‘EU is goed voor minderheden'

2007-06-22
  • Jaargang 51
  • nummer 13
Albert Jan Maat (54) is net CDAEuroparlementariër af. Hij werkt zich nu in als voorzitter van de overkoepelende Land- en Tuinbouw Organisatie (LTO) in Den Haag. Hij woont in Paterswolde en kerkt in de Tehuisgemeente (NGK Groningen). Z’n vierde kind is net het huis uit en achter dat huis staat een ladder tegen de gevel. ‘Hij was vannacht om drie uur thuis van een NCRV-programma en had z’n sleutels vergeten’, grinnikt zijn vrouw.

Maat is specialist in twee traditionele sectoren van de Nederlandse samenleving: landbouw en visserij. In het Europarlement was hij acht jaar woordvoerder voor die beleidsterreinen. Hij beleefde mee, hoe de visserij steeds meer verantwoording moest afleggen. Het ‘zwartvissen’ verdween geleidelijk, maar de vangstcontroles per satelliet en op de afslag bleven. Tegelijkertijd bleken natuur- en milieuorganisaties uitgesproken meningen te hebben over de visserij en hoe zij omgaat met de natuur. Dat kostte de mechanische kokkelvisserij op de Waddenzee het leven.
En nu gaat hij zich vier dagen per week wijden aan de belangen van de Nederlandse landbouw. ‘Ik wilde na 2009 sowieso wat anders dan het Europarlement, want het reizen wordt wel belastend. Acht uur voor op en neer naar Brussel, twaalf tot vijftien uur voor vergaderingen in Straatsburg. Al met al ben je drie, vier dagen per week van huis.’ De LTO benaderde hem eind januari.
‘Ze willen meer gezicht naar buiten, kunnen mijn netwerk goed gebruiken en ik ken de sector goed’, zegt de in Langeslag geboren boerenzoon. ‘Mijn familie woonde daar sinds het begin van de zestiende eeuw en mijn betovergrootvader was één van de oprichters van de plaatselijke Gereformeerde kerk. Mijn broer heeft het bedrijf overgenomen, maar is na een verkaveling vertrokken naar Almere en later geëmigreerd naar Ohio. Maar… samen meteen paar achterneven heb ik er nog een stuk bosgrond.’

Imago oppoetsen
In de Nederlandse samenleving geldt de landbouwlobby als een van de sterkste. Maar de LTO heeft blijkbaar toch behoefte aan iemand, die het imago oppoetst. ‘De sector was inderdaad altijd goed georganiseerd, maar daar is een beetje de klad gekomen door de mestdiscussie. Nu zie je dat de Partij voor de Dieren in de Tweede Kamer een discussie aanzwengelt over halvering van onze veehouderij. Ons imago is in het geding, dus moeten we zelf ingrijpen. In het verleden heb ik me Europees sterk gemaakt voor MKZ-vaccinaties en het niet langer dan acht uur vervoeren van slachtvee. Ik merk dat veel ondernemers er zelf over ook nadenken, beseffen dat anderen meekijken bij wat op het erf gebeurt. We zijn de grootste exportsector van ons land en bieden 600.000 banen, maar ook dan ben je de maatschappijverantwoording schuldig.’

Boer zoekt vrouw
Hij was eerst sceptisch over het tv-programma Boer zoekt vrouw, maar werd gaandeweg enthousiast. ‘Het laat zien, dat de boer een echte ondernemer is met hart voor zijn vee en bedrijf. Dus dat is goed voor het imago. Op spreekbeurten in het land merk ik trouwens toch, dat de burger een redelijk goed gevoel heeft bij de land- en tuinbouw. Hij denkt er wat positiever over dan de milieu- en natuurgroeperingen en de politiek.’ De sector zou niettemin graag meer aandacht krijgen op tv. ‘Nieuws, maar ook achtergronden over het boerenbedrijf.
Zoals Van Gewest tot Gewest dat vroeger deed.’ Waar het boerenbedrijf in ons land op zijn retour lijkt, vindt Maat ‘strategische aandacht’ nodig. ‘Op dit moment heeft veertig procent van de wereldbevolking regelmatig honger; de grootste schending van de mensenrechten, die je je kunt voorstellen. Volgens VN-prognoses moet de landbouwproductie de komende twintig jaar verdubbelen om al die monden te vullen. Dat vraagt om een efficiënte landbouw. Elk jaar stopt drie procent van de Nederlandse boeren en weliswaar ontstaan steeds grotere bedrijven, maar de voedselproductie kon over vijf tot tien jaar wel eens net zo urgent zijn als de energiekwestie nu is.’ In zowel visserij als landbouw is ‘duurzaamheid’ een trendy begrip. Dat erg dichtbij de christelijke notie van ‘rentmeesterschap’ ligt. ‘Als christenen past ons bescheidenheid, want dat begrip is dus niet uniek voor ons. Wel vind ik het jammer, dat duurzaamheid vrijwel alleen nog wordt toegepast op de ecologie. Vroeger sloeg het ook op de economie, maar dat is in de marge geraakt. Terwijl dat juist nu actueel is in de discussie rond de handel en wandelvan hedge funds en private equityfinanciers.’

Opener EU
Maat is ook een pleitbezorger van mensenrechten. Lange jaren speelden EU-subsidies en –importtarieven daarin een rol. Dat is nu een stuk minder, vindt hij. ‘We beperkten onze export naar ontwikkelingslanden om hun een kans te geven, maar het kwam erop neer, dat we zestig procent van onze export weggaven aan landen als Nieuw-Zeeland en de VS. Dat is niet de oplossing. Ik verwacht veel meer van het EU-vrijhandelsakkoord met 48 onderontwikkelde landen. Inmiddels is tachtig procent van de EU-exportsubsidies verdwenen en sinds 2000 zijn de tariefmuren op import vanuit die landen grotendeels geslecht. Zestig procent van de export van die landen gaat nu naar de EU, waar boeren niet langer gewassenpremies, maar bedrijfspremies krijgen. Dat is gezonder.’

Veel ineens
Bij de recente uitbreiding van de EU met tien lidstaten zet hij positieve en negatieve kanttekeningen. ‘Elke uitbreiding van de EU is tot nu toe goed geweest voor de Nederlandse economie. Vanuit Noord-Nederland is de afgelopen drie jaar voor acht miljard in Polen geïnvesteerd. In nieuwe lidstaten doen we het goed met speciale zuivel, zoals dure yoghurts en de betere kazen. We zijn goed in zaaigoed, bloemen en pootaardappelen. En we zijn de Chinezen van Europa. ‘Maar bestuurlijk is toetreding van tien landen ineens niet te behappen. Ze zijn er nog niet klaar voor, zijn niet stabiel genoeg. Gedeeltelijk uit schuldgevoel over de lange jaren achter het IJzeren Gordijn wordt ze nu een enorm tempo opgelegd, waarin ze hun maatschappij moeten democratiseren en omvormen tot een rechtsstaat. Mede daarom ben ik tegen toetreding van Turkije; zoals dat land met de kerk omgaat, zelfs Syrië doet het beter.’

Christenvriendelijke EU
Vanuit kerkelijk oogpunt heeft hij zich verbaasd over de discussie over de Europese grondwet in de kleine protestantse kerken. ‘Die werd te weinig christelijk geacht. Maar dat is bij het hypocriete af, want hij is voor een deel beter dan de Nederlandse grondwet.’ Volgens Maat biedt de EU minderheden – dus ook christenen – meer bescherming. Na de aansluiting van Spanje en Portugal hebben de protestantse minderheden het daar beter gekregen. De Hongaarse kerken in Slowakije, die ook nog een cultureel waren achtergesteld, hebben ook geprofiteerd van een nieuwe godsdienstvrijheid. ‘We hoeven niet bang te zijn voor de EU, of voor een “nieuw Rooms rijk”, zoals sommigen het noemen. We hebben goede spelregels nodig en de grondwet bood bijna honderd procent democratische controle. Is in elk geval een stuk beter dan hoe het nu gaat.
‘Opvallend is ook, dat de roomskatholieke kerk zich meer opstelde als hoeder van de vrijheid dan de protestantse kerken. Wilde je die erbij betrekken, dan moest je meestal zelf het initiatief nemen. Is er iemand, die zich afvraagt, wat een EU-uitbreiding voor onze kerken betekent? Je moet als kerken bepalen wat je wilt van en in Europa, niet alleen maar wat je niet wilt. De wereld wordt kleiner en daar moeten we niet benauwd voor zijn.’ Hij is zich ervan bewust, dat hij ook niet alle zeilen heeft bijgezet. ‘Ik was erg druk met spreekbeurten, heb mijn stinkende best gedaan, maar ik had inderdaad meer kunnen doen in de kerkelijke pers. Ik ging er vanuit dat het zou lukken met die grondwet.’ Wat dat betreft viel het hem op, dat in het eerste nummer van Opbouw (onlangs opnieuw verspreid – red.) al aandacht werd besteed aan de Oost-Duitse kerken. ‘We zijn tegenwoordig erg druk met allerlei interne kerkelijke kwesties en het verwerken van de scheuring, maar we hebben toch wel wat meer relevantie voor de wereld?’

Sander Klos is hoofredacteur van Opbouw en lid van de NGK-CGK-GKV in Deventer.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief