Toespraak

1995-12-01
  • Jaargang 39
  • nummer 24
Schriftlezing: Mattheüs 9:35-38

Ik heb de goede strijd gestreden.
ik heb mijn loop ten einde gebracht.
ik heb het geloof behouden.
II Timotheüs 4:7

Op de kast in de kamer bij jullie opa en oma thuis, Merel, Kirsten en Elke, ligt een foto waar jullie met z'n drieën opstaan. Nee - met z'n vieren, want jullie opa staat er ook op. Hij zit in het midden en hij leest voor. Op de foto lacht hij, want voorlezen aan jullie vond hij leuk, en hij kón het! Ook in de kerk kon hij als de beste vertellen aan de kinderen. Hij hield van kinderen. Wat vond hij het leuk, als hij in de kerk van een kind een tekening kreeg!
Maar opgroeiende jeugd lag hem ook. Hij kon goed met ze opschieten. Hij was in ze geïnteresseerd. En hij hield van een grapje. Hij was geen stijve dominee. Dat zeggen jullie, z'n vijf dochters, ook. Hij moest wel erg veel tijd besteden aan de kerk, maar hij paste ervoor dat jullie door het leven moesten als de kinderen van de dominee.
Dat gebeurde toch wel, maar het lag niet aan hem! Nee, Eelke heeft zich niet als dominee gedragen. Hij stak de draak met alle plechtigheid, met alle gezalf en met alle gemoraliseer. Toen we het gisteravond op katechisatie over hem hadden, zei iemand: "Het was net een ouwe kwajongen!" En gelijk er achter aan, iemand anders: "Hij was enorm clever!"
Het is allebei waar. En toch was hij op en top een dominee, in die zin dat hij pastor was: hij had herderlijke zorg voor mensen. Hij was een van die arbeiders waar Jezus over spreekt in Mattheüs 9:37 en 38. De Here Jezus zelf betoont zich een pastor die zorg heeft voor mensen. Van alle kanten komen ze op Hem af met hun ziektes en gebreken, in de verwachting van genezing. Maar ook hangen ze aan zijn lippen, hongerend naar woorden van God, naar woorden van vergeving en van werkelijke troost en bemoediging en uitzicht. En dan staat er dat als Hij ze ziet, al die mensen die het van Hem verwachten, dat Hij met ontferming bewogen wordt. Het grijpt Hem aan dat ze zo ongeborgen zijn, zo op zoek naar houvast, zo opgezweept, zo moe. En zo ziet de Here Jezus hier werk liggen, bergen werk. Er is een schreeuwende behoefte aan ware herderlijke zorg.
"De oogst is wel groot, maar arbeiders zijn er weinig. Bidt daarom de Heer van de oogst, dat Hij arbeiders uitzende in zijn oogst." Eelke was zo'n arbeider. Hij geloofde dat Jezus Christus bezig is het Koninkrijk van God te realiseren. Hij kende God als de Vader, die zijn armen wijd open heeft voor zijn geteisterde en verdwaalde kinderen. Hij begreep, dat het de Here Jezus erom te doen was de mensen thuis te brengen bij God. En zo was hij dominee, 43 jaar lang. Hij preekte niet de wet, maar het evangelie. Hij verzette zich fel tegen preken, waar mensen zich opgezweept door voelden. Hij bracht een boodschap van vrijheid, van genade. En hij was er voor de mensen. Voor alle mensen. De caissières van Albert Heyn kende hij bij hun voornaam. Hij stak z'n hand op naar alle buurtgenoten die voorbij kwamen langs dat grote raam aan de Rietveldlaan.

En in de kerk was hij er als mensen iets te vieren hadden, of iets te huilen, met veel begrip, met weinig woorden, maar altijd pastoraal. En in zijn gezin was hij er voor jullie, zeker de laatste jaren toen er meer tijd kwam. Op die arbeid in navolging van de Here Jezus slaan de woorden van 11Timotheüs 4:7: "Ik heb de goede strijd gestreden; ik heb mijn loop ten einde gebracht; ik heb het geloof behouden." Eelke was geen vechtersbaas en al helemaal geen streber.
Maar daarop doelt Paulus ook niet met de beelden van strijd en wedloop. Het gaat hem om het achter Jezus Christus aan gaan, om zo thuis te komen bij God, en om anderen thuis te brengen bij God. Dat kost strijd; dat kost inspanning. Daarop doelt Paulus, op de goede strijd van het geloof in Jezus Christus, op het najagen van het grote doel: Gods Koninkrijk. Die strijd heeft Eelke gestreden en die loop heeft hij gelopen. Ja, het was strijden soms, zelfs in de kerk. En hij heeft zich zeer voor dat grote doel ingespannen, en veel van zijn beperkte krachten gevergd. Je zou daar verdrietig van kunnen worden.

Wat waren jullie allebei uitgeput toen hij en jij, Rie, zeven jaar geleden van het emeritaat dachten te gaan genieten.
Hadden jullie soms roofbouw gepleegd op jezelf? En wat was Eelke broos. Heeft hij ook die laatste maanden nog te weinig aan zichzelf gedacht? Dat verdriet mag er zijn. Wat hadden we hem en jullie nog een tijd van relaxed samen-zijn gegund. Wij merken het in de gemeente nu al: wat missen we Eelke. Wat zullen jullie hem missen. Toch is zijn levenseinde ook troostrijk. Paulus, zelf aan het eind van zijn leven gekomen, in de verwachting van een niet natuurlijke dood, spreekt merkwaardig kalm in de voltooide tijd: "Ik heb de goede strijd gestreden. Ik heb mijn loop ten einde gebracht. Ik heb het geloof behouden."
Daar zit iets in van: het karwei is geklaard. Het werk is gedaan. Het doel is bereikt. Niet: "Ik had dit en dat nog willen doen; ik ben daar en daarmee niet klaargekomen." Nee. Zijn leven is volgroeid. De zin ervan is gerealiseerd. Het is eigenlijk adembenemend dat een mens dat mag zeggen. We hebben aan Eelke gevoeld dat dit voor hem zo was. Hij had met plezier nog verder geleefd, en voorgelezen, en met vakantie gegaan, en nieuwe preken gemaakt en gehouden.
Maar tegelijk was hij bereid heen te gaan, naar zijn Heer. Het werk was gedaan. De zaak was afgerond. De loop gelopen. De zin van zijn leven was gerealiseerd. Niet omdat hij zelf de zaken zo perfekt had afgerond.
Niet omdat er nooit iets was misgegaan, of dat hij vond dat hij alles netjes recht had gebreid. 0 nee, dat dacht Eelke niet. Ook hijzelf was een mens, die zich thuis liet brengen door Jezus Christus. Ook hij hing aan Jezus' lippen, hongerend naar woorden van troost en vergeving. Die woorden heeft hij gekregen. De ene keer dat hij met zoveel woorden met mij over zijn levenseinde sprak, zei hij: "Gezang 365. Daar staat alles in."

De zonden zijn vergeven!
Dit is een woord ten leven,
bevrijdend van de schuld.
Wat God ons ooit beloofde,
wordt nu voor wie geloofde
in Jezus' naam geheel vervuld.

't Is ook voor mij geschreven:
ook ik mag uit Hem leven
die ons genezen heeft.
Zijn liefde tot der zijnen
brengt ons met Hem in 't reine,
wij weten dat Hij ons vergeeft.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief