Met Klaas Schilder door geschiedenis en cultuur

1995-12-29
  • Jaargang 39
  • nummer 26
Ik heb, om heel eerlijk te zijn, tot nu toe geen heel grote voorliefde voor de Vrijgemaakte voorman prof. dr. Klaas Schilder ontwikkeld. Al heb ik ook in onze kring mensen zeer begeesterd over ‘K.S.’ horen spreken, tot nu was het ware zicht op deze stelling belangrijke theoloog me niet gegeven.

Dat dat een vrij ernstig manco is moge duidelijk zijn. Erger nog, op Dogmatiek als theologische discipline ben ik maar matig gesteld, al lees ik uiteraard geregeld boeken die in die categorie vallen. Met Geschiedenis en geschiedbeschouwing is het echter heel anders gesteld; die boeien me echter in hoge mate, zodat ik toch wel met enige hooggestemde verwachting de dissertatie ter hand nam van de Leerdamse predikant dr. Peter Veldhuizen. De ondertitel kondigde immers aan dat aan .Jioofdmomenten uit de theologische geschiedbeschouwing van Klaas Schilder" aandacht geschonken zou worden. Daar komt nog bij dat ik de jonge doctor al jaren ken als een mens die zeer bevlogen en bevleugeld spreken kan over allerlei aspecten van de Cultuur.

De mens Klaas Schilder
Het lijvige boekwerk, dat vierhonderdmin een bladzijden telt, heeft mij, zover dat een mens mogelijk is, toch enigszins van mijn dwaalwegen doen weerkeren. Ik heb voor het eerst van mijn leven een bepaalde sympathie voor leven en denken van Schilder gekregen; dat is rechtstreeks de schrijver aan te rekenen! Een veelomvattend werk als dit kan op diverse wijzen worden gerecenseerd. Men kan helemaal op de theologische aspekten van Schilders werk ingaan. We kunnen het hebben over de duiding van zijn opvatting aangaande 'dubbele predestinatie'.
Bij de promotie is over dat thema het een en ander aangekaart en ook onlangs is in publicaties er het een en ander over opgemerkt. Ik zal dat hier niet doen. Boeiender dan sommige andere onderdelen van het proefschrift vind ik (en dat is ongetwijfeld hoogst subjectief) Schilders interesse in de cultuur van zijn dagen en de wijze waarop hij met een aantal leidende denkers in discussie ging. De eerste twee hoofdstukken, 'Inleiding' en 'Schilders denken bezien vanuit zijn levensgang' vond ik bijzonder lezenswaardig. Graag beperk ik me daarom in deze recensie tot die zaken. Het lijkt me toe dat er anderen zijn die meer gekwalificeerd zijn om de meer specifiek theologische elementen van het proefschrift van commentaar te voorzien.
Dus 'een beperkte recensie'. AI snel in het proefschrift belicht dr. Veldhuizen Schilders denken vanuit zijn levensloop; in dat gedeelte vernemen we hoe hij als zoon van een Gong overleden) Kampense sigarenmaker al vroeg deel kreeg aan nijpende armoede. "Zijn vrouw blijft met vier kinderen achter. Omdat de kostwinner was uitgevallen moet zij met naaien en strijken het levensonderhoud van zich en haar gezin bekostigen. Voor zijn moeder, die op deze wijze de eindjes aan elkaar wist te knopen, heeft Klaas altijd diep respect gevoeld." Een vriend wordt geciteerd: "Zij werkte bij dag en nacht voor haar kinderen.
Waneer we 'n gezellige avond hadden, als gymnasiasten of club of corpsvergadering als studenten, dan ging hij vaak halverwege weg, want hij wilde niet dat zijn moeder zich zou overwerken voor hem, dan stond hij nog een paar uur aan de mangel te draaien, en daarvoor schaamde hij zich niet en wij waardeerden dat in hem." (28) Zo'n opmerking zet de mens Schilder in zijn context. Datzelfde is het geval bij diens uitspraken n.a.v. de herdenking van St. Franciscus v~n Assisi. Toen deze grote heilige van de R.K. Kerk, die als rijke jongeling bewust de armoede gezocht heeft en bevlogen over zijn 'Vrouwe Armoede' sprak, in 1926 herdacht werd, schrijft Schilder: "Christus had de armen lief, maar de armoede niet. De Armoede verdient haar hoofdletter niet eens; want God haat haar." (28) Zulke opmerkingen helpen om de mens Schilder te begrijpen.
De invloed van zijn bescheiden komaf speelt volgens de schrijver mee in de relatie met een meisje, wier moeder - weduwe van een hoofdonderwijzer - "hem te laag van stand vond en daarom werd de relatie verbroken, hoewel de liefde - wederzijds - bleef." (33) "Deze schokkende ervaring heeft niet alleen in het leven, maar ook in het denken van Schilder diepe sporen achtergelaten. Verschillende bijdragen van Schilder in de studentenalmanakken van het Kamper studentencorps getuigen ervan." Daar laat Veldhuizen het dan bij en dat is te prijzen. Er zijn intieme dingen in het leven van ieder mens waar ook een biograaf zich terughoudend moet opstellen. Niettemin wordt opeens een glimp in iemands diepste roerselen geboden die ons begrip en waardering van iemands specifiek denken of handelen mede bepalen.

Geestelijke en culturele invloeden
Naast de persoonlijke elementen worden natuurlijk de andere invloeden belicht. Zoals gezegd, vind ik dat het boeiendste gedeelte van het boek; daar ervaar ik zelf meer verbondenheid dan op sommige leerstellige punten.
Ik pik hier en daar wat zinnen uit het betoog. "Reeds als student en jong predikant was Schilder gegrepen door dichters en denkers. Zijn gulzige en vlugge geest stond open voor ongelooflijk veel. Tot aan zijn hoogleraarschap heeft hij over zeer uiteenlopende onderwerpen geschreven." (31) "Voor al zijn leermeesters had Schilder respect." "Schilder heeft altijd met veel waardering over zijn opleiding gesproken." (30) We lezen over zijn geboeidheid door de ethische theoloog Isaak van Dijk: "Dat Dr. Is. van Dijk een fijne geest is, een man van zeldzame distinctie en van prachtige zeggingskunst, dat weet ieder die zijn werken heeft gelezen." (31) Bij Van Dijk, wiens theologie Schilder niet heeft kunnen aanvaarden, komen vele denkers en kunstenaars naar voren die hem later zeer zullen boeien: de Boeddha, Dante, Pascal, Kierkegaard en Ibsen. Ik lees van Schilders 'volledige instemming' met uitspraken van Van Dijk, van zijn 'grote belangstelling' voor Kierkegaard en zijn 'existentieel in- en navoelen' van de gekwelde relatie van deze grote Deense denker met Regine Olsen, zijn verloofde die de relatie met hem verbrak. "Het lijden van Dante aan het gemis van zijn geliefde Beatrice (was) een belangrijk gegeven dat Schilder de aansluiting aan Dante deed vinden." (33) Ook onderging hij 'de machtige bekoring' van de Duitse dichter en geleerele Goethe. (34) Die aantrekking belette hem overigens niet zich levensbeschouwelijk tegen hem teweer te stellen. In verband met de mensvisie in Goethe's Faust lezen we: "Schilder verzet zich met heel zijn wezen tegen deze humanistische verlossingsleer".
(34) Dat het hier niet om persoonlijke interesse alleen gaat mag blijken uit zijn publicaties over deze denkers en dichters. "Zijn confrontatie met de dichter van Faust heeft diepe sporen nagelaten. Wij menen die in heel Schilders werk te ontdekken. Zijn artikel 'Mefisto of Satan' is bepalend voor de structuur van zijn theologie."
(36) Ook de belangrijke Duitse denker Nietsche liet zijn sporen na. "Het kan bijna niet anders of Schilder moet voor Nietsche een antenne hebben gehad, een antenne die moest worden omgevormd tot bliksemafleider."(36) Datzelfde geldt ook voor de Skandinavische toneelschrijver Ibsen, en in het bijzonder voor diens hoofdpersoon Brand in het gelijknamige stuk. Deze predikant boeit hem bovenmate. "In de periode voorafgaand aan zijn hoogleraarschap komen we in het werk van Schilder telkens dominee Brand tegen." Diens radicaliteit boeide hem, "want in deze dominee ontmoette hij de man van 'alles of niets'." (41) Dat is in hoge mate het kenmerk van Schilder zelf. "Schilder acht het adagium 'alles of niets' 'zuiver bijbels'." (42) Hij wordt als "zo consequent in zijn denken" getypeerd en daarom "heeft hij deze spreuk steeds herhaald. "Want het gaat om alles of niets. Het gaat om de eere van den Christus als Verlosser der wereld in en voor de geschiedenis."
Tot het laatste toe is hij het adagium blijven hanteren." (45) Ook Kierkegaards uitspraak "het gaat erom de waarheid te vinden, die waarheid is voor mij; de idee te vinden waarvoor ik bereid ben te leven en te sterven" pikt Schilder op, net als diens uitspraken over 'de paradox'. (46-48) Steeds opnieuw is Schilder een scherp denker, een man van scherpe formuleringen en ook een geharnast strijder voor de Gereformeerde waarheid. In alles wat hij schreef blijkt een diepe liefde voor de Gereformeerde confessie die ook zijn stempel zette op het kerkgenootschap dat hij richting gaf. Aandachtige lezers hebben gemerkt hoe vaak ik van de pagina's 30-50 heb geciteerd. (Datzelfde heb ik ook gedaan in het EO-interview op zaterdagochtend 16 december, toen ik bijna een uur met dr. Veldhuizen over juist dit thema sprak, inclusief de eigen
geboeidheid door de cultuur.)

Calvijn, Kuyper en Barth
Toch biedt dit proefschrift uiteraard meer. Het gaat immers om 'de theologische geschied beschouwing van Klaas Schilder'. Ook een aantal bekendere elementen vinden we, zoals zijn visie op Schrift en de Confessie en zijn hartstochtelijke bestrijding van de leer van Karl Barth. Belangrijk is het om te beseffen dat Schilder twee leermeesters had, Calvijn en Abraham Kuyper.
Wat eerstgenoemde betreft, luidt de bondige stelling: 'Niemand heeft Schilder zo sterk beinvloed als Calvijn.' (18) Calvijn is in het hele boek prominent aanwezig, met name in hfdst. 6. "Bij Schilder is er steeds, op beslissende momenten in zijn theologisch denken, een zoeken naar het spoor van Calvijn en een streven om dit zoveel mogelijk door te trekken." (184) Aangaande de tweede lees ik..Door de breedte van het ideaal van Kuyper - de christianisering van de cultuur - werd Schilder aangetrokken en sterk geboeid; het fascineerde hem. Naast de breedte van visie heeft Schilder met Kuyper ook gemeen zijn opkomen voor de antithese. Het 'of-of' van Kuyper sprak hem meer aan dan het 'en-en' van een synthetisch figuur als Bavinck. Het 'militante' in de theologie van Kuyper treffen we ook aan bij Schilder. Zijn innerlijke verwantschap met Kuyper was groter dan die met Bavinck." (20-21) "Wie de opvattingen van Kuyper niet kent begrijpt van Schilder niets! Wie de opvattingen van Karl Barth niet kent begrijpt van Schilder ook niets." Deze kernachtige uitspraak in ons EOprogramma geeft Veldhuizens taxatie van de zaak weer. Ook al heeft Schilder beider theologie op een aantal punten bestreden toch hebben ze zeer diepe invloed op hem uitgeoefend.
Een blik in het register (393, 396) toont dat aan.

Een theologische geschiedbeschouwing
Een groot deel van het proefschrift gaat over Schilders denken aangaande tijd en eeuwigheid, zijn geschiedbeschouwing. Over dat alles dacht en schreef hij als theoloog. Een van de eerste opmerkingen in het boek luidt: "In alles wat Schilder over de geschiedenis schreef, domineert het theologisch perspectief." (18) Een kerngegeven in Schilders Gereformeerde denken is het Verbond. Hoofdstuk 3, dat over 'het Foedus Operum gaat, het Werkverbond, heeft als ondertitel: 'Alle religie staat of valt met het verbond'. Daarna gaat het boek over 'Geschiedenis en Heilsgeschiedenis' (hoofdstuk 4) en 'De Voorzienigheid Gods en de Geschiedenis' (hoofdstuk 5). Hoofdstuk 6 draagt als titel: 'De Eenmaligheid in de Heilsgeschiedenis', hoofdstuk 7 gaat over 'Jezus Christus in de Geschiedenis', terwijl een heel kort hoofdstuk 8 'Het Einde der Geschiedenis' behandelt.
'De Voleinding der Geschiedenis', 'De Betekenis van Christus in de Voleinding der Eeuwen' en 'Terugblik en Uitzicht' ronden het boek af. "Schilder is er diep van doordrongen dat de religie alles te maken heeft met de geschiedenis"
is zo'n zinnetje dat de lezer duidelijk maakt hoe centraal de geschiedbeschouwing was voor Schilders hele theologie. (179) Op dezelfde bladzijde lees ik: "Zonder verbond kan er geen sprake zijn van religie. Zo stelt Schilder dat de lijn van het verbond loopt van schepping tot herschepping, van Genesis 1 tot Openbaring 22. Zodra God met de mens in relatie treedt, is er sprake van verbond en de 'rijpste vrucht' van het verbond zal zich tonen als de tijd van het grote avondmaal aanbreekt." lets verderop lees ik: "Schilder heeft de hele geschiedenis der openbaring nodig om het juiste zicht te krijgen op Christus." Ik signaleer een mooie passage als "Begin, midden en einde hebben Schilder steeds voor ogen gestaan. 'Een begin en ook een einde. Eenmaal Genesis, eenmaal Apocalyps. Eenmaal: alzoo zijn volbracht de hemel en de aarde.
Er is maar eenmaal plaats voor: het is geschied. En dienovereenkomstig ook maar eenmaal: het is volbracht. Omdat er maar een Middelaar is, wordt het eenmaal van deze Ene Middelaar zo belangrijk in de geschiedenis". (119) Het hoofdstuk over Christus is heel mooi, zoals de trilogie van Christus in zijn Lijden voor menig lezer van toen of nu het hoogtepunt is van Schilders hele oevre. Veldhuizen is niet kritiekloos. Zo staat b.v. op p. 183 zo'n principiële kritische vraag geformuleerd.
Tenslotte treft me echter zijn dankbaarheid voor de bijdragen die Klaas Schilder aan de Gereformeerde theologie bewezen heeft. De laatste zin van het boek vermeldt dat Schilder "als theoloog altijd een bezielend getuige was!"

Dr. P. Veldhuizen. God en Mens onderweg. Hoofdmomenten uit de Theologische Geschiedbeschouwing van Klaas Schilder. Groen, Leiden 1995. 399 pp. Prijs f 49,90.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief