Zending: worden wij er beter van?

1995-12-15
  • Jaargang 39
  • nummer 25
Wat hebben wij eraan dat we aan zending doen? Misschien dat de vraag wat vreemd overkomt. Wij denken bij zending eerder in termen van moeten: gaat dan heen! – of je er nu beter van wordt of niet. Bovendien: moet je er dan iets aan hebben, voordeel van hebben? Niet wij, maar zij, de heidenen, worden er toch beter van? Toch is de vraag minder vreemd dan ze op het eerste gezicht lijkt. Dat wil ik in dit artikel laten zien.

Je verliest eraan
In de eerste plaats, nee, wij worden er beslist niet beter van, van zending. Financieel gaan we erop achteruit. Het kost geld. Kijkt u er de jaarrekeningen van de verschillende zendingsondernemingen in onze kerken maar op na.
We worden van zending armer, als het goed is. En dat wordt er niet beter op. Dat denken we wel eens. Zendingswerk levert zelfstandige kerken op, en die gaan zichzelf op een gegeven moment bedruipen, nietwaar? Nee, dat is heel vaak niet waar! Dat komt, omdat zending meestal in landen gedaan wordt, waar armoede troef is. Er is gewoon niet genoeg geld onder de mensen om een eigen kerkelijk leven te kunnen dragen. Bovendien, gereformeerde kerken zijn door de bank genomen vrij duur in onderhoud. Daarbij denk ik niet aan het gebouw, maar aan de structuur. Om een enkel voorbeeld te noemen. Er is een predikant nodig per gemeente, of groep van gemeenten. De man heeft een theologische studie achter de rug en heeft daardoor een sociale status verkregen waar een bepaald salaris aan verbonden is. De voordelen van een theologisch opgeleide predikant voor de opbouw van de gemeente zijn aanzienlijk, maar er hangt een prijskaartje aan. Tentenmakerspredikers - zeg maar: parttime predikanten die vaak veel lager opgeleid zijn - zijn in gereformeerde kerken veelal onbekend.
Kerkordelijk liggen er ook verschillende problemen die een makkelijke invoering van dit type predikantschap in kerken van gerefomeerde signatuur bemoeilijken. En hebben we het over predikanten, dan hebben we het ook over vaak dure opleidingen van predikanten. Veel kerkengroepen in Afrika kunnen niet zelf een eigen theologische opleiding bekostigen. Ze werken dan ook samen met andere, verwante kerkengroepen, en moeten ook dan vaak nog vanuit het buitenland ondersteund worden, financieel maar ook qua theologische mankracht. We kunnen bijvoorbeeld denken aan de theologische opleiding in Bangui, waaraan ook theologen uit ons midden meewerken. Maar geld kost het wel!
Er zouden meer onkosten te noemen zijn, die zendingswerk met zich meebrengt, zeker als ze zich richt op het stichten van kerken. Bijvoorbeeld kerkverbandelijke onkosten: hoeveel kost niet een landelijke vergadering of synode van kerken? De vervoerskosten alleen al van de afgevaardigden slokken een heel stuk van het budget op. Wat dacht u van pensioenvoorzieningen voor predikanten en hun weduwen? Hoe moeten arme kerken dat ooit opbrengen, als ze helaas in een economisch bar stuk van de wereld gelegen zijn? Ook kerken met een veel goedkopere structuur dan gereformeerde kerken hebben het moeilijk op dit punt, en zijn vaak afhankelijk van kerken uit rijkere werelddelen, de Verenigde Staten bijvoorbeeld.

De kosten
Er valt wel meer te zeggen over de financiële kant van zending; duidelijk is in elk geval dat wij daar niet bete van worden. We verliezen er financieel alleen maar aan. Het kost ook veel tijd. Dat wordt wel eens vergeten. En dan hebben we het niet over de tijd die een zendeling in dit werk steekt. In dit opzicht verschilt hij niet van een predikant in Nederland.
Nee, het gaat over de tijd die iedere christen in zending zou moeten investeren: tijd om voor zending te bidden en te danken; tijd om naar een zendingsvoorlichtingsavond te gaan; tijd om over zending te lezen; tijd om lid van een zendingscommissie of thuisfront te zijn. Er wordt vaak door veel te weinig mensen enorm veel werk verzet voor allerlei zendingsactiviteiten in onze kerken. Dat gaat ten koste van andere ook belangrijke dingen die gedaan hadden kunnen worden. Het gaat soms ook wel ten koste van het privéleven. Vroeger werd dat normaler gevonden dan tegenwoordig. Je inzetten voor kerk, staat en maatschappijsoms wel degelijk ten koste van huwelijk en gezin - was iets wat gewoon gedaan werd. Vrijwilligers krijgen voor kerkewerk inclusief werk voor zending is tegenwoordig gewoon moeilijk.
Het kost handenvol tijd, die niet anders meer besteed kan worden. Het is goed deze verliespost te verdisconteren, als we het over zendingswerk hebben. Het is beter dat te bedenken nog vóór we eraan beginnen: wat gaat het aan geld en tijd kosten? En zullen we deze verliesposten kunnen blijven dragen in lengte van jaren? Want als je aan zending begint, zit je eraan vast. Bereken de kosten vóór je een toren begint te bouwen.

Je wint eraan
Natuurlijk heeft ook deze zaak een andere kant. Het verlies aan geld en tijd wordt ruimschoots vergoed. Dus wat valt er aan de kredietzijde te noteren? We worden er geestelijk rijker van, zeggen we vaak. Geven is bijbels gesproken beter dan krijgen. Het evangelie doorgeven aan andere mensen maakt je geestelijk rijker. Dit motief speelt een belangrijke rol in het gereformeerde zendingsdenken. Wij hebben zoveel van God ontvangen als gereformeerden. Van onze schatten mogen we uitdelen; daar worden de ontvangers beslist beter van, maar wij als gevers niet minder. Het is toch een vreugde anderen te laten delen in de rijkdom die wij ontvangen hebben? En die rijkdom slaat natuurlijk allereerst op het heil dat we in Christus uit genade ontvangen hebben. Maar de gereformeerde traditie waarlangs dat heil op ons toe gekomen is, is niet minder, zij het op ander niveau, rijkdom te noemen. Betrokkenheid in zending is goed voor onze geloofsgroei.
Dit zou ik met nadruk voorop willen plaatsen. Maar we zouden persoonlijk alsook gemeentelijk veel meer nog kunnen profiteren van zending. Belemmert onze bereidheid om te geven ons vermogen om te ontvangen niet? Hebben de mensen die tot geloof gekomen zijn op het zendingsveld, óns iets te bieden waar wij beter van zouden kunnen worden - betere christenen, betere kerken? Zou God hen ook rijkdommen geschonken kunnen hebben waarin wij zouden kunnen delen? Het belijden is niet zo sterk ontwikkeld in Afrika als bij ons in Nederland; soms is er een fundamentalistisch aan doend Schriftgebruik te constateren; het grote belang van kennis van de kerkgeschiedenis - als was het maar om niet steeds weer dezelfde fouten te maken - wordt niet erg ingezien; en er zou meer te noemen zijn. Maar de moed ginds om voor je geloof uit te komen in een vijandige omgeving zou ons hier tot zelfonderzoek moeten brengen. De manier waarop bij ons in Natal het Pinksterfeest gevierd wordt, zou inspirerend kunnen werken op gemeenten in Holland.

Eenrichtingsverkeer
Zending is te veel eenrichtingsverkeer: van ons naar hen. Het zou tweerichtingsverkeer moeten worden: ook van hen naar ons. Dat is niet altijd zo makkelijk in praktijk te brengen. We zouden eens vertegenwoordigers van de zendingsgemeenten naar Nederland moeten uitnodigen om van hen te leren. Verder zal het voral via informatie moeten gaan ...
Er wordt ook onder ons redelijk veel geschreven over kerk en zending, waar we meer profijt van zouden moeten trekken. Wie de boekjes van Aad Kamsteeg kent over Christenen wereldwijd, gaan de ogen open voor scheefgroei thuis en voor gemeenteopbouwende mogelijkheden in eigen kerk. Een gemeente wordt beter van zending.
We moeten er meer van doordrongen zijn dat alleen samen met alle heiligen we in staat zullen zijn gestalte te geven aan de grote opdracht kerk te zijn in deze wereld haar ten goede.
Samen met alle heiligen zullen we ook staande kunnen blijven in de geestelijk barre tijden die we heden doormaken.
Maar dan moeten we wel ons gereformeerd meerderwaardigheidsgevoel verliezen, want dat staat dan samen met alle heiligen in de weg. Samen delen in de rijkdommen die ieder van God gekregen heeft, lukt niet als de een zich eigenlijk toch bevoorrechter acht dan de ander.

Winst en verlies
Hebben we als gereformeerden dan zo'n superioriteitsgevoel in onze omgang met christenen uit derdewereldlanden?
Als blanke Europeanen hebben we dat sowieso. Ik zou het een ziekteverschijnsel willen noemen, dat meestal verborgen blijft, totdat we met de bewoners van andere werelddelen te maken krijgen. En dat gebeurt tegenwoordig al in de straat waar we wonen. De allochtonen zijn onder ons. We voelen ons makkelijk beter dan hen.
De zendingsgeschiedenis levert vele voorbeelden op van de schade die juist de Europese - en niet te vergeten: de Amerikaanse - zending de naam van Christus heeft berokkend in derde-wereldlanden, en dat precies vanwege dat ellendige meerderwaardigheidsgevoel. Dat gevoel van superioriteit gaat aan gereformeerden echt niet voorbij. Ja, het kan bij hen zelfs in versterkte mate voorkomen. Dan krijgen we het idee dat bijvoorbeeld de gereformeerde manier van preken (de heilshistorische methode) onovertroffen is. De gedachte gaat postvatten dat nergens de belijdenis zó goed wordt gehandhaafd als bij ons; of omgekeerd: onze soepele omgang met de belijdenis kan tot voorbeeld voor andere kerken strekken.

Nederigheid
In de zending kan het alleen maar goed zijn voor jonge kerken ons voorbeeld na te volgen, denken we dan.
Het Europese superioriteitsgevoel en het gereformeerde zelfbewustzijn versterken elkaar zo. Dat kan leiden tot de gedachte dat kerken die financieel nog helemaal afhankelijk zijn, en nog zo onzeker in de theologische en confessionele schoenen staan, nog veel van ons moeten leren. Wij van hen? Kunnen wij van allochtonen wat leren? Zouden de Zulu's in Natal ons op kerkelijk gebied iets te vertellen kunnen hebben? Betrokkenheid in zending, verweg of dichtbij, maakt een mens nederig. Aziaten gaan ons Europeanen voor in zendingsinspanning, de gereformeerden lopen nog altijd niet voorop. Zending maakt een mens dankbaar voor wat God óns geschonken heeft; het is geen schande om gereformeerd te zijn, integendeel. En we worden er nederig van, want er is nog zoveel dat God ons schenken wil via jonge kerken en pas bekeerde christenen. Het kwijtraken van ons superioriteitsgevoel is een verlies dat alleen maar als winst genoteerd kan worden. Hoe bescheidener we als gelovigen en kerken in het Westen worden, des te bruikbaarder zijn we in het Koninkrijk van God. Daar is zending dus ook al goed voor.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief