Komt herders, laat uw schapen

1995-12-15
  • Jaargang 39
  • nummer 25
Komt herders, laat uw schapen
maar slapen in het veld,
uw herder heeft zijn schapen
al één voor één geteld;
gaat haastig naar de stal:
in doeken is gewonden
het lam dat onze zonden
verdroeg en dragen zal

Hij zal de herder wezen
die naar zijn schapen vraagt;
gij zieke, zult genezen,
gij zwakke, zie: Hij draagt!
Hij laat u niet alleen,
Hij noemt elk schaap bij name,
Hij roept de kudde samen,
Hij zoekt en brengt bijeen.

Voorwaar, Hij zal verdelgen
die valse herders zijn,
die in hun rijkdom zwelgen,
beneveld door de wijn,
die heersen door geweld
en zonder medelijden
alleen zichzelf nog weiden -
hun dagen zijn geteld!

Gij wijdverspreide schapen,
uw noodkreet is gehoord!
Uw herder strekt zijn wapen,
zijn zwaard - dat is zijn woord.
Gij die in deze nacht
zijn roepstem hebt vernomen,
o haast u om te komen -
het lam, uw herder wacht!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief