Meer dan psalmen?

2007-06-22
  • Jaargang 51
  • nummer 13
Wat zingen we in de kerk? In de Gereformeerde Bond was daar tot voor kort nauwelijks discussie over: daar werden psalmen gezongen, als regel in de oude berijming. Een uitzondering vormden die gemeenten die pas later tot de Bond toetraden, en die daarvoor al gewend waren bijvoorbeeld uit het Liedboek te zingen. Maar in steeds meer Gereformeerde Bondskerken leeft de wens om ook andere liederen te zingen. Het hoofdbestuur is daar niet blij mee en voelt zich zelfs genoodzaakt op de rem te trappen; wellicht omdat men de hete adem van de Hersteld Hervormden in de nek voelt? Een artikel in De Waarheidsvriend (3 mei) van de hand van ds. H. van Ginkel, lid van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond, lijkt aanvankelijk nog wel wat ruimte te bieden voor het zingen van andere liederen:

We hebben al gezien dat onze keuze er vooral een is vóór de psalmen en niet in de eerste plaats een keuze tegen gezangen. Er kan bijbels gezien geen bezwaar zijn tegen andere Schriftliederen dan de psalmen. Wel zullen concrete liedbundels moeten worden getoetst. () In het gesprek over andere liederen dan psalmen in de eredienst moet het zwaartepunt ech-ter niet liggen bij de vraag wat er tegen is, maar veel meer bij de vraag wat er eigenlijk voor is. Wat voegen andere liederen toe? Waarom zijn ze nodig? Wat dragen ze in positieve zin bij aan de eredienst en de opbouw van de gemeente?

Maar vervolgens blijft er van die ruimte niet veel over; en de daarvoor gebruikte argumenten zijn van (te) zwaar kaliber:

Het is belangrijk dat de gemeente hoe dan ook leeft met de psalmen. Wanneer het gesprek gaat over andere liederen naast de psalmen, is het belangrijk dat men ervoor waakt dat die andere liederen in de praktijk niet de psalmen van hun plaats verdringen. Vooral liederen die qua tekst en melodie goed in het gehoor liggen, worden in korte tijd populair.
Jongeren in ons jeugdwerk zingen bepaalde liederen graag en vaak, terwijl uit onze oude psalmberijming soms helemaal niet meer wordt gezongen. Het gevaar dat ook in de eredienst andere liede-ren de psalmen naar de achtergrond dringen, moeten we niet onderschatten. De psalmen hebben geestelijke diepgang en zijn getekend door de strijd. Daardoor spreken ze minder aan bij ben die deze diepgang zelf niet kennen. Liederen die wat meer aan de oppervlakte blijven, zijn voor een veel grotere groep mensen herkenbaar. Wanneer daardoor andere liederen de psalmen overvleugelen, wordt meer zingen (in kwantiteit) uiteindelijk minder zingen (in kwaliteit). Gemeenten die alleen psalmen (en de twaalf enige gezangen) zingen, stimuleren we graag om dat vol te houden.
Gemeenten die daarnaast meer liederen (zijn) gaan zingen, adviseren we zich daarin te beperken en te waarborgen dat de gemeente blijft leven met de psalmen. Het is goed om voor het aantal gezangen per dienst een maximum vast te stellen van één of twee en dat maximum niet tegelijk een minimum te laten zijn. Dan kunnen er dus nog steeds diensten zijn waarin alleen psalmen worden gezongen.() De keuze voor de psalmen in de eredienst is ten diepste een keuze voor de bevinding, de geestelijke diepgang of spiritualiteit van de psalmen. Het lied is immers gebed, zo leerden we van Calvijn. Het is het antwoord van de gemeente op het Woord van God.
Daarom zal het in onze bezinning op het lied altijd moeten gaan over de vraag of we daarin het geloof vertolkt vinden dat naar de Schrift is. Wie liederen wil toetsen, moet ze toetsen aan de Schrift en de belijdenis, en dan niet alleen op het punt van de objectieve waarheid maar ook op het gehalte van het geleefde geloof. Dat een lied naar de vorm een bijbellied is, zegt niet alles. Het moet inhoudelijk worden getoetst aan de belijdenis op het punt van de gereformeerde leer en spiritualiteit. Het feit dat de psalmen geschreven zijn door heilige mensen van God die door de Heilige Geest werden gedreven, waarborgt de zuiverheid van de geloofsbeleving die erin doorklinkt.
Meer dan wat we in de psalmen bezitten, zullen we ergens anders niet vinden. Dat sluit niet uit dat er liederen zijn, zowel Schriftliederen als vrije liederen, die net als psalmen in de strijd zijn geboren en waarin evenzeer het levende en door de Geest van God gewerkte geloof wordt uitgezongen.
Zulke liederen hebben in psalmenzingende gemeenten vanouds een plaats gehad buiten de eredienst, in de gezinnen, op verenigingen en in andere bijeenkomsten van de gemeente. Daar verwerven ze soms een plaats in hoofd en hart of ze raken er weer in de vergetelheid. Het is goed om met het oog op de eredienst, waar het hart van de gemeente klopt, aan hartbewaking te doen en te blijven bij de psalmen. We hebben er genoeg aan en vinden er overvloed in.

Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK in Enschede.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief