Verdere verkenning niet zinvol?
1995-12-29
Onlangs verscheen het rapport van Deputaten Kerkelijke Eenheid (DKE) van de Vrijgemaakte kerken. Deputaten rapporteren aan hun komende Generale Synode onder meer hun gesprekken met onze Commissie voor Contact en Samenwerking (CCS) en ze concluderen: "Zolang de Nederlands Gereformeerde Kerken vasthouden aan de huidige ruimte in de leer en het toezicht daarop, is een verdere verkenning niet zinvol, omdat zij niet met de Gereformeerde Kerken willen samenleven naar de gereformeerde leer en volgens een gereformeerde kerkorde." Aldus een van de belangrijkste conclusies uit het rapport. Wat men ook van vrijgemaakten wil zeggen, ze zijn niet te beschuldigen van wollig taalgebruik. Ik was zelf als lid van onze CCS aanwezig bij de gesprekken waarop de vrijgemaakte deputaten hun conclusies baseren. Ik wil er eerst over kwijt dat het geen diplomatiek praatje is wanneer er wordt gezegd dat de besprekingen in een goede sfeer zijn verlopen.- Jaargang 39
- nummer 26
Het was met de handen te tasten dat we feitelijk uit één gereformeerd nest komen. We verstonden elkaar, we praatten weinig langs elkaar heen en snapten ook tot op grote hoogte wat de ander bewoog.
Schorsen?
In de besprekingen die gevoerd zijn, kwam de verschillende benadering tussen onze beide kerken eigenlijk heel mooi uit. Ik hoop bijvoorbeeld dat de onderling uitgewisselde notities goed gelezen gaan worden. Zo wordt in een notitie onzerzijds gesteld dat we in de waardering van de gereformeerde belijdenis elkaar vérgaand zouden kunnen vinden, maar dat het er in het contact met de vrijgemaakten om gaat bij welke verschillen de kerk ambtsdragers zou mogen of moeten schorsen. Die invalshoek is gegeven met ons verleden. En dan volgt de zin: "bij ons zal daarom een dienaar van Christus niet gauw geschorst worden als hij op enig punt afwijkt van de belijdenis wanneer de kerken niet de overtuiging hebben, óf dat deze afwijking een aantasting is van het ene fundament, namelijk Jezus Christus, óf dat deze afwijking het bouwen op dit ene fundament hindert.
Deze terughoudendheid komt niet voort uit relativisme, maar uit de bezorgdheid om niet (nu of straks!) van de Opperherder te horen krijgen dat wij Gods tempel geschonden hebben." Hier ligt, lijkt me, een wezenlijk punt.
Het wordt door DKE ook geciteerd en vormt een belangrijk argument om tot de conclusie te komen, dat wij niet naar de gereformeerde leer willen samenleven met hen. In die conclusies, hoezeer ik ze ook begrijp, ontbreekt volgens mij het besef dat de gereformeerde leer een centrum heeft, namelijk Jezus Christus en die gekruisigd.
En dat er dus ook verschillen zijn die je niet leuk vindt en die je niet negeert, maar die het samenleven rondom Christus nog niet onmogelijk maken.
Hooi en stro
Er wordt aan de kerk gebouwd met allerlei materiaal: goud, zilver en edelgesteente, maar ook hout, hooi en stro.
Dat maakt wel degelijk verschil en dat zal blijken als de dag van Christus met vuur verschijnt. Maar punt één: voor die tijd weten we niet altijd precies wat goud is en wat stro. Je wordt soms toch ook gedwongen om daar achteraf wat anders over te oordelen? Laat staan als Christus terugkomt! Want dan, en dat is het tweede punt, dan zal zelfs de bouwer met stro nog behouden kunnen worden, maar als door vuur heen, wanneer hij maar op dat éne fundament gebouwd heeft. En zo kijk ik ook naar de verschillen tussen de vrijgemaakten en ons. ik zie hen bouwen op het ene fundament. Ik zie ook wel dat ze het wat anders doen dan wij. Dat verschil is door deputaten misschien wat op scherp gezet, maar het is er wel degelijk. En ik weet nog niet op voorhand of hun manier of de onze goud zal blijken te zijn. Ik bedoel: op welk van beide manieren we het beste mee gebouwd hebben aan Christus' kerk op aarde. Zij die voortdurend alert zijn of er geen afwijking binnensluipt, of wij die voortdurend alert zijn of we geen mensen afstoten die er wél bij horen. Dat wil ik hier op aarde al eens even afwachten, maar veel meer houdt het me bezig wat de Here er straks over zal zeggen.
"Verdere verkenning niet zinvol" - die conclusie lijkt me wel erg boud. We horen in één nest en kunnen beter goed naar elkaar blijven luisteren. Dat doen we trouwens ook wel, al dan niet op landelijk niveau. Misschien moeten we onszelf meer gaan zien als twee pijlen op Gods boog. En Hij heeft er nog wel meer ook!