aan de winkel, ook in de maanden die volgen. Naast de 'gewone' militaire werkzaamheden als wachtbeurten en het observeren van de confrontatielijn worden her en der in de omgeving meer permanente opvangcentra bewoonbaar gemaakt. De watervoorziening wordt er geregeld, elektriciteit aangelegd.
Er wordt geschilderd en ramen, deuren en daken worden gerepareerd. De verwachting en de hoop iets te kunnen doen worden niet beschaamd.
De bevolking is vriendelijk en stelt de hulp zeer op prijs. Dat blijkt vooral tijdens de zogenaamde sociale patrouilles en de verschillende uitnodigingen. Zo gaat dat wanneer mensen mensen ontmoeten. De moslims, de Serviërs en de Kroaten van Simin Han en omgeving krijgen een gezicht, een naam. En naarmate de mensen meer gezicht en naam krijgen, moet het cynisme terrein prijsgeven. En is dat ook niet Gods werkwijze, zo vragen we ons tijdens een van de kerkdiensten af. God heeft ons een naam gegeven en daarom laat Hij ons niet over aan ons lot. Natuurlijk zijn onze activiteiten een druppel op de gloeiende plaat geweest. En misschien hebben we niet echt gewicht in de schaal gelegd als het om vredesonderhandelingen gaat. Maar even en op beperkte schaal en temidden van een onmenselijke oorlog hebben mensen mensen ontmoet. En daarin ligt voor mij de zin en de waarde van het verblijf van de Alfa-compagnie in Simin Han. Als het aan mij ligt komt dat hek er niet.

Van juli tot november 1995 was ds. C. Smit werkzaam als legerpredikant bij de Alfa-compagnie van Dutchbat in Simin Han. Vlak na zijn terugkomst schreef hij bovenstaande impressie.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief