Positief christendom
1994-07-15
Soms zit ik in de knoop met mijn positieve levensgevoel.Vorige week overleed een ver familielid.- Jaargang 38
- nummer 14
Ze geloofde niet in God, integendeel, ze hoorde haar leven lang bij de 'rooie rakkers'.
Ze kreeg kanker op het moment dat haar leven een nieuwe wending nam. Laatste kind de deur uit, nieuwe woning, allerlei plannen om samen met haar man te verwezenlijken. Het eerste geplande reisje, november vorig jaar, ging al niet meer door. Ze hield het nog een tijdje dapper vol met het Moerman-dieet, maar de ziekte was te agressief. Ongeveer een jaar na de veroördeling is dan nu het vonnis voltrokken.
Zonder troost het tijdelijke met het eeuwige verwisseld. We gingen naar de crematie. Er werdwat oude jazz gespeeld terwijl we naar de kist keken. De familie zat te snikken.
Iedereen voelde zich ongemakkelijk. Tenslotte nam de oudste zoon het woord. Pas op het allerlaatste moment had hij besloten iets te zeggen omdat anders helemaal niemand dat zou doen. In een stuk of vier uit zijn keel gewrongen zinnen nam hij afscheid en bedankte ons. Dat was dan het einde van 62 jaar leven.
Tegelijkertijd: een vriendin in een psychiatrische kliniek. Heeft jarenlang haar problemen voor zich uitgeschoven tot het niet langer meer kon. Toen wilde ze alleen nog maar dood.
Nu probeert ze m.b.v. therapie en antidepressiva weer een nieuw beginnetje aan haar leven te maken. Opgelucht meldt ze dat het dwangen achter de rug is. Daaronder verstaat ze de voortdurende pogingen om een mes door haar keel te duwen. Ze is opgevoed met het geloof maar er ging veel fout in het gezin en het enige beeld dat ze kreeg als ze aan God dacht was: de Veroordelende, de Straffende. Ze kon er niets mee en besloot dat God een gepasseerd station was voor haar. Ik schreef haar en begon toch maar weer over de wortels van ons bestaan, het had immers geen enkele zin om over koetjes en kalfjes te praten. Wat kon ik meer doen dan haar toewensen dat ze een geloof had zoals ik: waaruit je troost en vrede kunt putten. Maar de arrogantie denk je dan tegelijk, ik die dat even poneer, alsof ik het recht heb om te zeggen: ik doe het beter dan jij, kijk maar eens waardoor dat komt. Nee, in alle nederigheid erken ik mijn eigen machtloosheid.
Terwijl ik over elk woord nadenk, wikkend en wegend wat ik moet en kan zeggen, komt er een gebed op: stuurmijn pen want ik kan dit niet alleen. Aarzelend doe je dan je brief op de post. Alles komt nu zo hard aan, dat weet je.
Later zegt ze dat ze zo ontzettend heeft moeten huilen om die brief en dat ik haar zo goed begrijp.
Positief christen zijn, wat houdt dat in. Dat betekent soms erg grote zorgen hebben en je zeer somber gestemd voelen. Het valt niet te verwachten dat mijn vriendin nu meteen God weer in de armen zal sluiten. Die dingen werken zo niet.
De Amerikaanse tv-predikant Schuiler zegt: het belangrijkste naast het geloof is de psychologie. (Psychologie is belangrijker dan de geloofsbelijdenis.) Wat ben ik dat met hem eens. Inzicht in de zielenroerselen van anderen en hen kunnen helpen, dat is waar het tegenwoordig op aan komt. God zij gedankt voor de christelijke psychologen.
Schuiler had het ook over positief christendom. Hij verklaarde zijn succes (ja, ja, it's a real American) uit zijn glimlach. Altijd blij op de kansel, altijd positieve dingen te melden.
De mensen willen bemoedigd worden, zei hij. Jezus vertelde de mensen niet hoe slecht ze waren maar hoe ze konden worden als hun zonden hen werden vergeven en ze als hernieuwde mensen konden leven. Dat ze de wereld konden veranderen.
"Het grootste probleem van de kerken is dat de diensten saai zijn. Kerken zouden ervoor moeten zorgen dat mensen bemoedigd en gemotiveerd worden. Iedereen heeft een motivatie nodig. Als mensen die niet in de kerk krijgen van wie dan wel", aldus Schuiler. "Wij waren de eerste Hervormde Kerk ter wereld die de traditie instelde om tijdens een dienst te vragen: draai u om, schudt de hand van iemand achter u en zeg: God loves you and so do I. Hierdoor veranderde de kerk in een vriendelijke plaats". Het is mij allemaal uit het hart gegrepen. Christen zijn is niet makkelijk meer, niet vanzelfsprekend. Het is heerlijk en bemoedigend om te weten dat er een sterke God naast je staat in je leven, maar de praktijk van het christendom wordt moeilijker. Er zijn zo weinig mensen overgebleven met wie je het kunt delen. In het beste geval mag je uitleggen wat christen-zijn inhoudt, in het ergste geval moet je het verdedigen tegen de klippen op of nog erger: het wordt gewoon genegeerd.
De kerk moet meer een plaats worden waar je bij kunt komen van de week die achter je ligt en nieuwe energie kunt opdoen voor de volgende. Dat moet in een sfeer van vreugde zijn. Ik bid dat God zijn armen over mijn vriendin zal spreiden en dat ik mag helpen om haar dat te laten zien.