Evolutie
1994-04-08
Ik heb altijd een beetje een kijkje op hem.- Jaargang 38
- nummer 7
Zijn vader was al zo'n halve gare. Met een brede grijns Wahrheit en met een stalen gezicht Dichtung vertellen, en zo. Ik kan het ook niet helpen, maar ik leef en werk onder de rook van Amsterdam.
En hier zitten de mensen nu eenmaal iets anders in elkaar dan in het Oosten of het Noorden des lands denk ik.
En zoonlief zèlf was ook niet zo'n lieverdje.
Tegenwoordig is de kermis op de rondweg. Maar vroeger vond dit gebeuren - tijdens het Pinksterweekend, hoe verzinnen ze het? - midden in het ouwe dorp plaats. De vromen waren dus verplicht om naar en uit de kèrk door de wéreld heen te waden.
Wel 'in' maar niet 'van', weet u nog?
Tijdens zo'n christenreize waarschuwt de vader de zoon: "Je gaat er niet heen, hoor! De duvel zit erachter!"
Toch weet zoon-lief aan vaders aandacht te ontsnappen om er even later weer in terug te keren.
"Waar zat je nou, knecht?" vraagt pa op z'n Zaans.
En knecht antwoordt: "Ik heb er even achter gekeken, pa, maar ik zag hem niet!"
"Waar heb jij achter gekeken en wie zag jij niet?"
"Nou, achter die tent, geen duvel te zien!"
En dan beweren ze nog, dat de kritische theologie uit Duitsland komt of uit Engeland, of zo. Nou, ik geloof daar niks van. Kritische theologie komt gewoon uit de Zaan, uit het mensenhart, het kinderhart zelfs.
Goed dan: hij had een vijver gemaakt in z'n tuin. Een groot gat in de grond, een stuk zwart plastic - u kent dat wel.
En: water uit de kraan. "Alleen leidingwater, hoor".
Zegt z'n vrouw een poos later: "Weet jij wel, dat er leven in de vijver zit? Vissen of zo?"
Dat kan natuurlijk van geen kant: "Doe niet zo stom, mens". Maar het mens hield vol, en ja hoor, er zaten twee salamanders in de vijver. Goed, die beesten kunnen er ingekropen zijn, nietwaar?
Maar een jaartje later begint ze weer: "Zeg, man, weet jij dat er vissen in de vijver zitten?"
Nou moet je natuurlijk wel even ophouden - dit is te enen male onmogelijk!
"Ik zal het je bewijzen", zegt zij weer. En ze gooit broodkruimels in de vijver, die zoals bekend slechts bestaat uit een kuil en een stuk zwart plastic, en water uit de kraan natuurlijk.
"En je kunt het geloven of niet, dominee, maar toen kwamen er een paar kleine visjes op af".
"Evolutie", zeg ik eenvoudig.
Nu heb ik persoonlijk daar nooit aan willen geloven. Mijn natuurwetenschappelijke lezers mogen me dit ten goede houden. Ik begrijp dat zij een werk-hypothese nodig hebben. Maar ik voor mij vind het een groter geloof dan het traditionele.
Maar ja, zo'n vijver van plastic en leidingwater en 18-karaats goudvissen - dat zijn toch keiharde bewijzen...
"Ik zou maar oppassen, broeder, straks kruipen er nog apen uit je vijver", waarschuw ik het aan mijn zorg toevertrouwde schaap.
"Ja, ik hou bananeschillen al angstvallig uit de buurt!' grinnikt hij. "Weet u, het enige wat we kunnen bedenken, is die waterplant: die hebben we met wortel en tak uit de sloot in de vijver overgepoot. Misschien zaten er eitjes tussen de wortels. Dat zou kunnen..."
En zo kwam de aap uit de mouwen de vis in de vijver. Evolutie of niet...!