Een tante in China

1995-12-01
  • Jaargang 39
  • nummer 24
n.a. v. De Gele Rivier is bevrozen door Leo Pleysier. Amsterdam, 1993.

De figuur om wie alles draait in de roman De Gele Rivier is bevrozen, is Zuster Marie Leontine. Ze is een 8elgische non, die door haar kloostergemeenschap uitgezonden wordt naar China en later naar India. Als verpleegster gaat ze daar in dienst van de missie in hospitalen werken. Wie nu denkt met dit boek een levensbeschrijving in handen te hebben van een missiezuster, die we op de voet volgen, wacht een teleurstelling. Of juist niet: de schrijver, Leo Pleysier, roept wel degelijk een indrukwekkend beeld op van een zich opofferende non, maar hij doet dat op een verrassend originele manier. We leren haar namelijk kennen door de ogen en oren van haar neef, de zoon van haar jongste broer. Het neefje is nog maar een paar maanden oud, als tante Roza naar China vertrekt. Daardoor leert hij haar in eerste instantie kennen door haar brieven en van wat hij hoort van de familieleden die het doen en laten van de verre zus druk becommentariëren.

Familieroman
Het boek is in de eerste plaats een Vlaamse familieroman. Via een aantal momentopnamen die alle op een of andere manier te maken hebben met de tante in China worden we betrokken bij het wel en wee van het hechte gezin waarvan de verteller het vierde kind is. Als kleuter zit hij 's avonds voor het slapen gaan met zijn broertjes en zusjes te luisteren naar Moeder die voorleest uit de brieven van tante nonneken. Ze huilen mee als Moeder ontroerd raakt en rillen in hun pyjamaatjes als tante Roza schrijft over de felle kou in China.

Een tante van papier
De verteller is ongeveer zes, als tante Roza een verlofperiode in het gezin doorbrengt. Ze bestaat dus echt! Maar ze is zo anders dan de tante die hij uit de brieven heeft leren kennen. Ze is vreemd in haar witte pij en met haar grote kap. En vooral: ze is zo stil; ze zit maar somber voor zich uit te kijken. Er moet iets vreselijks met haar gebeurd zijn. Maar tante R6za zwijgt. Alleen klinkt raadselachtig haar prachtige uitspraak: "De Gele Rivier is bevrozen". En tante Non zelf ook, ben je als lezer geneigd te denken. Het neefje probeert tot haar door te dringen, maar hij bereikt haar niet. Ze blijft een tante van papier. Wel ontstaat er langzaam aan een bijzondere band tussen tante en hem, vooral als ze hem verpleegt na een ongelukje.

Het beste land is België
Vanaf tantes thuiskomst komt ook de rest van de familie in beeld. Schitterend zijn de familiebijeenkomsten getekend, waar de ooms en tantes gewichtig praten over alledaagse onbelangrijke dingen en hun bekrompen commentaar leveren op de grote zaken. Ze speculeren over wat er in China gebeurd kan zijn. En als ze er niet bij is, gaat hun kritiek ook in de richting van Roza. Waarom ging ze naar dat vreemde China? "Het beste land is België. Ge moet het zover allemaal niet zoeken." Zijn zij niet goed genoeg? Ze nemen het hun zuster bovendien kwalijk dat ze tegen de wil van haar ouders voor dit leven gekozen heeft; ze verwijten haar het vroeg tijdig wegkwijnen van haar vader en moeder. Toch klinkt dwars door alle negatieve commentaar heen de trots door over de zus die dit allemaal toch maar doet en het volhoudt. En stiekem stoppen ze haar geld toe als ze opnieuw uitgezonden wordt. Ditmaal naar India.

Tante Roza
En tante Roza zelf? Maar langzaamaan wordt haar beeld helder. Doordat we met de ik-figuur mee kijken, is onze waarneming gebonden aan de beperkingen van zijn leeftijd. Pas tijdens haar tweede verlofperiode - maar dat is ongeveer 28 jaar na de eerste - gaan we begrijpen wat er allemaal gebeurd is in China en wat de oorzaak is van de depressie tijdens haar eerste verblijf. De houding van de neef ten opzichte van de tante is dan niet meer die van vroeger: de gefascineerdheid en bewondering die hij als jongetje voor haar had, hebben plaats gemaakt voor afstandelijkheid en scepticisme. Maar hij raakt toch weer onder de indruk als hij ziet hoe tante Non heel haar leven opoffert uit liefde voor de God in wie hij het geloof verloren heeft. Het is overigens een heel andere tante die hij nu ontmoet.
Van de teruggetrokkenheid van haar eerste bezoek is niets meer over. Ze is spraakzaam, nuchter, zakelijk, weet wat er in de wereld te koop is. Ze komt veel menselijker over, maar de afstand blijft. Pas als de ik-figuur aan zijn zoontje vertelt wie die non is van de familiefoto - het jongetje wist niet eens dat er een tante non in de familie was - wordt duidelijk hoe tante Roza's echte leven is. Dan komt de gruwelijke realiteit achter de schone schijn van de mooie woorden uit de brieven vandaan: Haar werk van 's morgens vroeg tot 's avonds laat in de hitte van de lange dag als verpleegster onder de Sri Lankaanse vluchtelingen in het leprozen hospitaal en in de kraaminrichting. Hij ziet haar zitten: moe, afgetobd, verkreukeld, verschoten. "Maar daarbij ook de glans die zij nog altijd vertoonde." Zelf zegt ze: "Ik ben een oude non, die het beste van mijzelf in China en India achtergelaten heb." En ze gaat weer terug naar de leprozen die op haar verzorging wachten. Op haar tachtigste werkt ze nog, zeven dagen per week met aan het eind van iedere dag haar gebed: "Mijn God, ik draag U op al de werken van deze dag tot Uw meerdere eer en glorie!" Ze houdt het vol uit liefde voor haar Heer: "Als het niet voor U was, Heer, dan maakte ik nu rechtsomkeert ..."
Het laatste wat we over haar lezen is een fragment uit een brief: "Ik heb cataract (staar J.L.) aan beide ogen.
Druppelen helpt niet meer. Vandaar mijn kromme lijnen."

Levendig
Leo Pleysier heeft een leuke manier van schrijven. Hij geeft geen opsomming van feiten, maar tekent levendige familietafereeltjes. Zo kom je er door de overpeinzingen van het jongetje, als hij al die de blote voeten op bed ziet, achter, hoe het gezin samengesteld is. Later, als de verteller een grote sprong in de tijd gemaakt heeft, wordt door de gedachten van de ikfiguur duidelijk hoe de omstandigheden van de broers en zusters op dàt moment zijn. Ook de vele gesprekken houden het verhaal levendig; een nadeel is dat ze een enkele keer te lang uitgerekt zijn - bij de tocht met het grote gezin in de VW-kever naar de haven bij voorbeeld. En de zinnetjes uit de Franse les die de kinderen door het hoofd spoken zijn meer modieus (stijl-Michiels) dan functioneel. Aan de titel kan je al zien dat we met een Vlaams boek te maken hebben. Dat hoeft in dit geval niet af te schrikken. Integendeel, het boek is in gewoon Nederlands geschreven, alleen de gesprekken worden in het Vlaams weergegeven en dat klinkt ons leuk in de oren. De broers en zussen spreken elkaar aan met 'gij' en 'u' en gebruiken woorden als 'koordeken', 'plezant' en beeldende uitdrukkingen. Het is niet de eerste keer dat Leo Pleysier familieherinneringen heel direct tot een roman verwerkt heeft. In 1989 publiceerde hij het rn.i, nog sterkere WIT IS ALTIJD SCHOON, waarin hij een boek lang zijn gestorven moeder aan het woord laat.

Eerbetoon
'De Gele Rivier is bevrozen' is niet een heel nieuw boek. Toch leek het ons de moeite waard om er alsnog aandacht aan te besteden; ook al omdat middelbare scholieren het kunnen lezen voor hun eindexamenlijst. Het was een van de zes genomineerde boeken voor de Libris-literatuurprijs 1994. De prijs zelf heeft het niet gekregen. Jammer, want met zijn roman heeft Leo Pleysier in de figuur van zijn tante nonneken de grootheid van één van de kleinen uit Gods Koninkrijk op een boeiende manier voor ons neergezet.

Noot:
*) 'Over boeken gesproken' is een nieuwe rubriek, waarin de heer J.J. Lakerveld, die tot voor kort leraar Nederlands aan de Chr. Scholengemeenschap te Emmeloord was, (en misschien ook anderen) aandacht zal besteden aan boeken van literaire aard.In eerste instantie wordt gedacht aan romans die in de publieke belangstelling staan. B.v. doordat ze genomineerd worden voor prijzen. Verder aan boeken die ten onrechte aan de aandacht ontsnappen en zeker aan boeken uit christelijke kring. Ten overvloede: Naast deze nieuwe rubriek blijft: de rubriek 'Ex Libris' van de heer T. Hoekstra gewoon bestaan.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief